Een nieuwe voorjaarsstek: vissen met obstakels

Soms vraag je jezelf af wat nou de essentie van het karpervissen is, tenminste ik doe dat regelmatig. Meestal mijmer ik wat aan de hand van een prachtig karperfilmpje of een goed geschreven artikel op het web of in een tijdschrift. Vooral filmpjes of artikelen waar naast het karpergeweld en de kiloknallers aandacht is voor de prachtige natuur en het avontuur kunnen mij bekoren. Met karpervissers die een trip of sessie als een ontdekkingsreis of avontuur zien en op bijna onmogelijke plekken in het bos of wildernis hun tent plaatsen en de hengels langs de oever of in het water positioneren, voel ik mij verbonden. Daar ligt dus mijn passie! 

Ook ik heb een drang naar vrijheid om op een maagdelijk en onontdekt water in een prachtige stille omgeving op zoek te gaan naar mooie karpers. Maar helaas lijkt het alsof je hiervoor altijd naar het buitenland moet omdat de Nederlandse wateren geen geheimen meer kennen. Als je de teneur in de karperbladen en op het web leest is het bijna niet meer mogelijk om dergelijke mooie plekken in Nederland te vinden. Steeds meer wateren zijn ontdekt en wekelijks voorzien van hordes in groen geklede lotgenoten. 
 


Toch wil ik de uitdaging wel aangaan en besluit begin dit jaar om in mijn eigen visgebied op zoek te gaan naar een stuk ongerept polderwater om mijn eigen optimale voorjaarsstek te ontdekken en te creëren. Geen gemakkelijke opgave als je in een polder woont waar langs de verschillende vaarten elke week vele vistentjes gebroederlijk naast elkaar staan alsof het hoogseizoen is op de camping. Naast de tentjes staat de auto strak op de eigen stek geparkeerd, waarmee gelijk het territorium is afgebakend. Met soms een waslijn tussen de trekhaak en de tent voor het huiselijke gevoel. Ook ik bivakkeer hier regelmatig, maar alleen als ik weinig tijd heb en ik op een makkelijke manier toch wil vissen. Zo pak ik ook regelmatig mijn visje mee.

De wens en gedachte om een mooie voorjaarsstek te bevissen is sterk, maar een duidelijk plan heb ik niet. De aanpak is nog erg vaag, want hoe kun je een eigen stek maken als de poldervaarten zijn voorzien van kilometers stroken gras waar de auto makkelijk achter de stek gezet kan worden en de afwisseling in de oevers bestaat uit een enkele strak in rijen elkaar bomen van allemaal dezelfde soort? Met droge ogen noemen we dit een heus bos! Gelukkig zijn er wel enkele plekken te vinden met zowel links en rechts van het water dichte bebossing, hoge brandnetels, strakke rietkragen en omgewaaide bomen waarvan de takken in het water hangen. Soms zijn de oevers hoog of is het bos ondoordringbaar en kun je zonder kapmes de waterkant onmogelijk bereiken. Toch trekken deze stukken waterkant juist mijn aandacht omdat ik vorig jaar een paar keer met mijn boot langs deze dichtbegroeide oevers, met boomstammen en boomkruinen op en onder het water, verschillende karpers heb zien liggen zonnen. Wat opviel is dat de karper zich juist ophield tussen de boomobstakels dicht tegen het riet en alleen op plaatsen waar geen vislijnen in het water lagen. Dus op stukken die niet bevist werden. Goed om te weten.
 


Een succesvolle voerstrategie, wie zal het zeggen?


