Natuurbeheer en Karperbeheer (deel 1)

Zo in de wandelgangen krijg je weleens het idee dat natuurliefhebbers en karpervissers niet erg door één deur kunnen. Mensen van karpercommissies en spiegelprojecten zijn ook doodsbang dat hun uitzettingen wellicht niet meer mogen, om ‘ecologische‘ redenen en dat soort onzin, je weet wel, toch? Dit stuk is ook bedoeld om te laten zien dat er veel gemeenschappelijke belangen zijn en samenwerking zelfs perspectief kan bieden.



Verantwoording

Ik ben een gewone visser, die al wat jaren op verschillende wateren bij mij in de buurt veel heeft rondgevist en vooral gekeken. Daarnaast heb ik ook een opleiding Natuur- en waterbeheer en enige jaren werkervaring op dit gebied, zodat ik beiden kan combineren. Ik beweer niet de wijsheid in pacht te hebben. Het is ook maar de mening van één persoon. Een andere mogelijke tekortkoming van dit stuk is dat het alleen gebaseerd is op waarnemingen bij mij in de buurt. Het lijkt mij alleen stug dat het in de rest van Nederland zoveel anders zou zijn. Lees het gewoon en kijk wat u ervan vind. Het is niet mijn bedoeling om kritiek te leveren maar een bijdrage en hopelijk een verfrissende.


Kanaalvis met potentie

Omdat dit artikel in z’n geheel vrij lang is, wordt het in twee delen geplaatst. Het eerste deel gaat over de huidige situatie van de karper in Nederland, uitgaande van de situatie bij mij in de regio. Volgende week volgt deel 2, met het Karperbeheer zoals het in deze verschillende situaties zou kunnen plaatsvinden.


Deel 1: de Huidige situatie


1 • De boerenkarper
Wordt gezien als de oorspronkelijke wilde vorm van de karper. Hierover bestaat echter nog steeds geen volledige duidelijkheid. De boerenkarper is erg zeldzaam geworden, staat in feite op de rand van uitsterven.

2 • De schubkarper
Een gekweekte variant van de karper, voorheen veel uitgezet overal in Nederland, de laatste tientallen jaren op de meeste wateren niet meer. Meest uitgezet werd de zogenaamde 25% wildbloedhybride van de OVB. De oudste en vaak ook grootste schubs van veel wateren betreffen waarschijnlijk nog vissen van deze uitzettingen. Ze hebben zich op heel veel wateren goed aangepast, houden zichzelf door natuurlijke voortplanting afhankelijk van het watertype goed tot redelijk in stand. Worden door de meeste biologen daarom als inheems beschouwd. De vissen die uit natuurlijke voortplanting voortkomen hebben de neiging om langzaam slank en minder zwaar te worden. Een soort teruggang naar de wildvorm zeg maar. Over het algemeen is hun gezondheid goed, kunnen ze zeer oud worden en  de hoger gebouwde exemplaren ook zeer zwaar (tot over 50 pond).


Een echte boerenkarper uit de polder

3 • De spiegelkarper
Een door de mens gekweekte variant, oorspronkelijk bedoeld voor de consumptie, inmiddels ook voor de hengelsport. Voor de duidelijkheid, ik bedoel hiermee ook rijen-, leder- en volschubkarpers. Dit zijn gewoon andere vormen van de spiegelkarper. Deze vissen blijken zich in Nederland haast niet voort te planten. Zonder uitzettingen sterven ze langzaam uit. Langzaam, omdat de individuele vissen net als de schubkarper toch heel oud worden (tot wel 40 a 50 jaar!!) en ook even zwaar.

4 • Andere soorten
Naast de karper zwemmen in Nederland ook andere vissoorten als brasem, zeelt, kroeskarper en giebel die in het beheer moeten worden meegenomen omdat ze vergelijkbaar voedsel, aas- en paaigedrag vertonen en soms zelfs kruisen.


Watertypen

Naast karpersoorten wil ik ook onderscheid maken in enkele hoofdwatertypen omdat de situatie per water behoorlijk kan verschillen. De indeling kan nooit alle situaties dekken maar is praktisch bedoeld naar vergelijkbare (beheers)omstandigheden.

