Oppervlakte grazers (deel 1)

Oppervlakte vissen is misschien een van de oudste vormen van karpervissen. Ondanks dat is het een methode die over het algemeen weinig wordt gebruikt en dat is jammer want oppervlakte vissen is misschien wel een van de effectiefste en vooral spannendste vormen van karpervissen. Middens dit artikel wil ik proberen verschillende aspecten van het oppervlakte vissen benoemen en zodoende jullie enthousiasmeren om het ook eens te gaan proberen op de laag waar lucht het water raakt!


Pak die brokjes dames!


Free lining

Oppervlakte vissen of ook wel korsten of vlokken genoemd, kan op allerlei manieren. Allereerst is er free lining waarbij aan de hoofdlijn enkel een haak zit geknoopt. Deze methode is zeer geschikt wanneer je geen verre werpafstanden hoeft te overbruggen. Bij het korsten in polders, smalle sloten of grachten hoeven vaak geen verre werpafstanden worden bereikt en is free lining een ideale methode. Het voordeel van free lining is dat je direct contact hebt met de vis. De hoofdlijn is de enigste connectie tussen jouw en de vis. Er zijn geen allerhande dobbers of loodsystemen waar eventueel wier achter kan blijven hangen. Het contact is rechtstreeks. Doordat je aas het enigste werpgewicht is, dien je in te spelen op de te werpen afstand. Met brood gooi je in principe verder dan met brokken. Brood heeft namelijk meer absorptievermogen en wanneer je voor het ingooien je broodje een enkele seconden in het water dipt, is je broodje zwaar genoeg om zelfs de 30 meter te halen! Dit kan uiteraard niet met de goede combinatie van materiaal waar we het later of zullen hebben. Moet je verder werpen dan zijn de volgende methoden interessanter.

Free lining, enkel een haak aan de hoofdlijn


Drijvers

Een tweede methode is het gebruik van drijvers. Hierbij monteer je een Sribulino, snoekdobber, buldo, flatliner, bombetta, suspender of controller een 50 cm van je haak. Het voordeel is dat je hierdoor verder kan werpen en hiermee op plekken kan komen die in het verleden niet haalbaar waren. In deze zogenaamde safety zones voelt de karper zich vaak veel veiliger en azen ze met meer overtuiging. Het nadeel is dat je presentatie ook harder te water komt. Het gewicht van de drijver speelt hierbij in het nadeel. Ook kan een dobber negatief werken in combinatie met wier. De kans is groot dat de drijver bij het slepen wier mee pakt en hierdoor het water in rumoer brengt. Een voorzichtige opvallende presentatie is dan ook vaak lastig. Kies dan ook voor een klein werpdobbertje met genoeg werpgewicht.  De laatste 50 centimeter lijn kun je maken van fluorcarbon zodat de presentatie minder opvalt. Ik kies zelf altijd voor een soepele fluorcarbon lijn die ik makkelijk kan rechttrekken. De fluorcarbon lijnen van Rig marole lenen zich hier uitstekend voor. Ik heb zelf ook een voorkeur voor doorzichtige drijvers. Naar mijn mening camoufleren ze de montage enigszins.

Drijvers zijn er in vele soorten en maten..


Schuiflood

Een derde methode is het gebruik van een schuifloodje. Hierbij monteer je op de hoofdlijn enkel een haak, een stoppertje en een schuifloodje of olivette waarbij de lijn door de middenkern loopt. Bij gebruik van olivettes kun je de rubberen insert verwijderen waardoor de lijn makkelijker door de middenkern glijdt. Ik raad zelf aan het hoogst mogelijk gewicht te pakken. Om ervoor te zorgen dat je montage in eerste instantie mooi afzinkt. Mijn voorkeur gaat hierbij uit naar de inline olivettes van fox match van 5.0 gram. Hoe groter de diameter van de binnenkern is, hoe beter. het idee is hierachter is als volgt, aan de haak monteer je een drijvend aasje. Boven de haak monteer je op 10cm een stoppertje waarop een schuifloodje of olivette rust. Het is belangrijk dat het loodje niet over het stoppertje kan glijden. Wanneer je nu ingooit zal je zien dat je gehele presentatie naar de bodem zakt. Wanneer je lijn geeft zal je aasje vanzelf naar boven komen. Het zelfde principe wat ook gebruikt wordt bij het uitpeilen middens marking.

