Riet; helemaal zo gek nog niet!

Met een licht bevende hand krom ik mijn vingers voorzichtig om het handvat van m’n hengel wachtend op het moment dat mijn hengeltop krom zal trekken en mijn slip begint te gieren. Het topje van een karperstaart schommelt langzaam heen en weer bovenop mijn stekje, een teken dat de aanbeet niet lang meer op zich zal laten wachten. Op het moment suprême ontstaat er een dikke boeggolf maar de verwachtte run blijft helaas uit. Een schoolvoorbeeld die bijna iedere visser wel een keer heeft meegemaakt. Wat ging er mis…
 


Doordat de karpers op bepaalde wateren bijna het gehele jaar door worden belaagd zijn ze een meester geworden ik het detecteren van onze lijnen en daarmee ook het omzeilen van ons haakaas. De beelden op de diverse onderwaterdvd’s liegen er niet om, voerstekken worden compleet leeg gevreten terwijl onze zorgvuldig opgezette vallen er maar zielig en onaangeroerd bij blijven liggen. Bovenstaand voorbeeld speelde zich twee zomers geleden ook af op zo’n type water. Enorm veel hengeldruk dus het was er verdraaid lastig om een aanbeet te versieren.

Tijdens mijn observatierondjes, al struinend of vanuit een klein bootje, tref ik de karpers op het betreffende water meestal op een stek waar ze kort in de kant langs het riet koersen of lekker relaxed tussen de stengels liggen te rusten. Wanneer ik deze stek bevis loopt er behoorlijk veel lijn door het water wat door het rijkelijk aanwezige wier niet goed kan afzinken en kan dus gemakkelijk door de karpers kan worden opgemerkt. Ik kan tijdens mijn sessies aldaar dan ook voornamelijk rustig genieten van de flora en fauna omdat mijn schepnet en onthakingsmat meestal droog blijven en dat is nou juist nét niet de bedoeling. Dit moet dus anders!

In eerste instantie denk ik eraan om mijn lijn aan een bankstick met een wasknijper te clippen om zoveel mogelijk lijn uit het water te houden maar dit houdt dan wel weer in dat ik mijn haakaas met een bootje dien uit te varen of met een waadpak uit moet lopen. Gezien de erg schuwe vissen op dit water valt deze optie voor mij dus direct al af.  Hoe nu verder? Hoe kan ik deze vissen nou belagen zonder dat er al te veel lijn door het water loopt en zonder dat ik de stek teveel verstoor… Wanneer ik tijdens een vistripje een aantal rietstengels uit het water trek, omdat deze door de wind steeds valse piepjes veroorzaken, begint er een ideetje op te borrelen en heb ik misschien wel dé oplossing voor deze gedresseerde karpers gevonden!
 


Andere vangst


Direct draai ik mijn beide hengels binnen, grijp mijn spullen bij elkaar en vertrek naar de andere zijde van het water, op weg naar de rietkraag waar de vissen zich graag ophouden. Tijdens het zwemmen komen ze daar constant in contact met het riet en dit voelt dus vanzelfsprekend heel natuurlijk voor hun aan. Onze vislijnen daarentegen niet en het is daarom mijn bedoeling om vanaf mijn nieuwe stek letterlijk onder de top te gaan vissen en mijn hoofdlijn te gaan camoufleren met, jawel, riet! Ik heb daar in het verleden, midden tussen het riet en dus de vissen, al wel eens geprobeerd ze te strikken door alleen met slappe lijnen te vissen maar helaas zonder enig noemenswaardig resultaat. Wellicht kan deze ultieme camouflage daar verandering in brengen…

Ik ga als volgt te werk; ten eerste trek ik een rietstengel uit het water en snij een stuk van ongeveer 70 cm af. Ik gebruik het deel waar de bladeren aan zitten omdat deze voor een beetje drijfvermogen zorgen en de steel daardoor redelijk rechtop in het water blijft staan. Op het punt waar de bladeren beginnen steek ik een boilienaald door de stengel en trek er de hoofdlijn doorheen. Vervolgens herhaal ik dat halverwege en onderaan nog een keer. Je hebt nu als het ware je lijn door het riet gevlochten en kunt deze over de lijn schuiven. Vervolgens schuif ik het lood op de lijn, knoop er een zogenaamde ‘quick change wartel’ aan en monteer de onderlijn. Schuif nu het riet naar beneden tegen het lood en je hebt een perfecte natuurlijke camouflage van je hoofdlijn! Wanneer je nu kort onder het kantje gaat vissen loopt de stengel, waar je lijn dus doorheen gevlochten is, vanuit het lood vrijwel recht omhoog en gaat je lijn vandaar verder naar je topoog van je hengel. Het enige wat de karper dus kan waarnemen is de ‘natuurlijke’ rietstengel, althans dat was de gedachte. Ok, terug naar de sessie…
 


Putje


Zodra ik aan de andere zijde van het water ben aangekomen schiet ik in mijn waadpak en maak als eerste twee piepkleine stekjes tussen de rietstengels waar amper een hengeltje in kan staan. De vissen liggen hier, als het goed is, bijna voor mijn voeten dus absolute rust is een must! Ik voer direct enkele halve en verkruimelde boilies op elk stekje, bouw mijn hengels om naar hierboven genoemde ‘rietmontage’ en laat er op elk stekje één te water. De voorste bankstick stel ik vrij hoog op tussen het riet zodat de hoofdlijn vanaf de ‘rietmontage’ direct naar mijn hengeltop loopt en niet in het water hangt. Het wachten kan beginnen, kijken of dit idiote idee vruchten af zal werpen…

Een meter of vijfentwintig bij deze stek vandaan maakt het water een kleine bocht waar ik op mijn stoeltje neerplof om zodoende de stek te kunnen observeren. Na amper een kwartiertje zie ik al enkele deiningen voor het riet en besluit om alvast rustig richting de hengels te wandelen. Het rustige wandelen gaat al snel over in een sprintje omdat er tussen de rieten een beetmelder moord en brand begint te krijsen! Niet veel later zitten mijn schepnet en onthakingsmat gelukkig alsnog onder het karperslijm omdat een mooie schubkarper zich in mijn ultieme lijncamouflage had vergist. Die zomer vinden op het betreffende water nog enkele karpers op dezelfde wijze de weg naar mijn landingsnet.
 


Het eerste 'slachtoffer'


Zo zie je maar, voor elke situatie bestaat er uiteindelijk wel weer een oplossing. De mensen dichten karpers maar al te graag/vaak bovennatuurlijke eigenschappen toe, en natuurlijk, vissen die veel worden belaagd worden steeds sluwer en zijn meer op hun hoede. Toch denk ik dat, door creatief met problemen als deze om te gaan, je uiteindelijk overal wel je vissen kan vangen. Mocht het op jouw water nou een keer niet lekker lopen en zijn de vissen er behoorlijk ‘spooky’ voor lijnen dan zou ik deze ‘rietmontage’ zeker eens proberen. Baat het niet, schaden doet het zeker niet! Immers, niet alleen verandering van spijs doet eten maar ook een afwijkende aanpak in je visserij kan weer voor een opleving van je vangsten zorgen. Succes ermee!

 

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.