King of the Pond

Het weekje op Domaine de Madagascar verliep voor Thimon en mij matig. Met een 15 gevangen vissen vingen we wel eens waar geen bot. Doch hadden we meer verwacht en vooral groter. Door de geringe aantal aanbeten op een dag, werden de dagen al snel lang en zochten we een tijdverdrijf om de stille uurtjes te doden. We hadden uiteindelijk niet de beste stek voor dat moment gekozen. Dat bleek wel na een week vissen. Toch had onze stek een leuk bijkomend voordeel en dat was een klein modderig putje van een 60 vierkante meter.

Het putje in spe was een kleine kweekvijver met een overloop naar het grote meer. Door de overloop was het mogelijk om hem te legen maar met een net was je beslist ook een eind gekomen. De waterkleur is het beste beschrijven als koffie met teveel melk. Langs de ene zijde van het putje staat riet met in het hoekje een beetje watervegetatie. De diepte zal in het midden niet meer dan 60 centimeter zijn geweest. Thimon had naast zijn karperstokken nog 2 hengels mee waaronder een penhengel. Ook zijn geheime wapen, een 15 kilo wormen, zorgde ervoor dat 1+ 1 opeens 3 werd. Dat putje kon nog wel eens leuk worden!

De 15 kilo wormen van Thimon kwamen goed van pas

Het putje leek troosteloos. De waterkleur gaf weinig hoop. Toch werden we geattendeerd op vis door kolken, aasbellen en deinend riet. Ondanks dat het putje niet naar vis rook, leek het er dus op dat er wel degelijk vis zat. Op een middag besluiten we om wat smikkelmix bestaande uit pellets, mais, wormen en boilies in het putje te gooien. Aan de rechterzijde lag wat watervegetatie en een kommetje leek een potentiële hotspot. Na 15 minuten zien we al deining op de plek waar we eerder het voer hadden gegooid. Een 1 grams dobbertje en een haakmaatje 6 werden op de lijn bevestigd en voorzien van een dikke worm. Niet veel later schiet het rode kruintje van het balsahout onder en wordt een klein zeeltje van een 20 centimeter gehaakt. Door de kleur van het water was de zeelt bijna wit. Een soort van albino zeelt zeg maar! Een leuke vangst voor Thimon!

De bijna witte zeelt van Thimon

We vangen die dag nog een paar zeeltjes afgewisseld met voorntjes en zo af en toe een dikke baars. Telkens voeren we wat smikkelmix bij alvorens we gaan vissen. Een prima tactiek zo zou blijken. Het is ochtend als de voerbal alweer 15 minuten geleden is gevoerd. Op de plek verraden bellen en kolken dat er vis actief is op de stek. Thimon legt zorgvuldig het pennetje bij. Hij wankelt iets op de deining, trilt ligt waarna hij rustig wegloopt. Thimon slaat aan met een felle tik waarna het water ontploft. Na een paar luttele seconden valt de lijn dood en blijkt de vogel gevlogen te zijn. Onze klopjacht werd geopend op de karpers die er dus toch echt wel zaten. Die dag vangen we geen karper meer maar wel nog de nodige zeeltjes. Ook altijd erg leuk om te vangen al zeg ik zelf.

Klein maar welkom!

Het is middag als ik even alleen ben op het kamp. Thimon is even boodschappen halen en daarom heb ik het rijk alleen. Ik besluit het putje maar weer eens aan te voeren. Na een kwartier te hebben gewacht, merk ik al deining op rondom de voerplek. Ik maak de penhengel weer gereed met een flinke worm en leg hem centraal op de stek neer. De dobber deint door de kolken die vermoedelijk worden gecreëerd door een staart. De dobber danst licht waarna hij wegtrekt. Ik sla aan waarna ik tegenstand krijg. Niet veel later ligt er een megakarper in de dop in mijn handen. Een kleine spiegelkarper van pak en beet 10 centimeter had zich vergrepen aan mijn worm. Ik besluit hem te zakken om het straks aan Thimon te laten zien. Ik denk dat ik nog nooit zo’n kleine karper heb gezakt! Niet veel later komt Thimon aan en lachen we om het eerste succes op het putje.

De tweede karper was al iets groter

Ondanks het succes van het kleine karpertje, weten we dat er grotere exemplaren moeten zitten. Bij tijd en wijlen zien we de rietstengels toch behoorlijk tekeer gaan en kolken aan de oppervlakte verraden toch dat er grotere vis opzit dan het watertje in eerste instantie prijs gaf. Daarom dat we lekker door blijven voeren en vissen. Het is weer middag als het kampement weer voor mijzelf is. Thimon is even aan het buurten bij Frank als ik er met penhengel weer op uit trek. Hetzelfde tafereel herhaalt zich als de vorige keer. Kolken en aasbellen verraden de aanwezigheid van vis en na een paar voorns trekt het balsahout weg waarna ik aansla. Het water ontploft wederom maar dit maal is de weerstand even wat flinker als dat ik gewend ben. Het is overduidelijk een karpertje van een groter formaat. Niet lang daarna schep ik het schubje. Een prachtig wit uitgeslagen schubkarpertje van een kilo of wat ligt in het net. Een visje met een bouw die potentie heeft. Ik zak het schubkarpertje wederom en show trots mijn vangst aan Thimon als hij terug is. Nu was het tijd om die big mama te vangen. De king of the pond!

The King of the Pond op een kilo of 4

De beheerder van Domain de Madagascar vroeg ons om kleine karper die we zouden vangen op het grote meer, over te zetten naar het putje achter onze tent. Hieruit maakte we ook op dat de karpertjes die we vingen waarschijnlijk uitzetters waren van eerdere vissers. Een van deze uitzetters moest een grotere karper zijn. Meerdere malen zien we een karper kolken en rietstengels naar beneden trekken. De deiningen waren te groot voor het kleine putje. Deze vis hoorde er niet thuis.

Alsof de duvel ermee speelde gebeurde het toen Thimon toevallig aan het koffiedrinken was bij Erwin en Marco. Ik gooi mijn pennetje weer in wanneer ik flinke kolken zie op de net aangelegde voerstek. De worm wordt snel gepakt en ik voel direct flinke weerstand. De top van de penhengel staat krom als een parabool. Zo waar moet ik de slip gebruiken van het kleine werpmolentje. De vis schiet naar links en schampt net de rand van het wier. Ik heb mijn waadpak nog aan en besluit een stukje het water in te lopen. Zo heb ik beter vat op de vis en kan ik hem beter sturen.

Vissen met de pen blijft leuk en effectief

De vis cirkelt voor mijn voeten maar blijft, in hoeverre dat kan, aardig diep zitten. Thimon komt net aangelopen en assisteert mij. Wanneer de vis moe is, schuif ik het net onder het hoge schubkarpertje en kan ik een glimlach niet onderdrukken. Dat was gaaf! Het karpertje weegt een kilo of 4 en is klaarblijkelijk een uitzetter uit het grote meer. Op een paar schrammetjes hier en daar, waar de andere karpers ook last van hadden, is het echt een supermooie visje om te zien. Trots poseer ik met mijn king of the pond. Ondanks dat het grote meer weinig soelaas bood, maakte het kleine putje wel het een en ander goed. Soms hoeft succes niet groots te zijn.

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.