Nieuw vuur

Sommige dingen veranderen niet in de loop der jaren. Zo lijkt de druk op onze wateren nog steeds groter te worden. Een plekje voor jezelf is er al tijden niet meer bij, om maar te zwijgen van ergens alleen weggedoken zitten. Alleen met die ene recordvis waar niemand het bestaan van kent. Het gemijmer zal zo langzaam aan wel met mijn leeftijd te maken hebben.

Ruim 12 jaar geleden heb ik mijn geliefde hobby aan de wilgen gehangen. Deze keer voorgoed was ik vastberaden. Dacht ik. Een jaar of wat geleden was ik, uiteraard met vrouw en kind, een weekendje in België op een camping. Te danken aan een ander modeverschijnsel, Vakantieveilingen.nl. Bedreven als ze is, wist mijn betere helft een weekendje te landen op een onbekend park met een meer. Samen met vrienden trokken wij erop uit. Erwin (inmiddels mijn vaste maat) en ik hadden, min of meer stiekem, al besloten om een paar hengels  mee te nemen. Je weet maar nooit. Na 2 overnachtingen, een paar honderd bultjes van beestjes die de Belgen Maokes noemen onder de rand van de pet en een 7-tal karpers van respectabele afmeting, kreeg het virus nieuw leven ingeblazen. De vlam brandt weer en vraagt om voeding. Meer hout moet erop….

Nu we weten hoe een en ander zich weer heeft ontwikkeld, hoef ik alle kolder van weleer niet uit te leggen. Pastamatic, 15mm planken etc. Alles is weer aangeschaft. De kunst verleer je niet. De ergernis ook niet. Het vuur brandt wel, maar waar moet je ermee naar toe? Eenmaal geaccepteerd dat het gewoon druk is aan de meeste wateren en dat ik “gewoon voor mijn plezier” vis, maakt het al snel niets  meer uit. Ditmaal wordt gekozen voor een bekend circuitwater in de buurt van mijn woonplaats. We schrijven ondertussen 2016.



“We gaan gewoon testen, uitproberen en dan toeslaan”. Ik hoor het de geboren optimist nog zeggen. Erwin heeft er zin in als we aan de waterkant staan. De waterkant is niet erg uitnodigend overigens. Steile kanten, keien, puin en volle stekken. Business as usual. Behalve dan dat een stek tegenwoordig een half ingerichte camping schijnt te moeten zijn. De Zodiac wordt opgepompt. Gekozen wordt voor een stek aan de overzijde van het ongeveer 7 hectare grote, open water.

Ergens in het midden, want uiteraard zijn alle beschikbare voor de hand liggende stekken druk voorzien. Na een paar uur zweten van het heen en weer roeien en het opbouwen van het weekend-kampement, besluiten we de dieptemeter op de Zodiac te monteren en de tijd maar eens nuttig te gebruiken. De apparatuur wordt tevoorschijn gehaald. Accu, monitor en… juist, de transducer. Tot overmaat van ramp is de transducer in Zwolle achtergebleven. Met deze “kleine” tegenslag besluiten we het water old-skool uit te kammen. We hebben immers weinig keus en opgeven is er in ieder geval geen.

Je begrijpt het abrupte einde van deze vertelling. Onverrichter zake keerden wij een droom armer huiswaarts. Dieptes tot een meter of 17, en dat een meter of 2 uit de kant is een uitdaging op zich. Het heldere water gaf op zicht geen geheimen prijs. Hoe helder ook, we zagen niets dan zwemmers. Door het overschot aan tijd is er overigens wel veel informatie verzamelt bij de locals. De bewoners van de put hadden op grote schaal niet thuis gegeven dit weekend. Dat filosofeert makkelijker met de anders zo gesloten concurrentie.

Tijd voor een nieuw plan dus. Een nieuwe sessie is snel gepland. Het water heeft mij in ieder geval in zijn greep. Het gerucht gaat dat er een bijzondere schub huist. Ruim 20 kilo schijnt ze te wegen. Op het moment dat het erop aankomt gaat de telefoon. Ik neem op. Met Erwin, klinkt het zakelijk aan de andere kant. 10 minuten later sta ik gedesillusioneerd buiten. Onze missie gaat niet door. Privé omstandigheden gooien roet in het eten. Eigenwijs als ik ben, besluit ik toch om er dan maar weer eens een nacht alleen op uit te trekken. Ruimte in mijn agenda is om alle bekende redenen schaars.  De auto wordt geladen. Als ik de sleutel omdraai, baal ik nog even extra. Mijn passie heeft een nieuwe dimensie, gezelligheid. Dat moet ik missen dit weekend.

Sessie twee begint anders. Als ik aankom ben ik alleen. Alle beschikbare stekken zijn vrij. Enigszins verbaasd sta ik de Zodiac weer tot volwassen vormen op te pompen. Ik laad de boot vol en begin eigenlijk doelloos naar de overkant te roeien. Ik zie de wind uit het zuidoosten het water een hoek indrukken. De zon staat hoog aan de hemel en het is warm. Even los van alle rigs en aasperikelen, blijft de natuur een aantal wetten hanteren. Zuurstof en temperatuur  zijn er daar 2 van. Alle soorten rigs en de meest uiteenlopende aassoorten zijn hier het water al  eens ingegaan. Ik heb niet de illusie dat ik alles beter weet. Wat ik wel zeker weet is dat in ieder geval de boilies ouderwets top zijn en dat de natuur haar werk toch wel doet.

