CF Basics: Introductie

Hoewel een groot deel van de CarpFeeling bezoekers al langer op karper vist, zal er ook een groot aantal (jonge) vissers zijn die pas begonnen zijn met het vissen op karper. Onze website is natuurlijk al gevuld met ontzettend veel informatie, maar speciaal voor die beginnende/onervaren karpervissers zal Bob van Biemen een column gaan onderhouden, genaamd: ‘CF Basics’. In deze column gaat hij dieper in op de basisprincipes van onze visserij. Heb jij een onderwerp dat je graag verder uitgelegd wilt zien? Stel dan je vraag aan ons via het reactieveld of stuur hem in via CarpQuest. We geven het woord aan Bob:

In deze serie columns wil ik graag uitleg geven over de basics van de karpervisserij. De pure basis, een serie handvatten die elke karpervisser zou moeten weten, begrijpen en kunnen uitvoeren om ook maar enigszins succesvol te kunnen zijn. Interessant voor beginnende vissers, maar ook voor meer ervaren vissers die telkens maar weer met de neus op de feiten gedrukt worden of maar niet willen slagen in hun doelen. De basis is het fundament is voor succesvolle visserij.

Kromme hengels wanneer alles klopt

De drie basisprincipes

In mijn optiek bestaat het vissen uit drie basisprincipes.

  1. Je moet daar vissen waar de vis zit
  2. Je moet daarmee vissen wat de vis op dat moment wil eten
  3. Je moet het aas op dusdanige manier aanbieden dat ze er mee gehaakt kunnen worden

Simpel toch? De gehele basis van mijn eigen visserij berust op deze drie principes. Snap ik even niet wat er niet goed gaat dan ga ik eerst terug naar deze drie basisprincipes en van daaruit kan je dingen beredeneren en uitsluiten. Daarom nu eerst een beknopte uitleg over deze drie hoofdzaken.


Een hotspot waar de karper vaak te vinden is

Principe 1: Daar vissen waar de vis zit

Ja dat is logisch, maar hoe weet je waar ze zitten?

  • Ervaring en van horen zeggen: Hiermee kom je geregeld op de juiste plek waar de vis zit, echter de vis verplaatst zich met de seizoenen en het weer. Dus heel betrouwbaar en effectief is deze methode niet, het blijft een gok met wat voorkennis. Bovendien zal je eerst stapels uren moeten maken om er achter te komen waar ze uithangen in deze tijd.
  • Observeren: Het observeren kan je hierbij goed helpen, een polariserende bril op en een rondje langs het water kan je enorme partijen visloze uren besparen. Ook tijdens je sessie goed blijven opletten of de vis zich verraadt door springen, rollen en kolken in het water.
  • Voorvoeren. Een aantal dagen van te voren een hoeveelheid voer te water laten op een plek of een sector(tje) aan voeren kan vis op je gekozen plek trekken en vasthouden.
  • Zwemroutes: bij urenlange observatie van scholen vis kan je soms patronen ontdekken in de rondjes die ze zwemmen, plekken waar ze steeds weer langs lijken te komen. Dit zijn vaak hotspots.


Vis daar waar de vis zit

Principe 2: Daarmee vissen wat de vis op dat moment wil eten

Ook zo’n leuke dooddoener, maar oh zo belangrijk. Herkent de vis jouw aas als voedsel? Vinden ze het lekker genoeg? Blijven ze er van eten of stoppen ze na een paar happen? Laten ze je aas helemaal links liggen? Kunnen ze je aas goed waarnemen? Ik geef zelf liever 100 euro uit voor 1 kilo super boilies dan 10 euro voor 10 kilo prut boilies. Het duurste hoeft gelukkig niet het beste te zijn. Er zijn genoeg fabrieken en thuis draaiservices die een kwalitatief prima en goed vangende bol voor je maken.

Eten ze wel het liefste boilies of zijn ze al doodgegooid met die ronde knikkers (aasdressuur)? Afwijkende aasjes zoals granen, zaden, noten, zuidvruchten en pellets in alle soorten en maten kunnen kleine wonderen verrichten. Mits ze maar op het juiste moment ingezet worden.


Het aas lusten ze wel

Principe 3: Je aas dusdanig aanbieden dat ze er mee gehaakt kunnen worden.

Hieronder valt die belangrijke 'laatste meters'. Alles wat met aaspresentatie te maken heeft, waaronder je gebruikte systeem, de onderlijn en de werking hiervan, het gekozen haakaas en de effecten hiervan op de inhaking en de werking van de rig. Dingen die je je kan afvragen als het allemaal niet gaat zoals gewenst zijn bijvoorbeeld:

  • Schrikt de vis van mijn montage?
  • Haakt mijn montage wel in bij de manier waarop de vis aast.
  • Beïnvloed de manier van bijvoeren de manier van azen dusdanig dat onderlijn aanpassingen nodig zijn?
  • Zijn mijn haken nog wel scherp?
  • Ligt mijn montage niet in de knoop of verdwijnt mijn haak aas in het wier of in de prut?
  • Presenteer ik het haak aas op de juiste plek binnen de voerstek?
  • Ontwijkend geconditioneerd gedrag van de vis (dressuur).
  • Alle materiaal technische problematiek.


Als alles klopt is de sleutel gekraakt

Bij vangstproblemen kijk ik dus eerst naar principe 1. Zit ik wel op de vis te vissen dan kijk ik of ik principe 2 kan uitsluiten. Zo ja, dan moeten de problemen in principe 3 gezocht worden (of in een combinatie van factoren).

Dit is natuurlijk allemaal heel globaal en hier tot in detailniveau op ingaan resulteert in een boek en niet in een column In deze rubriek zal ik verder in detail treden over specifieke onderwerpen.

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.