Food for thoughts: It's a Lot!

Carli Driessen ken je wellicht al van zijn eerdere columns over zijn visie op aas. Daarnaast zal hij regelmatig zijn hersenspinsels, ervaringen en bevindingen gaan delen in een nieuwe column reeks. Deze zal herkenbaar zijn onder de titel 'Food for thoughts'. In het eerste deel van een reeks nieuwe columns beschrijft Carli Driessen een eerste sessie op de Lot en een verandering van zijn visserij. Veel leesplezier!

Verreweg het grootste deel van mijn visserij vindt plaats in Frankrijk: op betaalwater waar ik mij op m’n gemak voel. Water waar zo min mogelijk door mensen aan “geklust” is of regels gelden. Ik hou er namelijk van om mijn “eigen ding” te kunnen doen. Ervaring genoeg inmiddels…

Er ligt niet echt een diepere betekenis onder deze keuze. Het is een beetje zo gegroeid. Frankrijk is een mooi land, biedt vissers een berg aan mogelijkheden en het is prima aan te rijden. Het klinkt allemaal niet zo avontuurlijk, maar het is zoals het is hè, en ik voel mij er prima bij. Toch zijn er in de afgelopen tijd steeds meer momenten waarop ik die “lat” (als je daarvan mag spreken) wat wil verzetten. Niet dat ik mij aan de waterkant verveel of van mening ben dat een betaalwater minder waardig is, zeker niet. Het komt vooral voort uit een soort nieuwsgierigheid. Hoe zou het nou zijn op groter water of water met een meer “onvoorspelbaar” karakter?!

Toevallig liep Ferry rond met eenzelfde gevoel. Zo wilde hij al jaren naar de Lot. Een prachtig grillige rivier van ruim 480 kilometer, die vanuit het Centraal Massief overstroomt in de rivier Garonne. Je begrijp, ons plan was zo gesmeed. Dat gaat zo als je allebei hetzelfde wilt. Eerst maar eens op een vaste plek deze waterloop bezoeken en ervaren of al die verhalen die voorbij komen een beetje kloppen.

Stroming

De rit tot aan de Lot was slopend. We waren allebei niet echt super fit en we reden ’s nachts. Dus moesten er stokkies tussen de ogen. Die vallen gewoon dicht hè na een paar uur staren. Maar we wilde er op tijd zijn, en het liefst overdag alles optuigen. Zo’n eerste keer op een rivier vraagt wat “speelruimte” als je begrijpt wat ik bedoel…

De reis verliep verder prima hoor en de eerste aanblik was werkelijk fantastisch. Alles voldeed aan de verwachtingen, met uitzondering van die stroming! Er was iets met de sluizen zei men. Prima... maar het water ging wel erg rap van rechts naar links?!

Dit bleek ons eerste obstakel. Ik zat op een gegeven moment met ruim 700 gram lood aan mijn clip en nog schoof de hele bende mee. Drijvend wier en takken helpen ook niet natuurlijk. Daarbij kon de stroming midden op de dag zomaar omslaan, geen peil op te trekken. Het enige dat echt hielp waren de toppen zo hoog mogelijk, snoeistrakke lijnen en dikke, platte stenen met een breeklijntje of ander technisch vernuft. Ik zelf was nog niet zover, maar Ferry wel. Hele keien werden functioneel met staaldraad omzoomd en ingenieus aan de rig bevestigd. Zeker iets voor de volgende keer.

Naast het op de plek houden van je rig werd er ook een serieus beroep gedaan op onze stuurmanskunst. Voldoende power aan boord hebben dus. En ik merkte dat het kansloos is om met je hengel in de hand je rig uit te varen… eenmaal terug op de kant is de hoepel in je lijn niet te overzien! Het was allemaal even wennen dus, maar het weerhield de vis niet om te bijten. De eerste meerval melde zich rap… en man oh man, wat een kracht hebben die onderzeeërs!!!

Wat een onderzeeers!

Bijvangst

Het was achteraf gezien goed dat we zo vroeg waren vertrokken, want pas na uren klussen stond alles op scherp. Dat wil zeggen, hadden we de hengels in het water en de haringen in de grond. Wat een f*cking rotspartij! We hebben zelden zoveel herrie gemaakt. Maar zoals ik al zei, ondanks dat kwamen de aanbeten, zei het in de vorm van “bijvangst”. Met in de hoofdrol de Barbeel: een vis die ik nog nooit eerder gevangen had. Allemaal jeugdige exemplaren. Ik zat echt midden in hun “uitgaanscentrum”. Ferry had er gelukkig wat minder last van, maar bij mij was het dweilen met de kraan open…

De simpele gedachte was om er maar doorheen te vissen, ik bedoel ergens zal die karper toch wel arriveren?! Maar ik weet het niet, misschien liggen de aantallen op zo’n rivier wat anders, want ze bleven maar komen die stofzuigers… de hele week! Zo af en toe aangevuld met een dikke kopvoorn, brasem, meerval en zelfs baars (?).

