Meer dan alleen dat balletje (deel 2)

Verzameling van referenties

Voor ik inzoom op die boilie als “gereedschapskist”, moet ik eigenlijk eerst mijn visie geven op de context waarbinnen die “tools” dan hun werking hebben. Want zonder “referentie” hebben ze geen duidelijke waarde. Zo wordt de waarde van een toploodje (los van praktisch nut) bepaald door de overtuiging dat de karper last heeft van zwevende lijnen. Zou je daar geen waarde aan hechten, dan ga je ze minder gebruiken... toch?! Je visie op de context legitimeert de middelen die je inzet.

Ik heb door de jaren heen een heleboel van dit soort referenties verzameld. Geen van allen zelf bedacht overigens, maar verzameld door veel te luisteren, te lezen, te experimenteren en te vissen. Daarbij logisch na te denken en verbanden te zoeken. Deze referenties hebben niet allemaal een directe relatie met die boilies, maar vormen tezamen wel het werkveld waarbinnen ik naar oplossingen zoek.

Maar voordat ik mijn referenties deel, eerst het volgende...

experimenteren aan de waterkant...

Het 80/20 principe

De Italiaanse econoom Vilfredo Pareto ontdekte rond 1897 het zogenaamde 80/20 principe. Een soort “natuurwet” waarin zich toont dat in sommige gevallen slechts een klein deel (20%) van onze inzet leidt tot een groot deel (80%) van het resultaat. Zoek de voorbeelden maar eens op, je zult versteld staan.

En ook al is het cijferwerk natuurlijk nooit zo zwart-wit, er bestaat blijkbaar een niet-evenredige verhouding tussen inspanning en resultaat, respectievelijk oorzaak en gevolg. Wanneer je dus efficiënt wilt handelen, moet je bij wijze van spreken die 20% vinden die het eindresultaat het meest beïnvloedt. Ik heb dit voor mijzelf als volgt vertaald:

Wil je het gemiddeld rendement van je aas omhoog schroeven, dan moet je niet naar “perfectie” streven (100%), maar 80% zeker stellen. En die 80% is mogelijk afhankelijk van maar een beperkt percentage actoren binnen de totale opgave (20%).

Dat verschil van 80% naar 100% is wel te beïnvloeden, maar kost verhoudingsgewijs heel veel moeite. Daarbij is het maken van boilies géén exacte wetenschap met een vast optimum. De karper gedraagt zich nu eenmaal niet volgens vaste parameters. Natuurlijk zijn er wetmatigheden die zich in regels vertalen, maar dat maakt het “boilies maken” nog niet tot een exacte wetenschap. Rede ook waarom kennis grotendeels empirisch wordt bepaald en de praktijk toont dat er niet één weg naar Rome leidt, maar een heel netwerk.

Kortom, het is beter om je te richten op enkele elementaire zaken van je visserij en deze goed te borgen, dan je te verliezen in die zoektocht naar perfectie. Misschien ook wel de rede waarom juist “eenvoudige oplossingen” soms zo goed werken... Lees in het licht van deze gedachte de eerste 3 referenties die wat mij betreft deel uitmaken van die meest invloedrijke 20%:

en hoeveel % van deze berg zorgt er nu voor dat ik ook meer vissen vang...? ;-)En hoeveel % van deze berg zorgt er nu voor dat ik ook meer vissen vang...? ;-)

(1) Zijn wereld, instrumenten en patronen

Mijn eerste referentie is helaas een “open deur”, maar daarom niet minder belangrijk: de karper ervaart de wereld anders dan wij mensen. Enerzijds vanwege zijn omgeving waarin gewoon alles anders werkt (kleur, geur, smaak, geluid, zicht...) en anderzijds omdat de karper een ander instrumentarium bezit om de wereld te ervaren.

Zo lijkt zijn aanpassingsvermogen wel op een vorm van “intelligentie”, maar dat is eigenlijk een vorm van beeldspraak. De karper heeft namelijk niet de fysieke vermogens om gebeurtenissen te onthouden of associaties te leggen, althans niet in de tijdspanne of wijze waarop wij dat kunnen. De rede ook waarom je karpers kunt misleiden door net even wat anders te doen.

Zijn “intellect” bestaat uit gedragspatronen waarop (complexe) ervaringen geen direct effect hebben (= instinct). En zolang wij onze karpers vertroetelen (catch and release) en er dus geen selectie plaatsvindt (survival of the fittest), blijft de status quo min of meer gehandhaafd.

En dat de vis wel is te conditioneren betekent niet dat hij oorzaak en gevolg doorziet. Hij ondergaat de gebeurtenissen en vormt voor zichzelf nieuwe patronen, maar altijd nog als dat zelfde beest; meer of minder alert, gevoelig voor het gedrag van zijn soortgenoten, nieuwsgierig naar nieuwe voedselbronnen... enzovoort. Hij is de vleesgeworden ervarings-deskundige; niet in staat (letterlijk) te anticiperen vanuit kennis en zo de wereld naar zijn hand te zetten.