Met deze wetenschap pak ik gedurende de lange koude winter- en voorjaarsmaanden enkele keren per week de auto om in mijn bosoutfit met warme en hoge kaplaarzen, groene camouflagemuts en tuinschaar door de verschillende bosdelen te sjouwen om bij de waterkant te komen. Oevers worden verkend en steeds wordt de vraag gesteld of het mogelijk en verantwoord is hier te vissen. Iedere potentiële stek wordt kritisch beoordeeld of hier een karperstek kan worden gemaakt. Gelukkig heeft Staatsbosbeheer een handje geholpen met zagen en snoeien in januari en kunnen uiteindelijk met een beetje hulp van de snoeischaar twee stekken worden gecreëerd waar in het voorjaar de steuntjes in de grond kunnen worden gedrukt en een tentje kan worden geplaatst. Krap is het wel! Vanaf deze stekken kan met een voerboot op enkele open en uitnodigende plekken tussen de bomen aan de overkant van het water kan het aas precies veilig en precies worden gedropt.

Op een van deze avonden loop ik over een fietspad aan de overkant van de gecreëerde stekken door een prachtig stuk natuur. Ik wil proberen de stekken vanaf deze zijde precies aan te voeren, dan hoef ik niet elke avond met de voerboot door het bos te zeulen. Na een half uur lopen, “ja, karpervissen is echt goed voor de conditie”, sta ik bijna recht tegenover een van de “bijgeknipte” stekken. Vlak voordat ik hier ben aangeland sta ik even stil op een open plek tussen de bomen waar links en rechts enkele bosreuzen in het water zijn gestort. De boom aan de rechterkant is dood en heeft geen takken onder water. Alleen de stam ligt aan de oppervlakte. Maar de boom links heeft een grote boomkruin die boven het water uitsteekt. Waarschijnlijk ligt onder het gladde wateroppervlak ook een wirwar van takken, een mooie plek voor karpers om zich op te houden. De zon schijnt vanaf de vroege ochtend precies op dit kleine stukje water in het voorjaar wat dus eerder opwarmt dan de rest van het water. Hiermee wijkt dit kleine stekje van 10 bij 5 meter af.

Ik besluit even te blijven kijken en zie tot mijn verbazing twee karpers gebroederlijk naast elkaar vlak onder de waterspiegel. Ze blijven rustig in het zonnetje liggen en voelen zich volstrekt veilig. Een wilde gedachte komt bij mij op waar ik een rilling van krijg. Is dit een voorjaarsstek waar karpers zich graag ophouden en kan ik hier tussen de obstakels verantwoord vissen? Ik sta zeker nog een uur te kijken en weeg af of en hoe hier gevist kan worden. Uiteindelijk kom ik tot het besluit dat het mogelijk moet zijn hier verantwoord te gaan vissen en gooi enkele handjes speciaal gehakte en geprepareerde boilies samen met tijgernoten en hennep een meter of zeven uit de kant. Het voer wordt over de gehele stek verspreid, ook vlak onder de kant. Dat laatste doe ik om te controleren of het voer hier de volgende dag nog ligt of is verdwenen. Het oorspronkelijke plan om vanaf de overkant te vissen laat ik voorlopig los en beperk het voeren nu alleen tot deze nieuwe stek.
 


Lichte bepakking


Dit voerritueel herhaal ik de komende dagen en sta zo elke avond even te kijken of er karpers zijn te spotten. Helaas zie ik geen karpers meer zwemmen op de stek, maar wel is het voer iedere avond weg, hopelijk veroorzaakt door de aanwezige karpers. 

Ondertussen bereid ik mij thuis voor op mijn eerste keer obstakelvissen. Ik verdiep mij hierin en gebruik daarvoor de artikelen op Carpcrossing van Peter Vlasveld over obstakelvissen. Eigenlijk ben ik geen voorstander van obstakelvissen, omdat deze manier van vissen risico’s met zich meebrengt die ik normaal gesproken uit de weg ga. Het welzijn van vissen gaat bij mij altijd voor! Wel verheug ik mij op deze eerste kennismaking met dit maagdelijk stukje water. Een dubbel gevoel dus. 

