CF-Consult: Visstandbeheer en onderhoud

In mijn vorige column heb ik het kort gehad over het inrichten van de vijver. Daarbij moet er altijd een mix gevonden worden om zowel de visser als de vis blij en gezond te houden. Dit blijft een zeer ingewikkeld en langlopend proces. Het stopt nooit en de invloeden zullen continu veranderen, waardoor ook het beleid mee zal moeten veranderen.

Bijvoorbeeld: Wat is beter voor de vis(ser)? De safezones (obstakels) laten liggen met als risico dat de vis tijdens de dril zich vast zwemt en wellicht ernstige verwondingen oploopt, of moeten de safe-zones weggehaald worden zodat er geen risico is dat de vis zich vast zwemt en ernstige verwondingen op loopt. Dat laatste betekent wel dat de vis minder plekken heeft waar hij zich kan verschuilen. Daarbij kunnen we nog meer vragen stellen, zoals: “in hoeverre heeft een vis behoefte aan een schuilmogelijkheid?” Een eeuwige en zeer interessante discussie die niet één twee drie te beantwoorden is en voor elke situatie (vijver) anders is. We weten op dit moment nog te weinig van de ‘gedachten’ en behoeften van een vis. De wetenschap is druk bezig met het achterhalen van de ‘gedachten’ van de vis… wie weet komen we het ooit te weten.


Kleine vissen worden ook groot

Dat was nog even een korte aanvulling op mijn vorige column. Daarin heb ik ook gezegd dat ik wat dieper in zou gaan op de (volgens mij) ideale samenstelling van een visbestand.

Een gezond visbestand

Onze hele viswereld staat of valt bij een goed en gezond visbestand. Het grootste gedeelte van de vissers gaat vissen om daadwerkelijk vis te vangen. En het liefst zo mooi en groot mogelijk (ook al beweren we allemaal dat dat niet uit maakt). De gehele commerciële tak (en dat is bijna de gehele sportvisserij) van de (sport)visserij is gericht op het (laten) vangen van zo veel en/of zo groot mogelijke karpers (vissen). De magazines staan vol met grote karpers en succesverhalen. De kleinere broertjes van de 30 kg knallers zien we bijna nooit in een magazine. Ook de dvd’s, betaalwateren en internetartikelen zijn gericht op groot, groter, grootst. En natuurlijk doe ik hier ook aan mee, ontkennen heeft geen zin. Ook niet voor jou. Ook al zullen er nu wellicht legio mensen typen dat dat niet uit maakt, veel van die mensen hebben vervolgens alleen foto’s op facebook staan van karpers boven de 15 kg.

En uiteindelijk willen wij ook allemaal de 15+ of 20+ kg op onze lokale vijver. Maar hoe krijgen we dit voor elkaar en is dit altijd te realiseren? Het belangrijkste is het aantal vissen en de kwaliteit van de vis. Sommige rassen zullen bijna nooit boven de 15 kg komen en in sommige vijvers is te weinig natuurlijk voedsel of is de waterkwaliteit te slecht om de karper tot boven de 15 kg te laten groeien (ook al kan de karper dit gewicht in potentie wel bereiken).


Uitgezet op 2 kg en inmiddels de 18 kg gepasseerd

Om een zo goed mogelijk visbestand voor de vijver te bepalen moet eerst het doel van de vijver bekend zijn. Een betaalwater vraagt om een ander visbestand dan een natuurvijver of een groot stuwmeer. Een betaalwatereigenaar is er bij gebaat dat de klanten karpers vangen. Daarom is het visbestand op een betaalwater nagenoeg altijd groter, dan het visbestand dat kan leven op enkel en alleen het natuurlijk voedsel. Als het natuurlijk voedsel op is, zal de karper dus wel over moeten schakelen op voer wat aangeboden wordt door de eigenaar. Dit betekent dat de karpers sneller op het voer wat aangeboden wordt door de eigenaar zal zitten en dus sneller gevangen zal worden.

Dit klinkt negatief, maar bij een juist beheer hoeft dit helemaal niet het geval te zijn. De beperkende factor in dit geval is niet ruimte, maar voedsel. Zorg je dat er meer voedsel ter beschikking komt, zal de populatie van nature groeien tot er een andere beperkende factor is. Het is tenslotte niet zo dat wanneer de vissen onbeperkt voedsel ter beschikking hebben de vijver letterlijk ramvol met vis komt te zitten. Dan zal bijvoorbeeld zuurstof de beperkende factor worden, waardoor een deel van het bestand sterft. Of het water kan de afvalstoffen van de karpers niet verwerken, waardoor (een deel van) het bestand sterft.


