Als je precies weet hoe de bodem er uit ziet ben je in een groot voordeel. Een goeie manier om de hotspots te vinden is het peilen van de bodem. Hier heb je niet veel voor nodig en kan je heel nauwkeurig door krijgen wat je wilt weten over de bodem en waar het zich bevind. Een bijkomend voordeel van het peilen met een peildobber is dat wanneer je eenmaal een goeie stek hebt gevonden je de peildobber weer naar boven laat komen en dan precies weet waar het zich bevind. Je
rig ernaast krijgen is dan een kwestie van goed mikken en ook bijvoeren kan dan heel nauwkeurig.
Voor je gaat beginnen met het peilen van de bodem gaan we eerst kijken naar het materiaal. Dit is heel belangrijk voor een goede indicatie. Gebruik een hengel waarmee je net zo ver kan gooien als de hengels waar je meegaat vissen. Als je met je peilhengel net zo ver komt als je hengels kun je precies het gebied afzoeken wat binnen jou bereik ligt.
Verder moet je gebruik maken van een grote molen en dan het liefst met een vrijloop functie of een slip die snel strakker of slapper is te zetten. Deze molen is gevuld met gevlochten lijn. Dit geeft namelijk vanwege de minimale rek een veel betere indicatie van de bodem dan nylon. Een goeie tip is om vanaf je molen na een meter een stukje tape op de blank van je hengel te plakken. zo kun je namelijk precies weten hoe diep de verschillende stekken zijn.
Effectief peilen
2 • lood rond de 120 gram (het liefst zo compact mogelijk)
3 • afhoudertje (dit zorgt ervoor dat je dobber makkelijker vrijkomt van de bodem)
4 • stuitje (om de klappen tijdens het werpen op te vangen)
• Voor je gaat beginnen met peilen is het belangrijk je ogen van je hengel goed nat te maken. dit voorkomt namelijk knopen in je gevlochten lijn en zorgt ervoor dat je verder kunt gooien.
• Doe hetzelfde met je molen. Natte lijnen werpen gemakkelijker, verder en je hebt minder last van knopen.
• Voor je gaat beginnen met het peilen is het goed om alles af te zoeken in een waaier vorm, dus beginnen aan de ene kant van je bereik en eindigen aan de andere kant. Hou beide armen gestrekt als je gaat werpen en denk om je vingers! Gevlochten lijnen kunnen aardig snijden. Gebruik bij voorkeur een handschoen!
• Eenmaal ingegooid draai je de lijn strak zodat de dobber tegen het lood aan komt. Wijs met de punt van je hengel naar de dobber hou met één hand de blank boven de molen vast. Hierdoor krijg je namelijk meer trillingen door. Schuif nou heel langzaam het lood over de bodem door je hengel een kant op te trekken.
• Na elke keer dat je de het lood ongeveer 3 meter over de bodem hebt getrokken draai je de lijn weer strak en wijs je weer met je hengel naar de plek waar het lood zich bevind. Tijdens het verschuiven van je lood over de bodem kun je een heel goed beeld krijgen over wat er op de bodem allemaal gebeurt.
1 • Zachte bodem:
Dit voel je door de vele weerstand bij het binnen halen. je voelt duidelijk dat je hem door modder heen moet trekken. Vaak geen goeie stek tenzij de bodem overal heel hard is.
2 • Stijle helling naar beneden (taluutje):
Het lood trek je heel gemakkelijk naar je toe. je voelt dat deze naar beneden glijd. Ook een plek waar karper graag komt eten.
3 • Waterplanten:
Veel weerstand. vaak moet je hem zelfs 'lostrekken.' Ook zie je vaak resten van waterplanten op je lood of dobber. Probeer een plek naast de waterplanten te vinden om daar te vissen.
4 • Harde plaat:
Hier trek je je lood heel makkelijk overheen. Ook voel je alle oneffenheden op de bodem. Dit is vaak een goeie karperstek.
5 • Mossel plaat / steentjes:
Dit merk je door kleine tikjes op je hengel. Je trekt hem als het ware over de steentjes / mossels heen wat goed te voelen is. Dit is een heel goeie stek waar karper zich graag ophoud.
6 • Stijle helling naar boven:
Heel veel weerstand bij het naar binnenslepen. kan ook verrassend veel vis opleveren. vooral boven- of onderaan het talluut.
• Om de drie meter kun je de dobber naar boven halen. Draai je lijn strak en wijs met je hengel naar het lood.
• Zet nou je baitrunner aan en trek een halve meter lijn van je spoel. Dit doe je net zo lang tot je dobber boven komt. Door het aantal keer weet je precies hoe diep het er is.
• Draai de dobber weer binnen tot deze tegen het lood aankomt en herhaal het proces.
Breng op deze manier je hele stek in kaart zodat je precies weet wat er onderwater allemaal gebeurt en de beste plekken vind om er effectief te kunnen vissen! Dit peilwerk kan soms best wel lang duren, maar als je daardoor meer vis vangt....?
Succes!