Zaak dus om met regelmaat je aas te controleren, want ook al zijn je boilies hard genoeg, zo’n school pubers overleeft niemand. Of beter nog, gebruik iets waarvan je zeker weet dat het aan je hair blijft hangen. Wij eindigde die week met strengen tijgernoten, afgetopt met een enkel kunstmaisje of pop-up. En dan nog…

Ook merkte we vrij snel dat we meer voer nodig hadden. Het liefst een mix met kleine deeltjes zodat er wat overblijft voor als de karper arriveert. En zo’n school barbelen is naad natuurlijk, maar schrijf ook die meerval niet af. Nooit geweten dat het zulke vuilnisbakken zijn. Op het moment dat wij er eentje aan boord haalde zat zijn bek en keel helemaal vol met ballen. Gewoon boilies van pinda- en tijgernotenmeel hè, niks geen vismeel. Een paar van die kneiters in de buurt en je loopt helemaal leeg… 

Zelfs baars!

Migratie

Ferry was overigens al eerder dit jaar naar de Lot geweest. Zei het op een ander deel van de rivier, met andere eigenschappen. Zo was zijn ervaring dat de vissen zichtbaar migreren. “Je ziet ze gewoon als dolfijnen aankomen man!”. Echter waar we nu zaten was van springen geen sprake. Ze waren er wel, want we hebben ze gevangen, maar bleven volkomen onder de radar. Ferry ging dan ook (zoals hij wel vaker doet) gaandeweg de week op onderzoek uit. Kijken of hij ze kan vinden. En uiteindelijk, een stuk verderop tussen de takken zat een kleine school jonge vissen, maar dat was het dan.

Daar we op een vaste stek zaten konden we niet zoveel meer doen dan afwachten. En misschien lijkt dit op het eerste gezicht prima, maar ik heb toch het idee dat dit afwachten niet perse de beste strategie is. Ik bedoel, het is wel duidelijk dat de vis migreert, van plek naar plek verkast en dat je ze op deze trajecten kunt onderscheppen, maar hoe houd je bijvoorbeeld al die tijd je stek aantrekkelijk met zoveel andere vissen in de buurt?! Daarbij, de lengte van de Lot doet vermoeden dat een meer mobiele visserij de wachttijd serieus kan verkorten. Misschien is ook dit iets om rekening mee te houden bij een volgende sessie.

Maar goed, voor nu was het de opgave om het maximale uit deze locatie te slepen en dat lukte aardig. Zo kwam midweeks deze bonk dynamiet op de mat! Vrij maximaal durf ik wel te zeggen. Wat een spanning hadden we toen hij minutenlang voor de boot z’n rondjes draaide! En wat een enorm, prachtig, mooie karper… en blije vismaat ;-)

Een blije vismaat

Krachtpatsers

Opvallend aan de vis van Ferry was dat hij zo verdomd atletisch gevormd was, echt een “krachtpatser”! Ik weet wel dat die riviervissen sterk zijn, maar dat aan den lijve ondervinden is wat anders. Niet gek overigens dat ze er zo uitzien. Die joekels moeten letterlijk hun hele leven lang in beweging blijven; een fitness-programma volgen in plaats van dat ze languit in de blubber kunnen snuffelen. Een rauwe omgeving is het, met rotspartijen, groot jagend wild en altijd stroming. Daar krijg je wel flippers van en zo’n vlezige bek! Zeker met de stroming mee kan het voorkomen dat alles letterlijk wordt platgetrokken… “flat-rodded” is de term. Ook al staat je slip compleet dichtgedraaid om de stroming te weerstaan. Je begrijpt, het is dus wijs om zowel je rodpod als hengels goed te verankeren. Zeker als je tegen obstakels vist. Alles moet vast en jij vlak bij je hengels. Je krijgt maar een paar piepen de tijd en de veerkracht van je top totdat de trein op snelheid komt.

Je kunt je voorstellen dat mijn vismaat, na zijn vangst er buitengewoon voldaan bijzat. Het is een paar keer in je leven dat je echt iets verlangt en dan ook krijgt. 100% verdient natuurlijk, hard voor gewerkt, maar daarmee niet minder een cadeau! Dat is wat zo’n rivier met je kan doen...

Hij zat er buitengewoon voldaan bij

Obstakels

Maar goed, dat was halverwege de week ongeveer. Gaandeweg leerde we een 5e aspect kennen waar je mee geconfronteerd wordt. De rivier grossiert namelijk letterlijk in obstakels…Liggen ze niet vast aan de grond, dan komen ze wel langs drijven. Het maakt het allemaal iets minder makkelijk om een vis te landen of überhaupt je hengels in het water te houden. Al moet ik toegeven dat op het stuk waar wij zaten het uiteindelijk nog wel meeviel. Ik bedoel, de hele kant aan onze zijde bestond uit grote rots-platen, netjes afgewisseld met boomstronken, wier en grove takken, maar daar hadden we vis-technisch niet zo’n last van. De meeste vissen zochten we aan de overzijde en na een aanbeet zochten de meeste vissen op hun beurt weer het midden. En daar was in onze zone de grond redelijk ok. Alleen bij Ferry wilde de vis nog weleens de overkant opspringen… maar goed, je kunt niet alles hebben. Toch is het verstandig om bij een aanbeet (indien mogelijk) snel met je boot het water op te gaan en de vis van de bodem te houden. Ik bedoel, voorkomen is beter dan blussen!

