Als techniek het wint van de watersence

Ik schrik wakker. “Vis, vis” roept rx256 terwijl hij met mijn nieuwe camou jas komt aanrollen. De zilveren vlekken kleuren mooi bij het goud en zwart. Tja, het oog wil ook wat. “Over drie minuten bijt de vis aan, stap snel op”, murmelt rx256 weer. Ik stap op de treeplank en rx256 rolt zachtjes door de spacebivy, langs de keuken, langs de sauna de trappen af de paarse/gele nacht in. Ik moet me goed vasthouden. In de verte vang ik hoog in de lucht een glimp van de aarde op. De planeet waar ik begon met het karpervissen. En nu, 50 jaar later jagen we door het hele melkwegstelsel achter de aliënkarpers aan.




Nog 2 minuten te gaan voor de karper zal aanbijten. Het wordt een 63 kilo zware Monglinkarper. Een ras met ongelooflijke krachten. Ooit gekruist met de aardse orka. Dat betreft is er veel veranderd. Vroeger moest je zoeken en afwachten. Nu, met de moderne techniek is het via de computer bepalen welke vis je wilt vangen en wanneer. Plaats, tijd en aas worden van tevoren berekend. We laten de zelfopblaasbare spacebivy verder achter ons terwijl rx256 snel door het ruige landschap rolt. Trots kijk ik naar rx256. Liefkozend heb ik hem de naam James gegeven. Rx256 is mijn laatste aanwinst. De eerste outdoor robot, huishulp met extra brede rupsbanden voor moeilijk terrein. Verder uitgerust met U.P.S (Universal, Position, System), vis-sensoren en vangstgarantie. Aangekomen bij de plas zie ik op de grote monitor de vis al aankomen zwemmen. Na het pakken van de eerste cubic freebees draait hij plots naar mijn aas. Hij zuigt het op, en ik zie op de grote monitor hoe het aas uitzet en zijn bek vasthoud. Met ongelofelijke kracht schiet de vis ervandoor richting oppervlakte. Nu zie ik hem voor het eerst in levende lijve 3 meter door de lucht gaan terwijl langzaam het water in druppels van hem afvalt en ……….

Ik schrik wakker. Nat van het zweet en gedesoriënteerd. Waar ben ik, wat is er gebeurd. Langzaam besef ik dat ik droomde. Gelukkig. Ik kijk door mijn bivy-ruitje naar buiten en zie de zon opkomen. Het mooiste moment van de dag en voor het eerst is het droog. Hoe kom ik nu weer bij zo’n droom. Is het omdat de techniek steeds verder doordringt in de hengelsport, omdat ik nu zelfs met een heuse onderwatercamera op pad ben gegaan? Heeft dat mijn gedachtes naar deze droom gebracht? Moet ik mij zorgen gaan maken voor de toekomst? Gaat het vissen straks over in vangen? Gaat techniek het straks winnen van de watersence?

De hedendaagse visserij wordt steeds technischer. De pen en het wakertje zijn steeds vaker verruilt voor de skudlancerings na-apende rod-pods, bite alarms met toon, volume, oploop, terugloop, nightglow regelingen en indicaties, voerboten met turbochargers, side en toplights zonnepanelen, fishfinder en voorladers met 5 kilo dumpcapaciteit en gps functies.
Waar houdt dit op, wat is de toegevoegde waarde en is die er wel. Is het nog vissen of is het techniek en berekening. Ik kijk naar rechts. Daar staat mijn glimmend zilveren koffertje met onderwatercamera. Ik doe er net zo hard aan mee en ja, deze keer had het zeker een toegevoegde waarde.