1 • Ondiepe wateren
Het betreft wateren in parken, (nieuw)bouwwijken en bedrijventerreinen, maar ook de meeste polderwateren. De gemiddelde diepte is hooguit 60 cm, de maximale ongeveer een meter.



Een typische poldervis. Lang en slank
 

Bij  mij in de buurt zijn er veel van dergelijke wateren, sommige met zandbodem anderen op klei of op veen doch allen vertonen hetzelfde beeld. Op al deze watertjes is een enorme spontane voortplanting van (schub)karper. Zodoende een hoog bestand aan karper waarbij  de maximale grootte van de vissen achterblijft. Hierbij is verschil per bodemtype. Op de klei wordt de gemiddelde vis het grootst, ± 18 a 20 pond bij 78-80 cm, normale verhoudingen eigenlijk, typisch voor de 25% wildbloedschub.

Een hoogst enkele vis groeit door naar tegen de 30 pond bij ongeveer 90 cm. Dit zijn altijd schubs. Er zwemmen na zeker 30 jaar zonder uitzettingen nog altijd spiegels, ongeveer 1 op de 12 a 15. Slechts een enkele van deze spiegels bereikt de 20 pond en dat bij geringere lengte, ± 75 cm. De meeste spiegels stokken ergens bij de 72 cm en 16 pond, en vertonen sneller ouderdomsverschijnselen als staar en terugval in gewicht dan de schubs. Hele jonge spiegels, kleiner dan 30 cm, zie je nog wel doch wanneer de vissen  dan opgroeien lijken er vervolgens voornamelijk schubs over te blijven. De meeste  jonge spiegels zijn klaarblijkelijk te zwak en verliezen de concurrentiestrijd.

Op het bedrijventerrein op zandbodem is helemaal bijna geen spiegel meer aanwezig. De schubs groeien eerst normaal als op de klei maar blijven daarna vanaf zo'n 50 cm achter vooral in gewicht. De vissen ogen dus slank tot zelfs mager. De gemiddelde vis wordt hier zo`n 15 a 16 pond bij ongeveer 75 cm.

In het veenpoldergebied ben ik iets minder bekend. Echter ik zie dat ook hier de voortplanting zeer groot is en de vissen lijken wat kleiner en slanker net als op het zand. Op de wat grotere en iets diepere veenmeertjes zwemmen wel grote vissen, tot zelfs bijna 40 pond. Op al deze wateren valt de paai zeer vroeg, in de meeste jaren al in april !!!
 


De paai


Deze wateren zijn door hun ondiepte en vaak snelle baggerophoping zeer gevoelig voor wintersterfte. Door het ondiepe water blijft er onder het ijs soms nauwelijks ruimte over en de dikke baggerlagen vragen extra zuurstof voor de plaatsvindende rottingsprocessen zodat nog minder zuurstof voor de vissen onder het ijs overblijft. Dezelfde dingen veroorzaken soms ook zomersterfte tijdens hittegolven, meestal alleen op stilstaand water.
 
Een ander verschijnsel op deze wateren is dat de karper zo kan domineren dat andere soorten als zeelt, kroeskarper en boerenkarper worden verdrongen en soms zelfs geheel verdwijnen. Bij ons in het park ving ik vroeger ieder jaar nog enkele echte kroeskarpers en boerenkarpers. Die zijn nu verdwenen. Er resten alleen nog enkele kruisingen. De zeelt handhaaft zich in zeer klein aantal.

Wat me ook opvalt, is dat als het water echt ondiep is, tot 60 cm, de karper domineert en als het water zo rond de meter is de brasem dominant wordt. Het vreemde is dat juist hier de andere soorten als zeelt zich het beste standhouden alsof door de concurrentie tussen brasem en karper ook weer ruimte ontstaat voor andere soorten.

2 • Boezemwateren, Kanalen, Grachten, Rivieren en ondiepe plassen
Met een diepte van zo`n 2 a 3 m diep is de brasem hier meestal veruit dominant, tot bijna een plaag bijna. Deze wateren zijn vaak erg uniform, het zijn regelrechte ‘bakken’ met water, meer niet. Toch weet ook hier de schubkarper zich voort te planten, zij het niet in grote aantallen. Ze zoeken bewust, soms heel ver, naar goede (d.w.z. ondiepe, beschutte en plantenrijke) delen. De paai valt op deze wateren meestal pas in juni.
 