Ik besluit geen uitgebreide karperuitrusting op de trolley te laden. Ik wil met lichte bepakking en alleen het hoognodige materiaal naar de stek toe en daarmee niet opvallen. Hiervoor schaf ik een ruime rugzak aan met veel zijvakken en voorvakken waar alle materialen in moeten passen. In twee kleine groene tasjes wordt het hoognodige materiaal logisch ingepakt. Ik moet concessies doen en keuzes maken wat wel of niet meegaat, niet echt eenvoudig. Samen met foedraal, onthaakmatje, schepnet en kleine stoel is de uitrusting compleet. Dat is belangrijk want ik moet een wandeling van een half uur maken om mijn nieuwe bosstek te bereiken.

Aan de keuze van de hengels besteed ik veel aandacht en ik besluit i.p.v. van soepele hengels mijn stugge hengels mee te nemen met zware molens waarop gevlochten lijn is gespoeld met een dikke fluorcabon voorslag. De vis mag geen ruimte krijgen want er zal enorm veel druk op haak en hengel worden uitgeoefend. Mijn rigs en haken pas ik niet aan, een kapitale fout blijkt later. 

Na vier keer voeren is het zover en stap ik vroeg in de ochtend de auto in. Half zes opstaan en om kwart voor zes wegrijden dat gebeurt niet zo vaak. Meestal moet ik meerdere keren lopen om de karperuitrusting in de auto te laden. Nu hoef ik maar één keer te lopen. Ik parkeer mijn auto bovenop een dijkje vlak achter twee kampeerauto’s die hier illegaal de nacht hebben doorgebracht. Als ik uitstap hoor ik in een van de auto’s wat gestommel en zie ik een paar slaperige ogen door de gordijntjes naar mij kijken. Ik ontwijk deze wazige blik en zwaai mijn rugzak en foedraal op mijn nek. Met de rugzak op, die toch wel erg zwaar is door het voer en de rvs-bansticks met metalen snag ears, loop ik naar mijn geprepareerde stek. Nog even wat brandnetels en rietstengels snoeien om de lijn vrij te houden en dan de steuntjes voorzichtig in de grond duwen. Het wateroppervlak is spiegelglad en er hangen plukjes mist boven, een prachtig gezicht. 
 


Het speelveld voor vandaag.


Ik kies voor mijn oude vertrouwde chocoladebol met een anijs pop-up en werp deze een meter of zeven vlak naast de rechterboom in het water. Ik vis met een slappe lijn zonder toplood, want ik de wil bij een aanbeet de vis snel naar boven dirigeren, om deze uit de takken te houden. Elk extra gewicht is dus teveel. Nadat ik de onthaakmat en het schepnet achter mij binnen handbereik heb neergelegd zet ik mijn stoel recht achter mijn hengel. De spoel staat zo goed als dicht en bij een aanbeet moet ik direct reageren anders is de kans om de vis te verspelen veel te groot, of ligt mijn hengel in het water. Geen prettig vooruitzicht!
 


Uiterste concentratie om snel te reageren


Binnen 20 minuten volgt de eerste run en hoor ik mijn spoel ratelen maar mijn beetmelder niet. Logisch als je hem niet aanzet! Door de verbazing reageer ik niet direct en neemt de vis toch wat lijn voordat ik sla. Daardoor is de vis zich toch tussen de takken van de linkerboom gevlucht. Als ik meer druk zet om de vis los te krijgen schiet de haak los. Dat is balen maar ik weet nu wel zeker dat er karper op de stek zit. Met een nieuwe chocoladetraktatie en een handje voer werp ik mijn rig weer op dezelfde plek als de eerste keer. Lang hoef ik niet te wachten want na een klein kwartiertje is het weer raak. Nu reageer ik direct en sla aan. Hangen! De vis krijgt geen ruimte en spuit van links naar rechts door het water en wil wegvluchten. Wat een krachtpatser. De stugge hengel gaat behoorlijk krom, maar geeft geen krimp, een mooi gezicht. Met veel gespetter en gekletter krijg ik mijn eerste obstakelkarper naar de kant en schep hem in mijn net. Hij is binnen. Een echte polderschub.
 