Is het nog vissen of is het techniek en berekening

Het begon twee weken geleden toen ik een telefoontje kreeg van Cor van ECG. Of ik zin had om met een groepje een nieuw water te-be-testvissen (een 200 punten scrabblewoord).
Grappig, de term “een nieuw water”. Volgens Cor is dit water en het grondgebied in handen van een Franse markies. Er is in het verleden wel gejaagd maar weinig tot niet gevist. Slechts enkele vrienden van de familie hebben aan de waterkant vertoeft en op hun beperkte informatie en foto’s na is er weinig tot niets bekend van het bestand. En de foto’s liegen er niet om. Vissen tot in de 25 kilo en nagenoeg maagdelijk.
Ik moet altijd wat lachen om maagdelijke wateren en verhalen. Maagdelijkheid was iets van vroeger. Voor vissen en voor vrouwen. Bij beide had je exemplaren die ouder waren dan 15 jaar en waarbij de titel maagdelijkheid nog geplaatst kon worden.
Ook in Frankrijk is de karpervisserij de laatste 15 jaar behoorlijk aangetrokken en ook zij hebben alle wateren in hun omgeving al eens bezocht. Maar toch, privé gebied….., tja, je weet maar nooit. Het avontuur lokt en naast het vissen op water waarvan je wéét dat er grote vis zwemt en waarbij iedere run die ene grote prooi kan zijn, heeft ook het vissen op “maagdelijk” water zijn charme. De droom van het onbekende. Dus voor ik het wist antwoordde ik volmondig tegen Cor, “Ja, ik wil”.

In de twee weken voorbereiding die ik had liep ik toevallig vismaatje Jaap Bakker tegen het lijf. Jaap had een onderwatercamera gekocht en is er dol enthousiast over. Ook ik zie de extra mogelijkheden van zo’n apparaat wel in. Het geeft je sowieso een extra goed beeld over de bodem. Nu denk ik dat ik een redelijke ervaring heb met fish-finders en dat ik zonder deze camera ook wel een redelijk beeld kan krijgen wat zich onderwater afspeelt maar toch. Alle puzzelstukjes die kunnen helpen je plekken te bepalen zijn mee genomen. Ook de mogelijkheid om te zien of je voorplekken leeg zijn, of je moet bij voeren of niet, of de vis je plek bezocht heeft of niet. Allemaal extra info die je weer kan vertalen naar je tactieken.
Na het tweede aanbod van Jaap dat ik de camera gerust een weekje mag lenen antwoord ik ook hem volmondig; ”Ja, ik wil”.

Eindelijk is het zover. Nog 10 kilometer rijden zeg ik tegen Reclin, mijn vriendin, kokin, tentopzetster, vismaat en levenspartner. Ze word wakker. Soms vraag ik me af of ik zo slaapverwekkend ben. Altijd als we ergens naartoe gaan hoeven we maar 5 minuten onderweg te zijn en zij doet al haar oogjes dicht en gaat slapen. Ik troost me met de gedachte dat ze dit alleen doet als we samen in de auto zitten dus zal het wel meevallen. Intussen vervloek ik mezelf binnensmonds. Ik ben Cor’s mobiele nummer vergeten mee te nemen. Ik heb alleen de navigatiecoördinaten gehad en moet maar afwachten waar we zullen uitkomen. Zonder problemen rijden we echter door de poort het terrein op en worden we ontvangen door Cor en zijn team.


Aangekomen kijkt Res blij uit haar ogen. Het valt haar erg mee en is er erg gelukkig mee