Het kamp is opgebouwd en ik zit in de boot met een beaasde hengel. Ik roei de hoek in waar de wind in blaast. Het water is kraakhelder. Langzaam, althans dat was de bedoeling, roei ik richting kant. Ik drijf over een enorm wierbed. Dat had ik niet verwacht. Ruim 20 meter breed en tot aan het oppervlak groen. Alleen maar groen. Net over deze wierbank valt mijn oog op een lichte plek. Zo goed als dat gaat breng ik de boot boven de bewuste plek. In een luwte zie ik een kale bodem. Zand en schoon. Ik  besluit mijn eerste rig hierop te deponeren. Na wat geklier in de wind ligt mijn boillie strak op het plateautje.  De tweede lijn wordt tegen een steiger aan geplaatst. Door de begroeiing kies ik voor een chod rig.



Terug aan de oever verbaas ik me erover dat dit in deze wind nog redelijk gestaag ging. Ik klim de boot uit en  zet een bak koffie. Door de warmte worden mijn ogen zwaar en ik besluit even languit mijn nieuwe stretcher te testen.

Het water kabbelt tegen een uitgesleten stukje van de oever. Ik hoor van alles. De wind door de bomen, een warme wind midden in de zomer. De benzinegeur van mijn Coleman gemengd met koffie dringt mijn neus binnen.  Mijn gedachten dwalen langzaam af. Een schrille pieptoon rukt me uit mijn slaap, nog een. Ik zit rechtop op mijn stretcher. Amper wakker realiseer ik mij dat mijn linker Fox wakker is geworden, net als ik. Uit het niets begint de lijn van de spoel te lopen vergezeld door een vrolijke gegil van mijn Fox. Ik strompel de tent uit en grijp mijn hengel.  Ik bedenk mij dat dit niets wordt zonder boot. Slaapdronken wankel ik de boot in, haal de lijn een paar slagen binnen en peddel een aantal keren in de richting van het lood. De lijn staat strak en de hengel buigt zich in een volwaardig parabool. Weer pak ik een paar slagen en peddel richting stek. De druk is maximaal als de vis door de slip scheurt. En nog eens. Langzaam kom ik bij mijn positieven en bedenk dat dit een aardig exemplaar kan zijn aan het trage gebonk te voelen. Weer scheuren een paar meter nylon zich door de slip van de Shimano Longcast. Droog tikt de lijn weg. Ineens stopt alle geweld… de lijn staat strak maar het gevoel is weg. Ik bedenk me dat de vis het wier is ingedoken en dat trekken geen zin heeft.

Met een paar flinke peddelslagen breng ik de Zodiac boven de vis. Althans, boven de plek waar mijn lijn het wier inloopt. Voorzichtig voer ik de druk op. Er gebeurt niets. Weemoedig pak ik de lijn met de hand en trek voorzichtig. Grote plaggen wier komen boven. Volleerd verlos ik de lijn van het groen. Niets. Weer een paar halen en plukken wier, dikke groene drab denk ik nog. Ineens gebeurt er iets aan het eind van de lijn. De vis vertrekt weer, ditmaal richting overhangende wilg aan de oever. Ik pak de hengel weer en zet voorzichtig druk. Tot twee maal toe neemt de vis lijn, de lak van mijn blank kraakt… ineens stopt het geweld weer. Niets. Shit denk ik; róep ik. Nu zal ze weg zijn. Dit lukt geen twee keer. Balend zak ik op mijn knieën en pak de lijn.

Dikke groene plukken wier zijn wederom mijn deel. Als ik de lijn verlos van alle ellende voel ik toch weer een vaag gebonk in de lijn. Instinctief pak ik mijn hengel en breng deze omhoog. Met mijn linker hand pak ik het net en schuif het onder een dikke pluk wier. Op hoop van zege. Ineens realiseer ik mij dat de strijd is gestreden. Ik leg mijn hengel neer en trek de armen van het net uit het spreidblok, rol het net op en til achteloos met de linker hand. Ernstige misrekening, de boot helt zelfs. Ik bijt de lijn door en pak het net met twee handen. Ik til een massief lijf uit het water op de Cipro in de boot. Nog zo’n old-skool item dat ik al die jaren heb  bewaard.

Ik heb haar!
Erwin… Ik heb haar!!!

Terug op de oever til ik de vis op de klaar liggende mat. Ik haal alle groente camouflage uit de mazen en krijg een eerste aanblik op mijn buit. Een prachtige, donker bruin gekleurde schub met een lichte buik. En wat voor een buik. Zou het zo zijn? Na een mislukte sessie de beloning. Alles valt op zijn plek als ik de zak aan de Kenwood hang. 19,8 kilo geeft ze aan. Dat is geen twintig, maar wat maakt het uit. Een mislukte sessie en een sessie alleen, net zoals 12 jaar geleden. Maar toch de beloning. De nummer 1 van het bestand mag worden toegeschreven aan mijn lijst. Ik bewonder haar nog even en schiet een aantal foto’s alvorens ik mijn maat bel: “Erwin… Ik heb haar!!!”

Thierry Stunnenberg

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.