Grootwatervrees

Als herintreder in het karpervissen hik ik nog steeds aan tegen een terugkeer op het grote water. Dit water betreft in mijn geval het zeer uitgestrekte Hollands Diep. Veel respect heb ik voor de karpervissers die zich vandaag de dag vastbijten in dit water en zich door grote scholen brasems en windes heen slaan om tot schaarse karpervangsten te komen. Hoe anders was het daar in de jaren 90 toen de moeilijkheidsgraad van dit water in mijn ogen een stuk lager was. Waar zijn al die karpers toch gebleven? Mijn high time op het Hollands diep beleefde ik tussen 1993 en 1998. Wat ik er toen voor over had om daar karper te vangen kan ik nu haast niet meer bevatten. De motiverende factor was dat er toen wel goed karper te vangen was. Uiteraard was het niet altijd prijs, daar was het water te grillig voor.

 


Graag  wind op de kant, schuimkoppen geen bezwaar
 

Je kon het succes wel goed sturen door een voercampagne samen te laten vallen met bijvoorbeeld een stevige wind uit het westen of zuidwesten. Alvorens ik in 1993 op deze enorme watermassa neerstreek, viste ik op wat kleinere rivieren en kanalen. Hier ging de zgn. afroomtheorie van Evert Aalten goed op. Aalten schreef destijds een boek waarin hij zijn succesvolle strategie op natuurlijk water toelichtte. Globaal gezien kwam dit neer op het opbouwen van een voerstek in een aantal dagen met koolhydraatrijk aas. Hierna kon er dan vlot karper afgeroomd worden. Deze theorie stond lijnrecht tegenover het vissen met eiwitrijk aas uit Engeland wat toen ook door veel Nederlandse karpervissers gebruikt werd. Aalten redeneerde dat in ons land de situatie qua natuurlijk voedsel in het open water totaal anders was dan op de Engelse putten en juist smaakvolle koolhydraten in een voercampagne veel doeltreffender (en goedkoper en minder verzadigend) waren. Ik moet bij ondervinding zeggen dat hij het goed begrepen had. Als ik zijn voerstijl toepaste op een kanaal dan ving ik op de visdag vlot een aantal karpers. Deze lagen dus al gretig te wachten.
 

Als ik deze voerstrategie op het Hollands diep toepaste dan pakte het anders uit. Voeren was prima maar de karper liet zich hier niet in de wachtkamer plaatsen. Mijn idee was dat de vis daar al jaren dezelfde route aflegt om voedsel te zoeken en hier nauwelijks van afwijkt. De voerstek moest dus uiteraard wel aangelegd worden waar zich natuurlijk voedsel (zoals mosselbanken) bevond. Op mijn stek was het vooral raak tussen 5 uur en 8 uur s' morgens met uitlopers naar later in de morgen bij goede condities zoals een stevige westenwind met veel bewolking. Doordat mijn werkzaamheden voornamelijk in de middag en avond plaatsvonden kwam dit goed uit. Mijn vaste vismaat had voor dit water een ongelukkiger werkschema aangezien hij rond 5 uur juist in moest pakken om naar het werk te gaan. We vingen wel eens incidenteel voor 5 uur maar meestal als hij net met de auto vertrokken was dan kreeg ik de 1e run.

Ik hield in de 90er jaren een vislogboek bij en zie dat mijn 3 beste sessies op het Hollands diep respectievelijk 10, 8 en 6 (deze sessie met wind uit het noordoosten) karpers op wisten te leveren. De sessie met 10 karpers was echt bizar. Ik bleef die morgen maar doorvangen en er kwamen, doordat het succes bekend was geraakt, verschillende karpervissers onder hun lunchtijd van het werk even snel buurten. Die jongens werden bijkans gek want tijdens dit half uurtje lunchpauze bracht ik 3 karpers uit deze binnenzee op de kant. Ik kon gewoon niet stoppen met vissen en toen ik om half 2 s' middags nummer 10 gevangen had moest ik enorm haasten om in te pakken. Thuisgekomen kon ik nog net een eierkoek tussen de tanden nemen voor achter het stuur. Ik had geen tijd meer om fatsoenlijk te eten en trapte het gaspedaal zeer diep in om nog op tijd op het werk te verschijnen. 
 


Uitzicht vanaf de stek van weleer
 

Het lijkt of het niet veel gekker kan maar er was een periode dat ik 2 wateren per nacht beviste. Omdat het Hollands diep voor mijn vismaat (door de aastijden) niet de moeite was, viste ik samen met hem van de avond tot 5 uur s' morgens op een cultuurwater. Als we dan inpakten ging hij naar z'n werk en schoof ik voor de 2e ronde op de hot time aan op het Hollands diep. Ik had mijn emmers met voer daar de hele week verdekt opgesteld staan in de bosjes en mikte er s' avonds vooraf een emmer in. Zo sloeg ik regelmatig een dubbelslag door op beide wateren te vangen. Ik zie in m,n logboek dat ik het beste stukje kwaliteitsvissen qua periode had gedurende 2 weken in Juni 1994. In 14 dagen, waarin de wind continu uit de goede hoek kwam, zette ik 10 ochtenden de wekker op half 5 en wist in totaal 29 karpers op de kant te krijgen. 



Het waren niet allemaal kanjers
 

Nu ik terug kijk op deze periode besef ik dat ik toen eigenlijk wel een karperjunk was. Het was karpervissen en de rest deed ik er bij. Nu is het gelukkig andersom en vis ik voor het plezier. Onlangs ben ik nog eens wezen kijken op de oude stek . Even uitkijken over het uitgestrekte water en de sfeer van weleer op me in laten werken. Toen ontstond spontaan de inspiratie voor dit artikel. Misschien kom ik hier ooit terug.

 

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.