Een schuivende loodmontage..

Het voordeel van dit systeem is dat het schuifloodje het mogelijk maakt verdere worpen te maken. Verder kun je door het geven van lijn zelf bepalen op welke diepte je aasje wordt gepresenteerd. Mochten de vissen zwemmen in de spronglaag, dan kun je met dit systeem ervoor zorgen dat je aasje ook in de spronglaag wordt aangeboden! Het nadeel van dit systeem is dat er maar iets op de bodem, zoals wier, ervoor kan zorgen dat het systeem niet meer functioneert. Wier kan het namelijk belemmeren dat je aasje bij het geven van lijn op de bodem blijft. Wanneer je zeker weet dat je aasje naar boven komt, dan is dit systeem een oplossing. Gaat het allemaal wat lastiger, dan kun je een loodje gebruiken met een grotere diameter middelkern. Je kan kiezen voor de zwaardere inline loodgewichten. Denk er alleen aan dat hoe zwaarder het lood, hoe harder de plons. Belangrijk is in ieder geval om er altijd voor de zorgen dat je aasje voldoende drijfgewicht heeft. Is dit niet het geval dan zal deze niet naar de oppervlakte komen drijven. Een tip is om dan een heel klein drijvertje te plaatsen tussen de haak en het stoppertje.

Olivettes lenen zich prima voor dit werk!

Ik zelf raad aan, mocht je dit systeem willen gebruiken, dat je opvallend aas gebruikt. Zo kun je makkelijker je aas vinden bij het vrij geven van lijn. Vooral op de langere afstanden kan een fel aas in je voordeel werken. Het bij je hebben van een verrekijker is bijvoorbeeld een methode die zeer functioneel is.


Zigrig

Een laatste methode is de zigrig. Dit systeem is de laatste tijd veel in de bekendheid geweest door zijn ultieme werking. Het principe is als volgt, in principe is de zigrig een vastloodsysteem waarbij gebruik wordt gemaakt van een (hele) lange onderlijn. Deze onderlijn is vaak gefabriceerd van fluorcarbon om de lijn minder zichtbaar te maken onder water. als aas wordt vaak een opvallend aasje gebruikt als fluo(r) pop-ups, wafters of foam. Het aas wordt vaak middens een D-rig gemonteerd aan de onderlijn. Het voordeel is dat je je aasje kan presenteren op jouw gewenste diepte door gewoon de lengte van de onderlijn aan te passen. Sommige vissers wensen om het aasje nog meer drijfvermogen te geven door een drijver zoals net besproken een 50 centimeter onder het aasje te plaatsen. Hierdoor weet je zeker dat je aasje ook drijft op de door jouw gewenste diepte.  Het nadeel van de zigrig is dat je telkens moet inhalen wil je de de diepte van je aasje te bepalen. Hier heb je bij de methode die hiervoor besproken is, geen last. Een ander nadeel van de zigrig is dat je te maken hebt met een lange onderlijn. Dit maakt het werpen lastig. Een optie is het gebruik van een voerbootje. Door je zigrig zorgvuldig in de lade te leggen, komt hij mooi onder water te liggen. Een andere methode die ik zelf veel gebruik is gebruikmaken van PVA string. Je rolt je onderlijn om je hand op als een klosje. Hierna bindt je met PVA het klosje bij elkaar. Zo is de presentatie compact en kun je hem zowel werpen als makkelijker vervoeren met je voerboot. Wanneer de PVA oplost, komt de montage vrij en drijft je aasje naar de oppervlakte. Belangrijk is om je onderlijn goed op te rollen. Ander functioneert het systeem niet.


Er zijn zoals hierboven veel mogelijkheden van aaspresentatie. Mijn voorkeur geniet free lining omdat hierbij direct contact met de vis en op de lijn geen andere onderdelen zitten bevestigd die makkelijk kunnen vast komen in obstakels en wier. Het gebruik van de verschillende systemen gaat ook gepaard met het aas wat je wilt gebruiken. Hierover volgende week meer.

Tim van Zanten

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.