Voorjaarsblues, the story continues (deel1)

Eindelijk is het dan vrijdag. De maanden vlogen voorbij, maar omdat ik er al zo lang naar uit kijk duurde het toch nog best lang. Maar het is zover, een week op pad met Nick. Of wel, een nieuw avontuur met Nicky Nick.

De voorbereiding had nog wel wat voeten in aarde, want waar zouden we gaan zitten? Eén ding is zeker, het moet een groot water zijn met uitwijkmogelijkheden en je moet er met een boot op mogen. Zo vielen er al snel wat plassen af. Info werd vergaard, want het is dan wel eind mei, maar heel warm is het nog niet geweest. Althans niet voor een langere periode. Zitten in de paai? Hangen ze er tegenaan? Of zijn ze al weer klaar? Dilemma’s dilemma’s. Mijn oog viel op een grote plas waarvan ik wist dat er wel leuke vissen op zaten tot ongeveer 20 kilo. Maar vooral prachtig gebouwde vissen en mooie kleuren vanwege het kraakheldere water. Mocht het daar niet lukken, dan kunnen we altijd nog naar mijn “thuiswater”, waar er nog genoeg targets rond zwemmen.

Het eerste grote waater

De auto werd zaterdagochtend weer helemaal vol getrapt. Veel te veel zooi die achteraf totaal overbodig was, maar ja, achteraf is de koe in de kont kijken zeggen toch in t oosten? En beter te veel dan er om verlegen zitten, niet waar? Nick zou op de weg naar de bestemming aanhaken en zo gingen we op pad. Het was een uurtje rijden en ik had het water al één keer eerder gezien. Alleen even gekeken, dus ik wist totaal niks over het water. Dat zouden we in de loop van de week wel uitvinden niet waar? We hadden een hele week. Toch wilde Nick in eerste instantie dit water 3 dagen een kans geven. Het water heeft globaal gezien een rechthoekige vorm met achterin een versmalling als een soort kom. Vooraan is een camping en een jachthaventje. Daar kwamen we de eerste (karper)vissers al tegen.

Na 200 meter zaten er nog een aantal. We reden gelijk door naar achter om te kijken hoe het daar was. Er stond amper wind en het was best wel warm weer. Helemaal achterin werd het groener en reden we nu haaks op het achterste deel van het water. Links was er nog eens zo’n grote plas, maar dat is alleen voor leden van een vereniging. Het zag er ook lang niet zo mooi uit als waar wij gingen zitten. We parkeerden de auto en gingen te voet verder. In de hoek troffen we nog twee karpervissers aan die er al vanaf vrijdag zaten. Eén van beide had drie vissen; één vis van 14 kilo en twee kleintjes. De ander had niks. Waarschijnlijk omdat ie geblokt werd en dus achterin zat. Slim ;-) Ze bleven tot zondag en dat was nog maar één nachtje. Wij liepen weer richting de camping en dus nu aan de andere zijde. Het leek een soort park. Waarschijnlijk zo aangelegd voor de campinggasten om lekker te wandelen. Na zo’n 200 meter kwamen we de eerste fatsoenlijke stek tegen.


Nick zat 50 meter verderop

Alhoewel. Je zou dan de tent boven moeten zetten en de hengels kwamen vijf meter lager. Maar goed, dat moest geen probleem zijn. Vijftig meter verderop kwamen we nog eenzelfde soort stek tegen en dus moest het hier maar gebeuren. Nick nam de linkerstek voor zijn rekening, en ik de rechter. Mijn stek zou geblokt kunnen worden, maar ik had de Vortex mee dus de overkant zou zeker wel bevist worden en volgens de mannen rechts van ons, zou er ook nog een plateau ergens in t midden moeten liggen van een meter of 4. Ze vertelden ons ook dat het louter kantjesvisserij was en dat er van het plateau nooit wat af kwam. Nou… dat zouden we zelf wel eens zien.

Dat het kantjesvisserij werd was wel duidelijk nadat we met de boot en dieptemeter het water opgingen. Het ging letterlijk van onder de kant 1 meter naar zoef 9 meter. Zeer steil. Hier kan amper het lood op blijven liggen, laat staan de boilies! Aan de overkant, waar het water smaller werd, zat er een hoek. Daar liep het iets minder steil af, maar vanaf 2,5 meter ging het alsnog direct naar beneden. De bodem was wel behoorlijk schoon, alle drek zal dan ook wel naar beneden zijn gegaan. Na her en der wat gepeild en gevoerd te hebben, was het Nick’s beurt om er op uit te trekken. Ondertussen ging ik verder met mijn kampement.

Mijn lompe huis voor een week

Ik kon mijn lompe 2 mans hut precies onder een grote dennenboom parkeren. Her en der wat dooie takken weg halen en op de grond wat bramenstruiken afknippen. Bij een eventuele aanbeet zou ik dan wel heel goed op moeten passen dat ik niet mijn benen zou breken in het mulle zand dat gevuld was met stronken.