De eerste polderschub van de dag 


Na het onthaken glijdt deze eerste vangst weer snel het water in en wordt de hengel weer in positie gebracht. Niet lang daarna klinkt het heerlijke geluid van de beetmelder weer. Er volgt een run alleen komt de lijn vast te zitten in het kettinkje van de waker. In mijn rechterhand mijn hengel met de bonkende vis en met de linkerhand pielen om de lijn uit het kettinkje te wurmen. Dat lukt niet door de spanning op de lijn die strak in het kettinkje is gedraaid. Wel zie ik aan de oppervlakte een donkere schim, maar zie ook dat de haak wel erg voor in de bek vastzit. Als de vis de diepte in vlucht schiet de haak met een zwieper los en komt met lood en al op de kant terecht. Dit gaat niet goed zo. Gelukkig vang ik deze ochtend nog een mooie karper, maar ben niet tevreden over de losschieters.
 


Nummer twee van de ochtend. Het vasthouden van de vis
voor de camera moet nog wel geoefend worden


4 runs is mooi, maar 2 lossers is teveel. Een leermomentje! De rigs of de haken zijn blijkbaar niet geschikt voor deze visserij. De druk is erg groot omdat de vis geen ruimte krijgt, en de haak zit niet goed vast in de bek of haakt niet op de goede plaats.

Bij mijn twee favoriete hengelsportwinkels leg ik dit probleem voor (altijd een second opinion vragen). Ik krijg van de deskundige medewerkers van beide winkels gelukkig hetzelfde advies om andere haken te gebruiken waarop een stukje krimpkous moet worden bevestigd om de haaksteel te verlengen. Naast een nog agressieve inhaking zal de haak meer achter in de bek prikken en zich daarmee beter zetten is het idee. Dat klinkt logisch. Naast de haken gelijk maar nieuwe lichtgewicht banksticks aangeschaft om het gewicht van de karperuitrusting terug te dringen en in de buidel getast om lichtgewicht hangers met een kabeltje te gebruiken zodat de lijn niet meer in het kettinkje vast kan komen te zitten. Ik leer snel!

Na enkele dagen is het tijd voor een tweede poging de karpers te verleiden. Ondertussen weer mijn dagelijkse wandelroute afgelegd om een half kilootje tot een kilootje voer te droppen. De rugzak is een stuk lichter en voelt nu comfortabeler. De wandeling in de vroege ochtend is geen straf en ik loop in volstrekte eenzaamheid het fietspad af naar de voorjaarsstek. Aan de overzijde van het water staan enkele tentjes. Hier heerst een diepe rust en ik word niet opgemerkt. Ik loop ruim bijna een half uur en kom bij mijn bosstek. De chocolade bol wordt met een bescheiden plons weer naast de dikke verrotte boomstam gedropt. Het kleine lichte wakertje van 2 gram  hang ik voorzichtig aan de lijn. Handje voer erbij en zitten. Binnen 10 minuten volgt een aanbeet en de eerste karper van de ochtend glijdt snel en makkelijk het schepnet in. De vis is goed gehaakt, een mooi begin van de ochtend.
 


Nu met lichte waker zonder kettinkje!


Na het onthaken wordt het haakaas weer op dezelfde plek ingeworpen met een klein beetje gehakte boilies erbij. Ik verwacht niet te snel actie omdat de rust op de stek wreed is verstoord. Dat blijkt een vergissing want binnen een kwartier schiet de waker tegen de hengel, begint te beetmelder lawaai te maken en wordt de hengel bijna uit de steunen getrokken. Wat is dit voor geweld! Meteen zet ik druk op de vis die van links naar rechts speert tussen de boomtakken en de boomstam. De ruimte tussen de obstakels is beperkt, hooguit vijf meter breed. Luid klappend met zijn staart op het watervlak en af en toe met zijn bek naar adem happend, springt en plonst mijn grote karpervriend alsof hij in de wildwaterbaan zit. Ik zie direct dat dit een flinke jongen is die veel kracht heeft. Het schepnet hangt ondertussen klaar in het water en met veel moeite dirigeer ik deze krachtpatser in mijn net. Als ik het net naar de kant toe haal hoor ik krak en zie ik toch grote schrik dat de linkerarm van het schepnet boven het spreidblok is afgebroken. Daarna schiet ook de rechterarm uit het blok en kan ik met veel moeite het net vastpakken voordat het in het water verdwijnt.
 