Een mooi kanaal


De gemiddelde verwilderde boezemschub is in Nederland van het slanke type, die meestal niet verder komt dan zo n 16 pond bij 80 cm, de zogenaamde torpedoschubs. Het lijkt op een soort teruggang van de schub naar het oorspronkelijke slanke type, de boerenkarper. Toch bestaan er ook nog grote boezemschubs, de zogenaamde boezemberen volgens Rolf Bouman. Dit zijn waarschijnlijk oude vissen van de laatste uitzettingen.

Persoonlijk denk ik dat er ook bij de vissen die uit spontane voortplanting komen nog steeds potentieel grote vissen zitten. Ik zie op internet genoeg filmpjes van vissers die jonge vissen vangen die wel nog het vereiste wat hogere postuur hebben, de typische bouw van de 25% wildbloedhybride.

Op de meeste boezemwateren in Nederland zijn tegenwoordig goed lopende spiegelkarperprojecten. De oudste lopen al vanaf 1998. Er wordt op zorgvuldige wijze geprobeerd een goed spiegelbestand op te bouwen door jaarlijks verspreid over de boezem (zeer) kleine hoeveelheden spiegels los te laten. In de meeste gevallen wordt een systeem van fotografie van alle losgelaten vissen + determinatie van door vissers teruggemelde vissen toegepast zodat een goede monitoring mogelijk is.

In andere gevallen wordt alleen een bestand opgebouwd van teruggemelde vissen zodat bij hervangst nagegaan kan worden hoeveel deze vissen gegroeid zijn en waar ze zijn gebleven, de zogenaamde spiegelkarperprojecten met een kleine ‘s’.



Een snelgroeier


Ik ben geen spiegelkarperprojectingewijde dus ik zal misschien gauw wat fouten maken op dit gebied. Maar goed, mijn persoonlijke ervaring bij ons op de boezem was een vangst percentage van zo`n 60% projectspiegel. Ik vond dit toch wel erg veel. Ik merkte wel dat je een spiegel gewoon makkelijker vangt. Logisch, ze zijn op visvoer gekweekt. Ik las dit ook in een stuk van Joris Weitjens. Het is dus moeilijk om het populatiepercentage spiegel te bepalen op grond van de vangstgegevens. Volgens Joris Weitjens is het gemiddeld vangstpercentage spiegel op de amsterdamse boezem inmiddels 25 tot 33%. Plaatselijk en tijdelijk kan dit percentage zelfs tot 80% bedragen! 

Omdat de meeste spiegels - nadat ze eenmaal het moeilijke eerste jaar zijn doorgekomen - oud worden, leiden jaarlijkse kleine uitzettingen toch al gauw tot een behoorlijk bestand. Het komt mij ook voor dat ze lijken samen te groepen. Dit zou wel kloppen met het feit dat ik op internet zie dat collega-vissers in een ander deel van onze boezem veel minder projectspiegel vangen dan ik. Verder begrijp ik dat de toegenomen spiegelstand ten koste lijkt te gaan van de verwilderde schubs. Hier komt men achter door inzenders ook te vragen naar de verhouding spiegel/schub in hun vangsten. In het eerste jaar na uitzetting vallen de meeste slachtoffers onder de spiegels, zijn ze dit eerste jaar door dan groeien ze goed, alleen veel minder hard dan bv in Frankrijk of zo. Tevens blijven veel vissen op een gegeven moment ‘hangen’ bv rond de  20 of 25 pond. Echte dertigers of groter worden nog weinig gevangen.