Genoeg obstakels

Bootjes

Aan het einde van de week zien we onze eerste vissersboot om de hoek komen. Het is een Fransman. Een jonge kerel die op meerval jaagt. Hij heeft er duidelijk eentje aan de lijn, want hij drijft als een dobber alle kanten op zonder zijn motor te gebruiken. We kijken rustig toe hoe hij de vis de baas is. Na het landen poseert hij wat voor Facebook… leuke kerel! Alleen op de een of andere manier is zijn beeld van waar en hoe WIJ aan het vissen zijn wat verwarrend voor hem. Tot twee keer toe redden wij onze lijnen met een hoop, vriendelijk kabaal. Je zou zeggen dat zo’n volwassen rodpod, met 3 torpedo’s erop, iets van beeld geeft, maar blijkbaar niet genoeg voor deze paljas. Het feit dat het water flink stroomt helpt natuurlijk niet, maar iets minder ongeremd mag best ;-)

Op de terugweg gaat het ietsje beter. Waarschijnlijk omdat hij nu weet waar de lijnen lopen. En dus vol vertrouwen besluit “Jacques-Yves Cousteau” zijn benzinemotor open te trekken. Ik weet het niet hoor, de vissen zullen het wel gewend zijn hier, maar toch… what the fuck…?! Los van dit merkwaardig schepsel hebben we verder niks bijzonders voorbij zien komen, anders dan een paar kano’s. Er zijn echter stukken waar dat anders is. En als Jacques een voorbeeld is van de gemiddelde schipper, dan kan dat serieus van invloed zijn op je stek… en gemoedsrust.

Overigens, nu we het over bootjes hebben, de hoogte van het water fluctueert net zo snel als dat de stroming wijzigt. Zeker iets om rekening mee te houden wanneer je die van jou boven een partij scherpe keien parkeert… enough said!

Food for thoughts

Grof

De zone overigens waar wij zaten was voor een rivier als de Lot redelijk ondiep. Ik denk dat we een maximum vonden van 4 meter. Je kunt echter op sommige stukken een heel ander onderwater-park aantreffen. Ferry zat rond Mei aan een geul die wel tot meer dan 25 meter liep… da’s andere koek. Moet je opeens serieus rekening houden met de hoogte waarin vissen zich bevinden. Wetende dat het vangen van vissen op meer dan 12 m1 geen uitzondering is en wij ze op nog geen 1,5 m1 pakten.

De natuur heeft daar iets “grofs” zou ik willen zeggen. Het eeuwenoude stroomgebied toont ons een veel diverser natuurbeeld dan dat wij doorgaans gewend zijn op cultuur-wateren. Het is veel uiteenlopender van aard… met grote stenen, platen, diepe geulen, bewegend water, en geen wespen maar Horenaars in je tent! Het dwingt je om voortdurend te sleutelen aan je set up, bij te blijven… bezig te zijn, meer actief deel te nemen.

Food for thoughts

Food for thoughts

Mede daarom heeft die week op de Lot wel wat bij mij losgemaakt. Ik weet het niet, maar die nieuwsgierigheid is alleen maar toegenomen. Komend jaar ga ik mijn geluk eens beproeven op de Vlietlanden. Met zo’n 155 hectare een prima opstap. En in September staat Du Der op de agenda, met een kleine 5000 hectare groot zat!

Natuurlijk blijven wateren als Domaine de la Vallee, Maveline, Great Lake, Livardière prima plekken om te vertoeven. De moeite waard ook… maar een omgeving die je permanent doet sleutelen aan je setting om “in lijn” te blijven met de natuur, verlangt dat je je vaste waarden overboord gooit, vraagt om te handelen naar dat wat soms letterlijk voorbij komt drijven… ik vind het wel wat!

Dus we gaan zeker verder kijken en zien wat het ons nog meer oplevert. Misschien weer naar de Lot of de Loire of de Moezel of Somme… er is zoveel moois te ontdekken. Misschien deze keer niet op basis van een vaste stek, maar meer mobiel/ Laten we ons gewoon met de stroming meedrijven, als je begrijpt wat ik bedoel.

De auteur met een vangst van de Lot.

Dit is ook wat mij het meeste is bijgebleven: het feit dat die natuur zoveel rijker, complexer en indrukwekkender kan zijn dan wij doorgaans op het netvlies hebben. En dat het niet altijd zin heeft om haar jouw wil op te leggen, met andere woorden, vast te houden aan dat wat je gewend bent. Dat het slimmer is om je aan te passen, los te laten en mee te drijven… Go with the flow!

Food for thoughts!

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.