Het meer is werkelijk prachtig. Ruim 100 hectare met twee eilanden erin, omringt door een bosrand. Het water is helder maar er staat veel wier. Ik had toevallig de laatste Karper gekocht en ik had vluchtig gezien dat er een stuk van Alijn in stond over wiervissen. Karpersalade. Dit moest voorzienigheid zijn. Wie weet wat ik hier nog voor interessante wijsheden uit kon halen die me net een extra stukje voorsprong zouden geven. De zon scheen en we waren een weekje vrij. Het leven zoals god bedoeld had. Cor vertelde dat de eerste vissers al waren aangekomen en een plekje hadden uitgezocht, allemaal in het begin of aan de overkant. Midden op de lange kant zat een groep fransen te vissen. Waarschijnlijk de vrienden van de eigenaar. Ze lagen over het halve meer verspreid. Het terrein ernaar toe was erg slecht en modderig. Het had de afgelopen dagen behoorlijk geregend. Ondanks dat ik een 4x4 heb besloot ik toch om eerst lopend een verkennende ronde te maken. Deels omdat je lopend meer ziet, deels ook omdat het smalle modderpad me afschrok. De enige terrein ervaring die ik had was van zo’n 5 jaar geleden toen ik trots mijn Feroza 4x4 in zijn lage giering liet vastlopen in de modder tot aan de bodemplaat. Daarmee was binnen 5 minuten een eind gekomen aan de wil om met een auto door terrein aan het water te kunnen komen. De angst zat er goed in. Na een lang stuk schuifelend door de modder het meer verkennend liep ik langs de Fransen. Ik knikte ze een kort “bonjour” toe en liep door. Mijn prioriteit stond nu op verkennen. Ik kwam aan die kant nog twee stekken tegen die de mogelijkheid boden tot kampement. De eerste stek na de fransen was een ruime stek om te zitten met voldoende gras en open ruimte tussen de bomen om ook comfortabel te vertoeven als het wachten was begonnen. Van hieruit kon ik een groot deel van het meer overzien en met wat stunt en vliegwerk zou ik zelfs de kom aan het eind kunnen bevissen. Wel lag er naast deze stek een piepschuimen marker. Zouden de fransen tot hier vissen? De tweede stek had eigenlijk meer mijn voorkeur. Deze grensde aan de kom en ik kon met gemak de hele kom bestrijken. Ook stond de wind er zachtjes in. Het rook hier gewoon naar vis. En als ik deze stek nam, zou er niemand meer tussen mij en de kom kunnen komen. Wel moest ik nu écht door de bagger met de auto en aanhanger. Verder was de ruimte voor het kampement erg klein en de kant vrij hoog. Ook twijfelde ik of de zon ons zou bereiken. Ik heb eens 7 dagen in Italie aan een water gezeten waar de zon achter de bomen opkwam en ook weer achter de bomen onder ging.


De eerste vis voor Reclin

Ik moet zeggen dat een hele week in vochtige omstandigheden zonder enig zonnestraaltje om één en ander te kunnen drogen, je te kunnen warmen best afzien is. Ik zou met Reclin overleggen wat zij wilde en eerst nog eens met de Fransen proberen een gesprekje aan te gaan om extra info en ook tot waar ze visten. Ik werd zeer argwanend ontvangen. In mijn beste Frans stelde ik me voor en verontschuldigde ik me voor mijn slechte Frans. Ik vroeg ze hoe en waar ze lagen zodat ik ze niet in de weg zou zitten. Nu ze begrepen dat ik hen zou respecteren en niet zo maar de boel zou over nemen kwamen ze een beetje los. Vooral Remi, de enige Fransman die behoorlijk engels sprak hield niet meer op met babbelen. Ze waren lid van UNCM, de Franse organisatie tegen het verplaatsen van vis. De vis die hier zat was er in de loop der jaren zelf opgezwommen door overstromingen van rivier de l’Oise die hierachter liep. Bij erg hoog water, volgens remi 4 jaar geleden voor het laatst, had de vis de mogelijkheid om van de rivier het meer op te zwemmen en visa versa. Dat er maar een heel klein groepje vrienden de mogelijkheid had om hier te vissen. Dat ze dit al vijftien jaar deden. Af en toe een weekend of een weekje. Over het bestand lieten ze nog weinig los. Wel dat de vis die ze vingen nagenoeg maagdelijk was en dat je alleen maar vissen zou vangen zonder wondjes in de bek. Een deel bleek dus toch waar ze zijn. Toen werd er verteld hoe ze lagen. Ze lagen inderdaad breed, heel breed. Ik werd mee genomen in hun boot het water op om me te laten zien hoe ver ze lagen. We gingen zelfs voorbij de eerst volgende stek, zeker 500 meter. Tot hier, zei Nicolai, en wees op een kale plek in het wier vlak onder de kant. Ik keek en zag in het open gat de mais rijkelijk gestrooid liggen. Becoupe de bremes et de tench, zei Nicolai terwijl hij me terug vaarde. Ze waren nog maar net aan het vissen en hadden nog niets gevangen. Voeren deden ze met boilies en partikles en als haakaas een boilie. Ze hadden met de vriendenclub afgesproken om allemaal dezelfde boilie te gebruiken en hadden de laatste weken een behoorlijke voercampagne gehouden. Het aas zag er op mijn reuk en zicht best aantrekkelijk uit. Het zou dus naar alle waarschijnlijkheid een moeilijke opdracht worden.
Terwijl ik terug liep dacht ik na over de mogelijkheden en over het feit dat die fransen zo breed uit lagen. In eerste instantie vond ik dit asociaal, maar nu ik er verder over nadacht kon ik het wel begrijpen. Ze zaten met 5 man bij elkaar, elk met 4 hengels. Wij zouden dan ruim uit elkaar gaan zitten met zo’n 100 tot 200 meter tussenruimte en af en toe bij elkaar op de koffie gaan. Wij zouden dan ook zo’n 600 tot 1000 meter bestrijken. Zij deden hetzelfde maar zaten bij elkaar. Daardoor leek het misschien erger maar in feite was het hetzelfde. Verder waren ze normaal de enigste die hier mochten vissen dus ja, waarom zou je het dan niet doen. Alleen had de eigenaar hen niet verteld dat wij er ook zouden zijn. Ik vond het dan ook niet meer dan normaal om mij in deze aan te passen.

