10 Blauwe stippen en strepen

Terwijl ik op het werk de laatste minuten zit af te tellen krijg ik van Leanne een smsje. Het is druk op haar werk en ze is waarschijnlijk wat later thuis dan normaal. In plaats van thuis op de bank zitten te wachten tot ze thuis komt schiet er ineens een ander plan te binnen. Ik ga eens die blauwe stip op de militaire stafkaart onderzoeken.

Als beheerder van de kaartenkamer van de eenheid waarbij ik geplaatst ben komt het wel eens voor dat ik met een stel kaarten voor mijn neus zit. Voorbereidingen voor oefeningen… of wat speurneuzen voor mezelf. Dunne blauwe lijntjes, dikkere strepen, blauwe stippen, vlekken. Potentiële droomwateren. Hoe zal het er daadwerkelijk uitzien? Een paar weken geleden werd ik getipt over een klein stroompje in het Brabantse land. Een blauwe streep. Met mijn vinger volgde ik het watertje op de kaart om vervolgens op internet als extraatje nog naar een stel luchtfoto’s te kijken. Het water ligt mooi landelijk in de omgeving van die typische boerendorpen waar de kinderen op school nog opscheppen over de tractor van hun vader. Toen ik verder keek zag ik dat ergens in “the middle of  nowhere” een klein meertje ligt waar de beek doorheen stroomt.

Aangezien het watertje geen adres of postcode heeft en ik zo stom ben om de kaart vervolgens op het werk te laten liggen rij ik vooral op het gevoel. Ik weet zo ongeveer waar ik het stroompje kan vinden en hoef eigenlijk alleen maar stroomopwaarts langs het water te lopen. Het beekje zelf blijkt op dit stuk in ieder geval niet interessant te zijn. Er staat maximaal een twintig tot dertigtal centimeters water en na meer dan tweehonderd stappen heb ik enkel een rat zien zwemmen. Ik besluit het tempo te verhogen en flink door te stappen naar het bos dat een stuk verderop ligt. Daar ergens moet de stip liggen. Voordat ik echter bij het bos ben moet ik nog over een gammel bruggetje en neem ik een slok water. Het is stiekem warmer dan ik dacht. Aan de rand van de toenemende begroeiing zie ik dat het water al dieper is. Langs de overkant groeien zelfs lelies. Zal hier karper zwemmen? Helaas is er geen leven te zien en ik loop weer verder. Achter wat bomen zie ik water schitteren. De blauwe stip is gevonden.
 


De blauwe stip
 

Gelijk valt mij de pracht van het pittoreske water op. Rietkragen, flink begroeide oevers, metershoge brandnetels en slechts aan een enkele zijde van het water een bescheiden wandelpad geven beeld bij de geur die ik opsnuif. Het aroma van bloemen waarvan ik de naam niet ken en andere elementen uit de natuur doen mijn hart sneller kloppen. Binnen een paar minuten vind ik al een groepje karpers. Op een ondiepe oeverzone zie ik ze bellenblazen en modderwolken opwapperen met hun machtige staart. Onder de brandende zon zie ik de bronzen schubbenkleden door het water glijden. Ik word opgezogen door het schouwspel en lijk alles nog intenser dan normaal te beleven. Na ongeveer een uur moet ik maar weer eens terug richting de auto en als ik me omdraai om weg te gaan explodeert het water vlak voor mijn voeten. Een grote boeggolf rolt richting de rietkraag aan de overkant. Daar lag er dus eentje.
 

Op de een of andere manier ben ik op een positieve manier geladen, gespannen. Het liefst zou ik schreeuwen, maar ik besluit het op een rennen te zetten. Ik moet de energie kwijt en ren tussen de brandnetels en doorn in de richting waarvan ik denk dat het de juiste is. Na een stukje eikenbos kom ik ineens bij een oud kerkje uit waar ik met de auto langs ben gereden. Ik ben weer terug op de bewoonde wereld en het is nu echt tijd om naar huis te gaan.
 

De dagen daarna moet ik constant aan het water denken. En ondanks dat ik er momenteel weinig tijd voor heb en het water verboden te bevissen is, gaat het er een keer van komen, dat weet ik zeker.

Bijna een jaar later

De drang om weer een kijkje te gaan nemen bij het sfeervolle plasje te gaan kijken was de afgelopen weken al flink aan het broeien. Het is tijd om er weer een paar rondes te lopen, te genieten van de rust en mogelijk een of meerdere karpers te spotten. In de lunchpauze kijk ik nog snel even op Google maps. Iets onder de blauwe stip ligt ook een blauwe streep waarvan ik heb gehoord dat er karper moet zitten. Laat ik daar ook maar even langs wippen.

