Techniek & Tactiek: riviervissen in Frankrijk

Na een negatieve ervaring op een Hollandse rivier, één vis in een heel seizoen vissen en niet weten wat ik fout deed, heb ik de visserij op deze rivier afgezworen. Maar de sereniteit, de rust, de vrijheid, het avontuurlijke bleef knagen. Een paar jaar later bevond ik mij dan ook voor het eerst aan de oevers van de grote Franse rivieren om een poging te wagen op deze machtige wateren. Met wisselend succes weliswaar, maar dat mocht de pret niet drukken. Het werd een groot leerproces van vallen en opstaan waarbij werd geblankt, vele meters lijn werden verkloot, vis werd verspeeld en de frustraties dus ook af en toe flink op liepen. Maar de vis kwam op een gegeven moment wel en na enige aanpassingen in techniek, tactiek en materiaalkeuze werden de frustraties geminimaliseerd en de vangsten schoten omhoog. Het moet wel gezegd worden dat ik soms elke maand van het seizoen voor een korte sessie van 2 tot 5 nachten afzakte naar Frankrijk, en dat je dan wel in relatief korte tijd veel kan bijleren. De meest wijze lessen die ik geleerd heb vormen dan ook de basis van dit artikel.


De serene rust langs de rivieren bleef knagen

Locaties

In Frankrijk zijn veel meer sluizen en stuwen in de rivieren gebouwd dan in ons kikkerlandje en sommige van deze zogeheten stuwstukken zijn maar één kilometer lang. Als je dus berichten hebt gehoord van iemand die vijf biggen ving in de Seine bij plaatsje X en jij wilt daar ook heen, dan is de kans groot dat je niet belandt op het stuwstuk waar dat slag vis ook daadwerkelijk rondzwemt. Het gebeurt namelijk vaak genoeg dat stuwstuk X enkele grote vissen bevat en bijna geen kleine karper, terwijl stuwstuk Y (1 stuw stroomopwaarts) enkel massa’s kleine karpers en giebels bevat. Ik plande bij het bevissen van nieuwe gronden dan ook dusdanig dat ik elke dag een ander stuwstuk beviste om op deze manier snel informatie over bestanden te vergaren. Eenmaal een stuwstuk gevonden waarvan het bestand mij aansprak, dan werd deze systematisch afgevist in een korte vervolgsessie.
Berichten als “in de Marne zwemt geen grote vis” zou ik dan ook met een flinke korrel zout nemen. De meeste vissers ploffen nog steeds voor een week neer op een stek en zijn daar niet meer vandaan te slaan, waardoor ze geen idee hebben van wat er 2 kilometer verderop voor een bestand zit.


Licht bepakt en hit & run visserij

Lijnen, molens en hengelsteunen

Ik begon met een fluorocarbon hoofdlijn van 0.33mm, maar dit bleek compleet waardeloos op de meeste Franse rivieren. Met een flinke voorslag ging het al beter, maar het vissen in de verre vaargeul, over een taludrand heen die bezaaid ligt met mosselen en steentjes, vroeg om 20 tot 40 meter lange voorslagen en dat is verre van optimaal. Hierdoor ben ik uiteindelijk overstapt op soepel nylon met een diameter tussen 0.45 en 0.50mm, een gemiddelde voorslag over de hele lengte dus. Helaas vraagt dit wel om een big pit molen anders kan het maar zo zijn dat je maar 100 meter op je spoelen kwijt kan. Ook sterke gevlochten lijn met voorslag gebruik ik alleen nog maar in ondiepe zones met veel wiergroei om de vis makkelijker door het wier heen te loodsen.

Door die leuke taluds bij de vaargeul en de soms grillige bodem is het op veel plekken wel handig om je hengels heel hoog te kunnen plaatsen. Een stabiele rodpod die naast een platte stand ook een ‘scud raket stand’ heeft is dan wel erg fijn. Banksticks vind ik onhandig want je weet nooit waar je komt te zitten en of je ze de grond in krijgt, een rodpod voldoet altijd.


Moselle biggen; mijn eerste kennismakingen met de Franse rivieren

Lood en hengels

Omdat de rivieren de ene dag stil staan en de andere dag flink kunnen stromen is het verstandig om ook zware loodgewichten mee te nemen. 120 gram is op dit moment het lichtste gewicht dat ik nog gebruik en dan alleen maar onder de eigen kant. In het begin beviste ik alleen de eigen oeverzone en de eigen kant van de vaargeul als de stroming het toeliet. Dat ging prima met een hengel waarmee je gewichten tot 140 gram met een zijwaarts worpje 50 meter kon wegzetten. Een gewoon gemiddeld Hollands setje dus.