3 • Zandwinplassen en andere diepe veelal afgesloten wateren
Deze wateren zijn diep tot zeer diep en blijven derhalve lang koud in het voorjaar. Op verschillende plassen bij ons in de buurt zie je een vergelijkbaar proces. Na jaren zonder uitzettingen neemt het bestand langzaam af of stort zelfs compleet in. Tezamen met de sterk toegenomen dressuur leidt dit tot zeer lage vangsten vergeleken bij vroeger. Een ander verschijnsel is de sterk toegenomen waterplantengroei. Het is onduidelijk of dit komt door de afname in karper of door een toename in waterkwaliteit. Hoe dan ook, veel vissers vinden dit wier een crime. Je lijn en rig komen er vol mee te zitten en de planten zorgen voor een toename aan natuurlijk voedsel waardoor de weinig overgebleven vissen nog minder behoefte hebben aan ons voer.
 


Een spiegelkarper van een zandwinning


Veel klagende vissers zijn het gevolg en de meesten zoeken hun heil elders. Op wateren waar je vroeger overal tentjes zag, vind je er nu met moeite soms 3. Vanuit het oogpunt van natuur is de waarde juist toegenomen. Er komen nu meer planten voor en het visbestand is gevarieerder geworden. De dominantie van de grote karper is voorbij en er is weer ruimte voor bijvoorbeeld voorns en zeelten en daarmee ook voor roofvissen die daarop prederen.

Men zou verwachten dat de brasem is toegenomen, doch deze is gelijk gebleven of zelfs wat afgenomen. Wellicht omdat er nu veel minder hengelaars voer in het water komt. Ook voor vogels zijn er  o.a. door de aanwezigheid van meer kleine vis (voorns, jonge vis) meer mogelijkheden.

Er vindt op deze wateren blijkbaar nauwelijks enige voortplanting van karper plaats. De paai is ook hier laat, meestal pas in juni. Op één van onze zandwinplassen heb ik echter ook regelmatig grote vissen al rond Koninginnedag zien paaien. Niet op de plas zelf maar in zeer ondiepe (30-60 cm) zijslootjes en meertjes. Juist deze plas heeft nog een goed schubkarperbestand met ook enkele zeer zware vissen. Toeval? Eerlijkheidshalve moet ook gezegd dat deze plas een open verbinding heeft met de boezem.
 


Schubkarper van groot water


Op de meeste van deze plassen worden sinds kort weer projectspiegels uitgezet. Het gaat om zeer kleine hoeveelheden die op dit moment nog niet tot duidelijke toename van de vangsten leidt op deze grote wateren.
 


Tot zover "Deel 1"

Het Beheer volgt in Deel 2. Om na te gaan of de hierboven beschreven situatie ook elders in Nederland zo is, vraag ik jullie in je eventuele reactie te willen vermelden of je bij jou in de buurt ook wateren zijn met een goede spontane voortplanting. Het is namelijk zo dat er onder deskundigen en Sportvisserij Nederland de overtuiging leeft dat de karper zich in Nederland nauwelijks succesvol voortplant, er wordt wel gepaaid, maar er blijft weinig van over. 

Het zou dus waardevol zijn als wij met z’n allen zouden ontdekken dat dit niet zo is, althans zeker op bepaalde wateren.
 


Jongbroed, gevangen met een kruisnetje


Je herkent een goede voortplanting door door veel kleine jonge vis van zeg onder de 50 cm. Bedenk wel dat je dergelijke vissen minder gemakkelijk vangt met de doorsnee bodemvisserij die de meeste mensen tegenwoordig hanteren (grote boilies tegen de brasem, snowman, zwaar lood etc.). Het beste bewijs vormt de aanwezigheid van zogenaamde juveniele vissen, karpertjes tot zo’n 40 cm met een nog zilvergrijze kleur en donkerrode staart en anaalvin, in vergelijking tot een volwassen vis, vanaf zo’n 50 cm die merendeels goudgeel van kleur is met  een meer oranje staart en anaalvin. Deze juveniele vissen vang je naar mijn ervaring bijna alleen met de pen en dan alleen met een klein haakje, zeg maar maatje 8 of 10. Dus heb je bij jou in de buurt wateren met dergelijke jonge vissen zonder dat er de afgelopen minstens 10 jaar of zo is uitgezet!!, geef het dan even door, zo mogelijk ook met de regio erbij vermeld en wat deze wateren typeert, bv ondiep of juist niet of plantenrijk etc.


Bij voorbaat bedankt !

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.