Ik zou sowieso een rig onder mijn eigen kant leggen. Rechts onder overhangende takken moest er dan maar op 3 meter eentje komen. Hopelijk rolde het niet naar beneden. Ook Nick was er al achter gekomen dat het niet veel soeps was. Het plateau dat zogenaamd naar 4 meter liep, was in werkelijkheid een iets ondieper stuk van 7 meter en leek niet echt de moeite. Wat wel heel positief was, was dat de wind behoorlijk in onze kom stond te blazen. Een flinke golfslag maakte het uitvaren dan wel weer moeilijk, maar daar zijn we ondertussen aan gewend. Ik plaatste de andere twee rigs aan de overkant. Eentje op die punt dus en de andere 50 meter de kom in op een plek waar geen bomen over het water hingen en een kleine uitsparing een mooi stekje creëerde. Er stond anderhalf meter water, maar ook daar ging het daarna razendsnel naar beneden.

De kop is er af

Na het avondeten vielen we beiden in een diepe slaap. Het was een warme dag geweest en na alle werkzaamheden gingen de luikjes snel dicht. ’s Morgens gingen de luikjes pas weer open. Dit betekende dus 0-0… best raar. De wind stond vol in onze richting te blazen en ook bij de buren verderop was het stil gebleven. Zij vertelden ons dat de vissen zich niks van de wind aantrokken. Volgens hen waren het nomaden die in groepjes de plas rond zouden trekken. Zo vang je er een aantal achter elkaar, en zo is het weer stil. Soms voor een paar dagen. Hmm, da’s ook geen fijn nieuws. Wel had Nick een bijzondere bijvangst ´s morgens. Een flinke tak met daaraan een hele hoop kuit. Van welke vis? Je mag het me vertellen!

Wat zou het zijn?

Mijn plan was dan om ze dan maar wat sneller terug te laten keren!! Als ze weten dat er een bult voer ligt, komen ze wel weer terug. De hoeveelheid werd van een paar handjes naar een kilo per stek opgevoerd. Wel geheel langs de oever verspreid, want ja.. veel plek om te strooien was er niet, anders zit je al weer op 9 meter. De rest van de dag was het stil en werd de tijd gedood met foto’s maken, rigjes knopen etc. Na het eten waren we ons al balend aan het voorbereiden om de slaapzak in te gaan, toen ik Nick ineens hoorde roepen. Ik rende naar zijn stek, maar zag hem nergens. Hij zat in de boot met een hengel en schepnet naast zich, dat kon maar één ding betekenen: hij heeft er 1! Mooie? Mwoahh kleintje. Ach nou ja, de kop is er af. Snel een paar foto’s in het donker en daarna lekker pitten. Het vertrouwen in een vis steeg nu wel. Waren ze eindelijk gearriveerd?

02.00 uur pieeeeeep ! Wow een beste fluiter! Snel de gereedstaande crocs aan en het hoofdlampje pakken. Half slaapdronken struikel ik richting het blauwe ledlampje dat beneden fel schijnt. De vis bolt nog steeds. Ik roep naar Nick. Geen reactie. Ik heb de boot namelijk niet voor de kant, die ligt bij hem. Nogmaals roep ik hem, maar de harde wind en het feit dat er een complete bult zand en een bos tussen ons in zit, maakt het roepen over 50 meter blijkbaar onmogelijk. Na de derde keer roepen staak ik er maar mee, want ik kan me beter concentreren op jawel, mijn 1e vis van dit jaar dames en heren! Na twee eerder in dit jaar verspeelde vissen in februari en april, en 12 blanks ondertussen, moest het dan eindelijk maar eens gebeuren. Het is de rig die op het puntstuk lag. Dat zijn over het algemeen op elk water wel goede stekken. De vis kan er haast niet omheen en dit is vaak een soort onderwater kruispunt. De vis biedt weinig weerstand en ik kan hem rustig mijn kant op dirigeren. Toch raak ik lichtjes in paniek als de vis helemaal naar rechts zwemt en dus onder de overhangende takken terecht zal komen. Verdorie. Ik heb nu dus echt wel mijn Vortexje nodig.

Na de hengel zover mogelijk voor me uit te steken, en het schampen van de takken naast me, merk ik dat de vis godzijdank weer het wijd op zwemt, fieuww. Blijkbaar reiken de takken niet helemaal onder water en er ligt ook niet te veel zooi op de bodem. Nee, da’s allemaal naar beneden gerold... duh. Ik kan het gevecht nu voor me houden, maar van een echt gevecht is niet echt sprake. Al snel glijdt er een mooie schubkarper over mijn netrand. He he..

Eindelijk

De vis wordt veilig weggehangen en ik pik mijn boot weer terug. Nick komt ’s morgens heel vroeg bij me en heeft zowat een hartaanval gekregen nadat ie zag dat de boot er niet meer lag haha, sorry nog maat, maar je wakker maken was ook geen optie. Snel maken we wat mooie platen zodat de vis weer terug kan.

Later die dag krijg ik een volle fluiter onder mijn eigen kantje. Alleen als ik richting de hengel ren, stopt de run. Verd… de vis is gevlogen. Later snappen we wel waarom. Na een uur krijg ik weer een herkansing en ik kan met veel gemak de hengel binnen draaien. Aan de felle schokjes die worden doorgegeven door de gevlochten lijn, kan ik opmaken dat dit een kleine vis is. Misschien wel een zeelt. Het bleek toch een klein schubkarpertje te zijn en ook Nick ving er eentje. Als we er later nog 3 vangen hebben we het idee dat de grote vissen elders vertoeven. Maar waar is de vraag. Zover komen we niet, we gaan verder...

Lees volgende week hoe dit verhaal afloopt en of Tom de blues achter zich kan laten...

 

Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.