Ik vond echter dat ik mijzelf te kort deed om met 3 á 4 stokken 10 meter uit elkaar te liggen en zo hooguit 50 meter van de rivierbreedte te benutten. Om alles op zijn plek te houden (ook als je vlakbij de overkant vist) heb je soms echt zwaar lood nodig van 200gram+. Een zware stok is dan noodzakelijk, want 170 -240 gram klap je niet 60 tot 90 meter weg met een 2 ¾ lbs 12 voetertje zonder hem finaal doormidden te breken. Ik heb een paar jaar met Prologic tournament carp hengels gevist en dat ging al een stuk beter want die zijn erg robuust voor een 2¾ lb. Maar na een lang gezoek naar de ideale hengel voor extreme omstandigheden, kwam ik uiteindelijk uit bij de Greys Aircurve 3,5lb 13 voets nanotechnologie hengels. Die kunnen dit wel aan en zonder problemen. Het kost wat, maar dan heb je ook wat en het levert gewoonweg meer vis op omdat je nu de hele breedte van de rivier kan gebruiken om de vis op te vangen in plaats van de helft.

Oh ja, vergeet je loodclips niet regelmatig te vervangen want die verzwakken heel erg snel na een paar worpen met 240 gram lood. Het loodclipje breekt dan gewoon af tijdens het werpen of tijdens de dril. De, deels metalen, Heavy Duty leadclips van bijvoorbeeld MAD lijken hier beter tegen bestand en die zal ik dit jaar eens uitgebreid aan de tand gaan voelen.


Stevige haken en loodclips zijn een must!

Onderlijnen

Als onderlijn heb ik diverse dingen geprobeerd: van high-tec rigs tot basic braided hairrigs. De high-tec rigjes kunnen zo de prullenbak in, want dit levert in de meeste gevallen enkel lossers op en een hoop frustratie en kapotte bekken. De onderlijn moet op de rivieren voor mij aan drie dingen voldoen:

  • Zich dusdanig stevig vastzetten in de bek dat hij er onder geen enkele omstandigheid uit kan komen of los kan scheuren.
  • De rig moet zich goed kunnen resetten als er witvis mee loopt te kloten.
  • De rig mag niet makkelijk in de war gooien.

Hieruit kwam de volgende simpele montage:

  • Ongeveer 30 centimeter lang Kryston Quicksilver Gold 35 of 45lb tot op 1 cm vanaf de krimpkous gestript van zijn coating om een goed draaimoment te bewerkstelligen, voorzien van een maat 4 Gamakatsu super snag haak. Deze rig is echt ontzettend lomp. De lijn is vreselijk dik en de haak is relatief klein voor zijn maat, maar heeft een hele dikke draad en een grote weerhaak. De dikke draad voorkomt dat de haak gaat snijden bij extreme druk en de dikke lijn voorkomt kapot schuren als de vis met zijn kop langs mosselen, takken of andere troep schuurt. Daarbij zal een dikke gecoate lijn de hoeken van de bek van de vis lang niet zo snel insnijden als een dun gevlochten lijntje. De stroming reset de rig keer op keer met gemak als er brasem mee aan het spelen is, mits je met de stroom mee vist!
  • Loodclips met wartellood tussen de 120 en 240 gram, bij voorkeur grippa lood.
  • 40cm tubing over 0.45 of 0.50 soepele hoofdlijn zonder voorslag.

Dit onderlijntje voorzie ik bij elke worp van een pva stick met 3 of 4 boilies er in, Zo gooi je het nooit in de war.


Vreselijk lomp, maar wel effectief

Stroomrichting en positionering

Vis altijd met de stroom mee of haaks op de stroming als de omstandigheden dit toelaten. Vis nooit volledig tegen de stroom in, de onderlijn zal zich door de stroming onder je hoofdlijn settelen en dat maakt het heel lastig al dan niet onmogelijk om vis te vangen. De vis zal anders namelijk eerst de hoofdlijn/tubing moeten wegduwen om je aas te kunnen pakken of de onderlijn wordt om je tubing heen geslingerd. Vis je met twee man/vrouw en je wilt wel bij elkaar in de buurt blijven, positioneer de hengels dan een meter of 50 a 100 uit elkaar en vis beide met de stroom mee. Is de gekozen stek erg klein, laat dan de gene die het meest stroomafwaarts zit zijn hengels ver stroomafwaarts ingooien zodat de ander recht voor zich uit kan vissen en een beetje naar hem toe. Als je hem die ruimte niet gunt, misgun je hem ook bijna alle kans op vis! Daarbij heb ik tijdens het observeren ook geleerd dat karpers altijd met de kop tegen de stroming in azen Zo komen ze eerst je aas tegen en pas daarna de schuin omhoog lopende snaar strakke lijnen.

Binnen- en buitenbochten

Zit je in de buitenbocht dan ligt de vaargeul vaak direct onder je voeten, In de binnenbocht liggen vaak brede ondieptes en de vaargeul begint pas ver uit de kant. Ondieptes kunnen heel interessant zijn (zeker als er wier op staat), maar vergeet die vaargeul en de randen er van niet! Op de rechte stukken ligt de vaargeul over het algemeen in het midden. Rivieren in berg- en rotsachtige gebieden kunnen zeer grillig zijn, vooral rivieren waar geen scheepvaart op zit. Dit vraagt echt een andere aanpak zoals vissen met het BOVER systeem.

Tot zover deel 1. Volgende week zal ik ingaan op het gebruikte aas en de (voer)strategieën.

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.