Terug gekomen bij Reclin neem ik de opties met haar door. Óf aan het eind van deze kant met de baai alleen voor ons. Misschien weinig comfort en twijfelachtig of mijn auto met aanhanger het bereikt (al konden we wel rekenen op de 4x4’s van de fransen) óf voor de veilige overkant gaan, wel comfort maar vistechnisch minder mogelijkheden (zo op het oog).


Een goeie zonnebril helpt

Gelukkig kiest Reclin voor de vis en het avontuur. Zoals zo vaak een vrouw naar mijn hart. We stappen in de auto, zetten hem in lage giering en in “drive” en met het lood in mijn schoenen glijden we langzaam maar zonder problemen door de blubber en de kuilen naar “onze” stek. Aangekomen kijkt Res blij uit haar ogen. Het valt haar erg mee en is er erg gelukkig mee. Ook zij ziet de mogelijkheden om ons ding te kunnen doen. En dan begint mijn nachtmerrie. Elke keer schrik ik weer wat ik allemaal aan spullen mee neem. Tja, je hebt de ruimte dus ben je al snel geneigd om meer mee te nemen dan noodzakelijk is. Beetje bij beetje komt alles op de plek te staan. Res zet de tent op en ruimt in, ik bekommer me om de boot. Oppompen, fish-finder plaatsen, elektromotor, accu’s. Als we beiden de ergste puin hebben geruimd gaat het er zelfs uitzien als een serieus kampement. Samen het water op en zoeken. Zoeken naar alles wat anders is. Verschil in dieptes, kale plekken tussen het wier, taluuds, maakt niet uit wat. Overal een “h” marker overboord. Ook in de kom, onder de kanten liggen een aantal mooie kale plekken. Door de helderheid kan je de bodem hier goed zien. Bijna alles is bedekt met een groen alg maar hier en daar zijn er plekken die schoon zijn. Je kan de kiezelstenen tellen.
Terug aan de kant bekijken we hoe we het best onze acht hengels over deze plekken kunnen verdelen en er word een keuze gemaakt welke plekken direct bevist gaan worden en welke plekken er eerst aangevoerd gaan worden. Omdat er volgens de fransen veel brasem en zeelt zit besluit ik om niet met groundbait te vissen. Wel maak ik een tonnetje hiermee aan en bevoer ik de eerste dag de twee plekken die we niet bevissen samen met een half kilootje boilies elk. De tweede dag zal ik deze stekken alleen nog maar bevoeren met boilies. Als gedachte heb ik dat ik eerst zoveel mogelijk vis op de plek wil hebben als ik er toch niet vis. Daarna hoop ik dat de brasem en zeelt zal verdwijnen en plaats zal maken voor de karper.
De plekken die we direct bevissen zal alleen met een twintigtal boilies bevoerd worden. Enkele hengels met een 16 mm boilie en enkele hengels met de snowman. Dit is een favoriet systeem van ons, een donkerkleurige 16 mm zinkende boilie met daarboven een 12 mm fluoro pop-up. Op de hair plaatsen wij altijd een klein siliconenstoppertje zodat de zinkende boilie goed tegen de pop-up aangedrukt blijft. Zoals altijd zit er bij ons een snagger op de haak, iets wat ons enorm vertrouwen geeft en je weet wat ze zeggen, als het tussen je oren goed zit dan heb je al de helft al gewonnen. Reclin wil graag nog een hengel met een “chernobyl fly”. Deze rig, die wij veel demonstreren op beurzen heeft ons al verscheidene verrassingen gebracht. De rig bestaat uit een 10 cm lange onderlijn met een snagger op de haak, recht op het lood omhoog gevist. Door het oogje van de snagger wordt middels een klein baitelastiekje 2x een 10 mm fluoro pop-up gemonteerd. 1x links en 1 maal rechts van het oogje. Nu is het net een insect met hele grote fluoro ogen. Vandaar dat hij de naam “chernobyl fly” heeft gekregen. Een speling van de natuur na de ramp van de kernreactor bij chernobyl.