Houd ook rekening met andere vissoorten

Behandeling van vissen

Waar je wel je vraagtekens bij kunt zetten is het aantal keren dat een karper op een betaalwater per jaar gevangen wordt. Echter beweren we al jaren dat karpers geen pijn ‘voelen’ en vangen we ze zelf ook allemaal. En aangezien een betaalwatereigenaar financieel afhankelijk is van de inkomsten van de vissers, zal hij er alles aan moeten doen om de karpers zo gezond en mooi mogelijk te houden. Zo kun je direct een onderscheidt maken tussen de  ‘goede’ en ‘slechte’ betaalwateren. Bij veel openbare wateren zie ik regelmatig taferelen die we allemaal niet willen, maar toch voor komen. Denk hierbij aan niet-visveilig vissen, geen onthaakmat, slechte behandeling van de vis, verkeerd aasgebruik etc. Dit komt op een goed betaalwater amper tot niet voor. De vis wordt dus wel vaker geprikt, maar wordt vaak beter behandelt.


Goede behandeling van de vis, op betaalwateren (door controle) vanzelfsprekend!

Een visvijver van de lokale visvereniging is in feite niets meer of minder dan een betaalwater. Je betaalt hier (visvergunning) om te vissen en de vereniging onderhoudt de vijver en het visbestand. Het grote verschil is dat een vereniging niet economisch afhankelijk is van de vissers die komen vissen. Meestal wordt al het verdiende geld terug geïnvesteerd in de vereniging. Vaak zit er op de lokale visvijver ook te veel vis, in verhouding met het natuurlijk voedsel. En wordt er afhankelijk van de vraag vis uitgezet, zonder daarbij na te denken hoeveel vis er kan zwemmen. Al zijn er natuurlijk ook tal van goed beheerde openbare wateren, evenals goed beheerde betaalwateren (zo zijn er van beide ook genoeg slecht beheerde wateren!)

Het aanwezige visbestand bepalen

Als het doel van de vijver bekend is, kan het exacte visbestand bepaald worden. Aan de hand van dit plaatje kan bekeken worden of er nog vis uitgezet moet worden, of dat het bestaande bestand voldoende is. Zorg eerst dat het huidige visbestand (niet alleen karperbestand) bekend is. Dit kun je doen door een afnetting (dan volgt een indicatie op korte termijn) of stel een vangstendatabase op van de karpers en kijk ook naar de overige vissen (dit duurt een stuk langer). Door de database bij te houden krijg je een goed beeld van het bestand en kun je dit aanvullen naar eigen wens. Als uitgangspunt kun je altijd uitgaan van de 400 kg vis (let op: niet alleen karper!) per hectare water. Naar gelang het watertype, natuurlijk voedsel en doorstroming kan dit worden aangepast.

Op de meeste vijvers komt geen eigen aanwas van karpers en is het dus noodzakelijk om karpers uit te zetten om het visbestand in de toekomst te garanderen. Mijn advies is om jaarlijks 5% van het bestand uit te zetten in de vorm van kleine karpers (2-5 kg). Er ontstaat zo een mooi en uitgebalanceerd bestand wat 1 keer per 20 jaar ‘ververst’ wordt. Daarbij moet rekening gehouden worden met de karpers die sterven. Het is dan ook zeer belangrijk dat dit goed bijgehouden wordt. Zo kan er per jaar meer of minder uit gezet worden, naar gelang de gestorven karpers. Laat duidelijk zijn: dit zijn richtlijnen! Bekijk dit altijd per vijver en per situatie. Er zijn genoeg karpers die ouder dan 20 jaar worden en dus moet in dat geval niet het gehele bestand eens per 20 jaar ‘ververst’ worden. Een vereniging bij mij in de omgeving heeft een prima beleid. De vereniging heeft meerdere wateren in beheer met elk een ander doel en daarbij een ander visbestand. Met regelmaat worden hier kleine karpers bijgezet en toegevoegd aan de database. Dat heeft ook zijn effect, inmiddels zwemmen er karpers van ruim boven de 20 kg!

Zoals je ziet is het moeilijk een exact aantal te vermelden. Heb jij als visvereniging vragen over de inrichting, beheer of onderhoud van je vijver. Plaats dan een bericht op het forum of stel deze hieronder in een reactie op dit artikel.

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.