Waarom is dit belangrijk? Misschien vooral omdat het zinvol kan zijn om je werkveld wat af te bakenen. Hiërarchie te brengen in je “denk-model”. Het helpt om te weten dat inzicht in de werking van je aas in het verlengde ligt van kennis omtrent die fysieke effecten onder water, het instrumentarium van de karper en de patronen die hij van nature volgt en vormt.

zolang wij onze karpers vertroetelen (catch and release)

(2) De interactie tussen karakter en omgeving

Onderwater cultiveert onze vriend drie vaste waarden: Veiligheid, Voedsel en Voortplanting. En er is geen enkele natuurlijke impuls om hier vanuit willekeur mee te experimenteren. Wat hij instinctief nastreeft in zijn bestaan is een gezonde balans en een beperken van falen. De karper is van nature een gewoonte-dier met verschillende, vaste patronen... best saai.

Gek genoeg is juist deze “saaie inborst” de rede waarom de karper soms zo kan verrassen. Zijn pragmatisch handelen is namelijk onlosmakelijk verbonden met de omgeving waarin hij rondzwemt en deze is nooit hetzelfde. Vanwege de seizoenen, de waterkwaliteit, het watertype, de grondsoort, het (on)natuurlijk voedsel, de diepten, enzovoort... De natuur of liever gezegd zijn omgeving als geheel beïnvloedt het “voorspelbaar” karakter van de vis.

Zowel het karakter van de karper als de eigenschappen van de omgeving oefenen invloed uit op ons aasbeleid en dus zal je steeds de waarden ervan onderling moeten afwegen. Daarbij komt soms de een en soms de ander meer op de voorgrond te staat. Ter illustratie:

Dat “snoepje” waarmee we de karper verleiden, wordt niet opgepakt omdat de karper zin heeft om eens lekker te snoepen; de opportunist grijpt dat wat hij nodig heeft of in de toekomst zou kunnen gebruiken. Zijn nieuwsgierigheid is geen vorm van lust, als wel zijn instinctief vermogen om nieuwe voedselbronnen te ontdekken en zo schaarste te overleven. Daarom is die vraag of je aas het waard is om als nieuwe voedselbron te dienen, vaak zo belangrijk (karakter op de voorgrond).

Een tijd geleden las ik een test waarin een aantal vissen op dieet werden gezet. Eenmaal terug in het aquarium (met wel voldoende voedsel), ging elke vis vooral voor dat wat ontbrak in het dieet. Zie hier die behoefte aan balans. En voor die balans gebruikt onze vriend alle voedselbronnen die hij kan vinden; de natuurlijke en onnatuurlijke tezamen... Daarom is de werking van ons aas afhankelijk van het voedsel dat reeds van nature aanwezig is (natuur op de voorgrond).  

voorjaar, volle zon, ondiep water, opbloeiende natuur => gretige karpers...!Voorjaar, volle zon, ondiep water, opbloeiende natuur => gretige karpers!

(3) Het spanningsveld tussen behoedzaam- en nieuwsgierigheid 

Karpers zijn behoedzame dieren, volgen het liefst vaste, veilige, betrouwbare patronen, maar hij is noodgedwongen óók een opportunist. Om met veranderende omstandigheden om te kunnen gaan moet hij zowel voorzichtig zijn als bereidt om risico's te lopen.

Die nieuwsgierigheid maakt hem gevoelig voor conditionering; het stimuleert het aanleren van nieuwe gewoonten, zowel positief als negatief. Met een toename aan slechte ervaringen neemt die behoedzaamheid de overhand en vice versa. Ontstaan andere “criteria” op basis waarvan de karper handelt. Aas maken bevindt zich in dit spanningsveld tussen behoedzaam en nieuwsgierig zijn en biedt een zekere nuance in onze visserij. Ter illustratie:

Instant vissen geeft weinig ruimte om te conditioneren. We willen de vis snel verleiden; die oppakreflex stimuleren “aantrekkingskracht” is vaak het devies. Toch gaat het hier niet alleen om die aantrekkingskracht. Eigenlijk is het eerst de vraag of je wel/niet te maken hebt met een behoedzame vis. Want “opvallen” stimuleert wel die oppak-reflex (nieuwsgierigheid), maar kan ook net zo goed afschrikken...! (behoedzaamheid)

Op de lange(re) termijn is conditioneren wel mogelijk. Maar het creëren van gewenning is niet hetzelfde als zomaar wat voeren. Het vraagt om een echte acceptatie. Met andere woorden, heeft jouw aas de kwaliteit om als nieuwe voedselbron te dienen (nieuwsgierigheid) en is deze nieuwe “bron” betrouwbaar genoeg om als patroon te omarmen?! (behoedzaamheid)

Kennis omtrent dit spanningsveld is een nuttige referentie. Toont ons bijvoorbeeld de noodzaak om instant meer flexibel te denken; alternatieven te toetsen, zo nodig die behoedzaamheid te overwinnen. Of op de lange termijn aandacht te besteden aan de ritmiek en continuïteit van de wijze waarop je je vissen (voor)voert.

noodzaak om instant meer flexibel te denken; alternatieven te toetsen...Noodzaak om instant meer flexibel te denken; alternatieven te toetsen...

...wordt vervolgd in deel 3 van “Meer dan alleen 'dat balletje'...!”

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.