Safety first (deel 1)

Het is al vele malen beschreven, maar toch zie ik het nog zo vaak fout gaan. Vaak bij de jeugd, maar ook nog bij volwassenen. Soms met gruwelijke gevolgen. Het veilig omgaan met de karpers van haken tot landen, en vanaf de kant weer retour naar hun element.

Laat ik beginnen met de mededeling dat dit geen schrijven is om mezelf te verheerlijken, ook ik maak(te) fouten, maar probeer altijd van deze fouten te leren en ze te verbeteren.

In het verleden, en dan hebben we het over de jaren 80 dat ik begon met vissen en later ook op karper, werd er nog niet zo nauw gekeken naar de veiligheid. Niet dat we de vissen met opzet wat aan deden, maar er waren nog geen onthaakmatten, fatsoenlijke bewaarzakken laat staan recover slings. Onze gevangen vissen deden we in jutten zakken waar aardappels in hadden gezeten om ze de nacht door te laten komen, om ze ’s morgens op de foto te zetten. Touw eraan en dat ging best goed. Ik viste jaren achtereen op een grote vijver en ik heb er nooit dode vissen gevonden. Althans niet in grote getalen. Ik was niet de enige namelijk die dat deed. Ik vond een foto van toen ik 17 was en daar lag een zwarte zak onder mijn knie. Dus dat was in 1990. Of ze er al eerder waren weet ik niet precies.

Vaak het gevolg van té hard drillen

Nu moet ik erbij vertellen dat de vissen van toen nog niet zo groot waren als nu. De getallen zijn simpelweg verdubbeld. Vissen van 20 tot 25 pond waren kneiters, 30 pond en zwaarder waren je target’s en als je er zo één ving was je de man! Een veertiger kon je alleen maar van dromen. Daarvoor moest je echt naar Frankrijk. Wat ik zeggen wil is, dat zwaardere vissen kwetsbaarder zijn als hun kleinere soortgenoten. Ze kunnen onder hun eigen gewicht makkelijk een vin breken bijvoorbeeld.

Terug naar het heden. Ik ben dit verhaal gaan schrijven met als doel zo veel mogelijk mensen te bereiken en als ik er al tientallen kan overtuigen om het veiliger voor de karpers te maken ben ik al tevreden. Te vaak zag ik het al mis gaan, vissen die ik in perfecte staat ving, ving ik jaren later totaal verminkt terug. Vreselijk. Kapotte bekken, geknakte vinnen en staarten, en lelijke plekken op de flanken, dit kan natuurlijk ook door de paai zijn gekomen maar goed. Ik heb echt tokkies met 15 kg vissen in hun handen gezien en een krat bier als onthaakmat. Klapper klapper, stuiterend van het betonnen talluud af. En of ik een tik op mijn oog wilde hebben toen ik er wat van zei….. deze zelfde scooterboys kwam ik een jaar later weer tegen en toen zag ik dat ze nog lekker in hun tent lagen te slapen, krat bier was natuurlijk leeg en er hing een, duidelijk grote vis, in een sling strak aan een omheining paaltje van de vijver, dus zonder touw, in het water, in de brandende zon! Dat was in de zomer om half elf. Ze zullen raar gekeken hebben toen ze wakker werden ghehehe. ;-)

Het afval van een lijnbreuk. Hieraan hing ook een lip van een karper 

Ik vond zelf dat er vanuit de vereniging wat meer gecontroleerd moest worden op dit soort praktijken, maar dit was een kansloos idee. Geen animo. En dus besloot ik toen al een artikel te schrijven. En nu nogmaals een verbeterde versie, want ja, na 8 jaar zijn er qua veiligheid gelukkig al weer wat verbeteringen op de markt te verkrijgen.

 

Waar te beginnen?

Gewoon al bij het begin. Met het voer bijvoorbeeld, daar kan het al mis gaan. Het aantal boilie boeren is de laatste 5 jaar explosief gestegen. Goede zaak, want zij willen natuurlijk allemaal de beste zijn en dat betekent goede verse boilies! Schraal in de winter, voedzaam in de zomer, prima. Beter als die chemische stuiterballen van vroeger die maanden in de schappen van de plaatselijke hengelsportzaak lagen. Maar dan hebben we nog de partikels. Ook die kun je tegenwoordig kant en klaar kopen, maar als je net als ik en vele anderen er massa’s mee wil voeren, met beleid natuurlijk, dan word dat een dure aangelegenheid. Dus kun je ze beter rauw per 20 kilo kopen. Maar dan moeten ze nog wel goed bereid worden om ze geschikt te maken voor het consumeren van de karper. Doe je dit niet, dan kan het slecht aflopen voor de vis.

Een fantastisch aas. Zorg er wel voor dat je het goed bereid

Een vervelend voorbeeld is de record karper van Engeland, Benson. Zij overleed op 25-jarige leeftijd door vergiftiging. Ongekookte noten, pinda’s. of wel, alle noten, zaden etc moeten gekookt en geweekt worden. Ga er maar vanuit dat alle partikels minimaal 24 uur moeten weken in ruim wat water, pinda’s zelfs 48 uur. Om ze daarna een uur te koken, na het koken kun je ze in vriezen of laten fermenteren.

Vooral bij maïs en tijgernoten geeft dat een extra boost aan je partikel. Tijgers gaan slijmen en hoe verser de noot hoe sneller en meer slijm. Dit zoete suikergoedje vinden de karpers lekker. Maïs word zuur en meurt een uur in de wind. Toch weten de kapers dit ook wel te waarderen. Maar pas op. Na een tijd gaan ze schimmelen en zijn ze waardeloos. Ingevroren kun je ze makkelijk een jaar bewaren. Weken en koken dus!! Het spreekt voor zich dat je rustig aan begint met voeren. Denk na. Storten kan betekenen dat je je eigen ramen ingooit en ook die van anderen. Als de vissen vol zitten, vang je ze niet meer. Zo simpel is het.

* Lees volgende week het vervolg van Safety First, waarin Tom Lenters dieper in gaat op je voorbereidingen en het behandelen van een karper. Een 'must read'!

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.