Dit is een favoriet systeem van ons, een donker kleurige 16 mm zinkende boilie met
daarboven een 12 mm fluoro pop-up

Er worden nu vier hengels onder de kant geplaatst en vier hengels op het wijd. Bij twee van deze hengels heb ik een mooi kaal plekje tussen het wier gevonden op de fishfinder op zo’n vier meter diepte. Omdat het langzaam al donker word besluit ik om de onderwatercamera nog even te laten waar hij is en morgen op mijn gemak de plekken verder te onderzoeken. Ik vertrouw vooralsnog op mijn interpretatievermogen (weer zo’n prachtig scrabble woord) van wat ik zie op de fishfinder. Bij het laten zakken van de rigs twijfel ik al licht. Ik voel, met het even snel oplichten van mijn lood dat er toch meer op de bodem staat als de fishfinder mij aangeeft. Afijn, eerst lekker eten en slapen en morgenochtend een uitgebreid onderzoek.
Vermoeid en met een goed gevoel val ik in slaap. Dromend over wat komen gaat?
Het lijkt of ik net mijn ogen heb dichtgedaan als plots, uit het niets, mijn Delkim schreeuwt dat ik bij mijn hengel gewenst ben. Het eerst glimpje licht geeft aan dat de ochtend eraan komt. Ik ren, half slaapdronken door de bosjes naar mijn hengel. Als ik met Res vis, dan vis ik om de run en mijn ontvanger gaf aan dat het mijn hengel was, dus dat ik mocht beginnen. Ik pak de hengel en spring met mijn lieslaarzen de hoge kant af het water in. Shit, ik had ze nog opgerold. Het water in mijn lieslaarzen staat net zo hoog als in de rest van het meer. Wakker worden, pffff, waarom gaat dat altijd zo moeilijk. Ik rol de laarzen omhoog en waad naar de boot. Snel de boot los en en op de motor naar de vis. Drillen vanaf de kant is onmogelijk met dat wier. Eerst naar de vis toe. Gelukkig tik ik de gevlochten lijn zo los tussen het wier. Ik ben bijna achterin de baai. Het was een kanthengel. Twee meter uit de kant op een halve meter diepte. De fluoro snowman. Terwijl de lichtintensiteit langzaam toeneemt voel ik al een tikje in mijn topoog dat ik bij de nylon voorslag ben gekomen. Ik vis altijd met een nylon voorslag van zo’n 10 meter om toch enig rek te hebben als ik dril. Ik weet nu dus ook dat de vis direct onder mij zit, vol in het wier. Aan zijn bewegingen te zien, of eigenlijk het ontbreken hiervan, besef ik dat hij vind dat hij er lekker zit. Ik moet dus nu de druk gaan opvoeren en proberen de vis omhoog te pompen. Terwijl ik twijfel of de hengel nog krommer kan zie ik langzaam belletjes omhoog komen op de stek en beetje bij beetje trekt de hengel weer iets recht. Nu de vis beseft dat hij van de bodem is, gooit hij het over een andere boeg. Full speed forward. Een geweldige dril waarbij de vis me alle hoeken van de kom laat zien. Uiteindelijk geeft hij zich over en glijdt er een prachtige spiegel over de rand van het net.


Let the games begin!