Net zoals het stroompje dat ik eerder dit jaar heb bevist ligt deze beek ook lekker landelijk gelegen. Enkele boerderijen zijn de enige gebouwen die in de buurt te vinden zijn en aan een kant van het water ligt een bos. Het wat breder, dieper en troebeler dan het andere stroompje en geeft mij gelijk het idee dat er hier wel eens enkele oude verassingen zouden kunnen zwemmen. Na een half uurtje rondgelopen te hebben en op elk aantrekkelijk plekje gekeken te hebben vind ik een groepje vissen. Schubkarpers van een pond of twaalf tot zestien en een vis die misschien richting de twintig gaat hangen wat tussen het riet aan de overkant. Ze happen wat naar drijvend wier, rommel en pluisjes. Een lijn, haak en een flinke korst. Had ik het maar bij me. Maar ik ben er om te verkennen, rond te loeren en mogelijk strijdplannen te maken voor later.
 


De rust en schoonheid van het water
 

Na een uurtje rondgekeken te hebben stap ik in de auto richting het plasje. Daar parkeer ik de auto bij het kerkje en na een paar minuten die in het teken van verdwalen, oriënteren en zoeken staan weet ik tussen de bomen dan toch de plas te vinden. In tegenstelling tot vorig jaar zie ik her en der sporen die mogelijk kunnen duiden op vissers. Wat plat gras, rommelig riet en sporen van een klein vuurtje. Maar verder is het water ongerept en lijkt het alsof de klok er al jaren stil staat. Net zoals een jaar geleden is het niet moeilijk om de karpers te ontdekken. Bellensporen op het wijd, een brede bronzen rug tussen de kabbel en schimmen op het ondiepe. Verstopt tussen de struiken aanschouw ik de machtige vissen die als duikboten door het water glijden. Het is een plek om weg te dromen, zorgen te vergeten en te genieten van het moois dat je eerst zelf zal moeten ontdekken.

Tijd om een lijn nat te maken 

Amper een paar dagen na het ontdekken van de blauwe streep loop ik met Marco over de oever. Hij is helemaal vanuit Nijmegen gekomen om een splitcane penhengel op te komen halen en we besluiten om voor het eerst sinds lange tijd weer samen een avondje te vissen.
  


Marco voert wat stekken aan met hennep
 

Marco is duidelijk onder de indruk van het water als we met een emmertje hennep wat stekjes aanvoeren. De rust en schoonheid van het water zijn anders dan de dorpsvijvertjes waar wij tien jaar geleden elkaar leerde kennen en samen gevist hebben. Desondanks waren het mooie tijden en vingen we vooral erg veel vis. Een beetje pennen met duivenvoer of kattenvoer uit blik, oppervlaktevissend tussen het drijfvuil of het experimenteren met kikkererwten en andere partikels. Groots waren de vissen niet, maar het plezier was onbetaalbaar. Maar het is niet goed om te leven in het verleden. Het is zaak om je toekomst te creëren las ik onlangs en ik kan mij daar goed in vinden.
 


'Ze zitten er wel'
 

Helaas willen de karpers die avond niet geheel meewerken. We zien er een paar tussen wat riet en zelfs azend onder de stuw, maar weten er helaas geen te haken. Als ik Marco laat in de avond op de trein zet staat de stand op niks voor mij en een fraaie blankvoorn voor hem. Ach, we hebben tenminste weer eens samen gevist en plezier gehad.

Poging twee

Wat staat er dinsdagavond in de agenda? Een avond met Leanne? Nee, die is nog steeds in Barcelona. Ik blader even en zie ik dat ik helemaal niks te doen heb. Of beter gezegd: niks dat niet kan wachten. Ik ga toch weer even terug naar de stuw van gisteravond.

Als ik met de spullen over mijn schouder sta zie ik dat er een man, van vermoedelijk Poolse afkomst, boven op de stuw zit. Een huismerk biertje in de ene hand en een peuk in de ander. Eerder vandaag kreeg ik nog een berichtje van een collega karpervisser die bekend is met een stuwvak een stuk verder stroomopwaarts. Daar zouden Polen al wat karpers naar de eeuwige jachtvelden hebben geholpen en het zou niet bepaald een verassing zijn als er hier ook wel eens een visje verdwijnt. Gelukkig heeft de man geen hengel bij zich en vertrekt hij als hij mij aan ziet komen. Ik heb de stuw en alle rust voor mezelf.

Het duurt niet lang voordat ik vier vissen in het stromende water zie zwemmen. Een handje maïskorrels gaat in het kantje en ik trakteer mezelf op een flinke salade. Samen eten… de karpers en ik. Na het eten laat ik het aas op de stek zakken en binnen een paar minuten is het al raak. Het eerste schot is goed voor minimaal vijfentwintig, misschien zelfs dertig meter terwijl ik de slip toch echt niet helemaal open heb staan. De vis doet mij verbazen over zijn snelheid, kracht en als hij op de kant ligt ook zijn schoonheid. Het is een mannelijke  die de mat onder spuit met zowel hom als de hennep van gister. 
 


Schoonheid
 

De rest van de avond probeer ik het nog eventjes een paar kilometer verderop. Ik zit met mijn rug tegen een hekje terwijl de zon onder zakt. Met het aas voor de duiker die onder een drukke weg loopt wacht ik af. Ik zit hier wel goed zo.Een tweetal knappe meiden komt voorbij geskeelerd en ik mis een aanbeet. Strakke billen in nog strakkere broekjes zijn niet echt optimaal voor de concentratie. Maar goed, je kan ook niet alles hebben.

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.