Een gebroken schepnet, hoe is dat toch mogelijk?


Lichte paniek maakt zich meester omdat de vechtersbaas heeft bedacht heeft dat hij toch echt zijn vrijheid terug wil hebben. Met veel kracht en geweld probeert hij dwars door de mazen van het net heen te zwemmen en slaat ondertussen hard met zijn staart op het water. Het gladde wateroppervlak is veranderd in een golfslagbad. Gelukkig kan ik met twee handen het net vast- en dichthouden en til ik het gevaarte uiteindelijk voorzichtig op de kant op en leg ik alles op de onthaakmat. Nu pas zie ik dat dit geen polderschub is maar een heuse graskarper. Voor het eerst een graskarper gevangen, wat een ochtend. Ik weet dat deze karpersoort stressgevoelig is en onthaak hem snel, nou ja dat is de bedoeling. Hier moet een tangetje aan te pas komen want de bek is klein, keihard en de haak zit muurvast. Snel maak ik enkele foto’s van dit monster op de onthaakmat en poseer ik even vlug voor de camera die al op een bankstick stond gemonteerd. Met dit ruim 95 cm lange en 14 kilo zware gevaarte op de knieën wordt de zelfontspanner ingeschakeld. Even lachen is er niet bij! 

Het schepnet is stuk en ik moet de vis optillen en naar de waterkant brengen. Op knieën en buik zak ik langzaam op het gras en laat ik hem voorzichtig het water in glijden, Hij maakt zich snel uit de vinnen. En zwaait nog eenmaal met zijn staart. 
 


Even lachen


Ik besluit nog wel verder te vissen maar als een grote brasem geland moet worden met het kapotte schepnet wordt duidelijk dat deze manier niet handig is en onverantwoord is. Wat als een flinke karper gehaakt wordt? Ik besluit de boel in te pakken al ben nog ik nog geen twee uur aan de waterkant geweest. Als ik met volle bepakking terugloop naar de auto zie ik aan de overkant van het kanaal voorzichtige bewegingen bij de verschillende karpertentjes. Slaperige en gapende hoofdjes draaien hengels binnen en verversen het aas. Ben benieuwd of ze hebben genoten van een goede nachtrust of dat ze een actieve nacht hebben gehad. Ik ben in ieder geval tevreden over mijn twee ‘mini instantsessies’ op deze nieuwe en zelf gevonden en onderhouden obstakelstek midden in het bos. Het gebroken schepnet neem ik op de koop toe. 

De uitdaging om een voorjaarsstek te vinden en te ontwikkelen is met goed gevolg afgelegd en dat geeft mij zeer veel voldoening. Er is meer mogelijk dan je in eerste instantie denkt, zelfs binnen mijn eigen visgebied. Ik kan deze zoektocht iedereen aanraden al kost het in de wintermaanden wel veel tijd om te zoeken en een geschikte plek te vinden. De beloning is uiteindelijk mooi want ik heb de mogelijkheid om dit voorjaar in vrijheid te vissen op deze maagdelijke en productieve voorjaarsstek. Dit biedt mij volop kansen de komende weken op mooie karpers en mij verder te bekwamen in obstakelvissen. Twee vliegen in één klap. Wel weet ik zeker dat over niet al te lange tijd zich een nieuw karper idee zal aandienen, ik houd van afwisseling. Ben benieuwd wat dat weer gaat worden.
 

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.