Op de kant blijkt het 5 uur te zijn. Geen wonder dat ik nog zo moe ben. Res staat intussen klaar met de weger en in het verlichte scherm geeft de weger 13,7 kilo aan. Een prachtige spiegel met een puntgave bek. Alleen een klein plekje geeft aan waar mijn haak zat. De vis gaat snel in de zak en word even veilig op een wiervrije plek weg gehangen op 2 meter diepte. Ik vaar de lijn nog snel uit en plof met een luide klap weer op het luchtbed naast Res, die zacht kreunend laat blijken dat ik dat wel wat zachter had mogen doen. Nog voor mijn hoofd het kussen raakt ben ik vertrokken. Twee en een half uur later laat de ontvanger weten dat wederom dezelfde hengel uit de steunen moet. Terwijl Res en ik ons van het bedje hijsen krijst de delkim door alsof zijn laatste uur geslagen heeft. Res springt met hengel het water in terwijl ik mijn natte lieslaarzen probeer aan te krijgen. Shit, hoe kon ik toch zo stom zijn. Intussen heb ik ook de boot bij Res gebracht en opnieuw vaar ik naar het eind van de kom. Dezelfde hengel, dezelfde stek. Een prima combinatie, ik vaar en Res dirigeert en draait binnen. Niet teveel druk, eerst door het wier naar de plek. Ik zie dat het intussen 8 uur is. Het weer is compleet omgeslagen. Donker, dreigend, vochtig. Het heeft geregend terwijl we sliepen maar nu is het even droog. De dril loopt voorspoedig en al snel glijd er een prachtige lange spiegel het net in. Aan de weger blijkt de eerste vis van Res 10,5 kilo te wegen. Wederom een puntgave vis. Hier en daar wel wat paaiplekken maar een bekkie waar je u tegen zegt. Ook deze vis heeft de kant lang, misschien wel nooit gezien. Snel wat foto’s van beide vissen nu zodat ze weer kunnen zwemmen. Verbazend altijd, hoe rustig zo’n vis na het hele circus weer weg zwemt. Intussen begint het zachtjes te regenen en het ziet er naar uit alsof het nooit meer zal stoppen. De rig wordt weer voorzien van de fluoro snowman en wordt weer uitgevaren. Tijd voor een ontbijtje. Omdat het doorblijft regenen besluit ik de onderwater camera nog te laten voor wat en waar hij is. Ik weet niet of hij geheel waterdicht is en het is een lenertje. Bether save then sorry. Ik geloof trouwens toch niet dat hij zó veel zal bijdragen (wat kan een mens zich overschatten). Smiddags krijgen we weer een run maar bij de plek aangekomen blijkt de onderlijn door. Kreeftjes?
Het duurt tot de volgende ochtend 6 uur voor de volgende run komt. Wederom 1 van de kantstekken en wederom bij het eerste licht. Een lange schub van 14,5 kilo doet er alles aan om zijn vrijheid te behouden. Toch moet hij zich uiteindelijk ook overgeven (anders had ik natuurlijk nooit geweten hoe zwaar hij was). Dan is het 2 uur later weer Res haar beurt. Wederom de kantstek. Nu een prachtige hoge spiegel van 13,6 kilo.
Bij het gebakken eitje met ham, kaas, tomaat en champions nemen we eens wat zaken door.
Het is ons opgevallen dat:
We alleen nog maar vissen hebben gevangen van de kantstekken
We vingen daar alleen op de hengels met of snowman/fluoro pop-up of chernobyl fly (fluoro)
Bij opnieuw uitvaren van de lijn zagen we op de plek nog een groot gedeelte van de gevoerde boilies liggen
Enkele vissen die we vingen scheten mais en graan resten uit maar nauwelijks tot geen boiliepap, wat aangeeft dat ze ook de plekken van de Fransen hadden bezocht maar zich daar ook niet hadden laten haken.

Ik besloot een “rondje Cor” te doen om te zien hoe de anderen het deden. Veel was er verder nog niet gevangen behalve door Maarten uit Wassenaar. Ook hij ving met name op de fluoro’s en ook bij hem waren de voerplekken niet leeg. Wel had hij ook veel kreeftjes op zijn plek en had hij een groep karpers kunnen spotten. Wat aangaf dat de vis niet op de wind alleen bij ons in de kom zat want hij zat juist diagonaal tegenover ons in de luwte.
We namen dus een conclusie dat er veel natuurlijk voedsel aanwezig was en dat de karper onze boilies helemaal niet nodig hadden. Zouden we ze vangen op hun nieuwsgierigheid? Was dat waarom we ze alleen op de fluoro’s vingen, of was het omdat ze boven de bodem zweefden als Chernobylfly of het kopje van de snowman. De beweging en de trillingen die hieruit voortvloeiden? Of een combinatie. Ik vond in mijn tas nog een potje fluoro bottembaits. De gedachte dat pop-ups soms afschrikken heeft geleid tot de fluoro bottems. Tijd om te proberen.


Hoog en rond

Ook was het even droog, dus met de camera time!! Onverwacht werd dit een openbaring. Of er plotseling iemand het licht aandeed. Wat een schok. De prachtige strakke fishfinder bodem bleek opeens helemaal geen strakke kale bodem maar een plek wier die maar een meter hoog was tussen de rest van het twee meter hoge wier. Een onderwatergraancirkel. Eigenlijk had ik dit al iets gevoeld met het uitvaren en dus het laten zakken van mijn aas, maar omdat de fish-finder zo’n mooie kale plek aangaf dacht ik dat het wel een losse spriet zou zijn. Maar het stond helemaal vol van die losse sprieten. Weg mooie voerplekken, weg opbouw. We konden van voor af aan beginnen. We lieten ons driften op de wind en lieten de camera net boven het wier zweven. Soms kon hij een metertje omhoog, en soms mocht hij weer een metertje zakken. Tot opeens een gat. Ongelofelijk hoe mooi het beeld van de camera weergaf wat er onder water stond. Tien meter in de rondte was het omhoog staande wier weg en lagen er wat horizontale slierten boven de bodem. De plek werd gemarkeerd en we gingen verder. Zo vonden we nog twee plekken. De diepte van drie meter werd licht bevoerd met boilies en de rigs werden hier met een fluoro pop-up, een donkere bottembait en met een chernobylfly beaasd. Kijken wat er nu gaat gebeuren op de nieuwe stekken. Tegelijkertijd sloegen we in ons hoofd op wat de fish-finder had aangegeven bij deze stekken zodat we later gemakkelijk dit soort plekken konden ontdekken. Omdat de regen weer opkwam werd het wachten weer voortgezet onder de luifel. Smorgens 7 uur. Een run, en nu op een bottom fluoro van de nieuw gevonden diepere stek. Eureka, wat een verlossing. Wat een uitvinding en wat een aanvullende informatie. De rest van de week gingen we dan ook iedere dag een uurtje het water op. Nieuwe kale plekken zoeken. Was het droog ging de camera mee, regende het werd alleen de fish-finder gebruik. Door iedere dag 2 nieuwe plekken te vinden en die twee dagen te bevoeren, de eerste dag veel groundbait met wat boilies en de tweede dag alleen boilies wisten we de plekken opvallend te maken voor de karpers. Door dan de derde dag twee hengels die tot dan toe waren stil gebleven te verplaatsen naar de bevoerde stekken wisten we iedere dag op deze plekken een vis te vangen. We hebben 2x de plek direct na het voeren bevist. In beide gevallen werd het binnen twee uur een teruglopen. Prachtige gele zeelten. Maar omdat we daar niet voor kwamen lieten we het bij die twee keer. We vingen in totaal 12 karpers, allen puntgaaf en tussen de 10 en de 15,5 kilo. Uiteindelijk werden alle vissen op fluoro’s gevangen, zowel bottom als pop-up. Wel hebben we er ook drie gelost. 1x lijnbreuk en tweemaal een losser in het wier. Als je dan bedenkt dat de Franse locals er in diezelfde week met 20 hengels er 6 wisten te vangen (waarvan 2 met onze fluoro’s) dan denk ik dat we met een tevreden gevoel weer huiswaarts mogen keren. Het was een eer om hier gevist te mogen hebben en ik ben benieuwd wat dit water in de toekomst aan vis zal mogen opleveren. Van de locals begreep ik dat de top nog lang niet was bereikt. Maar wat er nu écht nog verder zwemt bleven ze redelijk stil over.
Dat de onderwatercamera een item is die mij vaker zal vergezellen dat is zeker. Hij heeft zijn waarde bewezen. Hij kan elke twijfel wegnemen door exact te laten zien wat er nu echt is. 

Edwin Wouters 

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.