Vroeger dit en dat

Als karpervisser van bijna 52 jaar oud wil ik hier het thema “Vroeger was alles beter” eens behandelen, en dan uiteraard toegespitst op de karpervisserij. Vooropgesteld: ik ben geen visser die door de jaren heen door steeds grotere karpers verblind is geraakt en heb gelukkig altijd de pure beleving in het schaakmat zetten van iedere karper, op wat voor water dan ook, weten te waarderen. Een polderslootje met aardappel bevissen of een groter water, inclusief voercampagne, met boilies bevissen…het is me nog steeds om het even. Dit is denk ik mijn redding geweest om na al die jaren de motivatie in het karpervissen te blijven behouden en het vissen gewoon als een heel leuke bijzaak in het leven te blijven zien.

We gaan even terug naar dik 40 jaren terug. Was toen alles beter dan? Nee, zeker niet. Het respect voor de karper wordt vandaag de dag namelijk veel meer benadrukt. Toen wist je niet beter en had je bijvoorbeeld geen onthakingsmat. Ook bewaarde je een mooie karper soms tijdelijk in een jutezak omdat simpelweg de bewaarzak nog niet uitgevonden was. Oude karperfoto’s zullen door jonge vissers soms wel eens afkeurend bekeken worden, want meerdere vissen tegelijk op de foto of triomferend staande poserend zie je vandaag de dag, in het belang van de karper, zelden meer.


Onder dit bruggetje ving ik 45 jaar terug mijn eerste karper

Dat iedere jonge karperman nu stereotiep achter z’n boiliestokken zit te wachten is soms een vooroordeel van oudere vissers, maar er zijn nog steeds zat jongens die op de fiets met één hengel en alle toebehoren verschillende stekjes per sessie afwerken. Ik deed dit ook ooit zo met één penhengel met aardappel (nog steeds mijn eerste keuze in deze visserij trouwens) en één hengel als bijlegger met open molenslip en als aas een roggebal met stroop (als waker fungeerde een stukje zilverpapier). Als jonge vissers trouwens puur toegespitst zijn op het moderne afstandsvissen dan kan ik, als ze hun zaakjes goed voor elkaar hebben, hier trouwens net zo veel waardering voor opbrengen. Het is niet meer dan logisch, want ze zijn in een andere tijd geboren waar deze vorm van karpervissen de norm is en vooral de technische kennis is vaak verbluffend. Ook de behandeling van de vis hebben ze vaak hoog in het vaandel staan.

In de volgende anekdote volgt een stukje beleving welke volgens mij van alle dag is bij echte vissers: als 10 tot 14 jarige jongen fietste ik altijd zo’n 7 kilometer via een polderroute naar het dorp waar mijn opa en oma woonden. Tijdens die gehele route keek ik continu in de sloten en kreken of ik karper (of snoek) zag totdat ik, alsof de tijd een dik half uur stilgestaan had, ineens arriveerde in dat dorp zonder het besef dat ik die 7 kilometers afgelegd had. Overal in mijn regio wist ik waar wat zwom inclusief de moeilijkheidsgraad van de wateren en de beste manieren om succes te boeken. Een dakpan met stroop onder het kantje hier, ballen van paneermeel (was van mijn karige zakgeld de goedkoopste meelsoort) met leem en honing daar. Simpele voertactieken waren lange tijd doeltreffend.

Is dit verleden tijd qua beleving? Nee, deze passie kom ik nu gewoon ook nog tegen maar uiteraard vaak in een visserij van vandaag de dag. Prachtig als jongens met zelfgemaakte banksticks onder de op hun verjaardag verkregen dure beetverklikkers aan de waterkant zitten… die nieuwe banksticks komen dan wel weer na wat verdiensten van een krantenwijk of ander bijbaantje. Onlangs trouwens nog wel twee jongens lekker ouderwets penvissend bezig gezien die alle voerstekken, die ze gemaakt hadden, systematisch afvisten. 30 minuten klokken en verder… of een jong vissertje die in helder water wierbedden bestudeerde en vervolgens precies wist waar hij zijn aasje onder de pen te water moest laten.

Dan even over de betreffende viswateren: De discussie die vandaag de dag bij veel oudere karpervissers nog steeds heel gevoelig ligt is die tussen betaalwater en openbaar water. Tja, vroeger had je nog geen betaalwateren, maar hier ligt in mijn ogen toch een brug naar verenigingswater van eigen bodem. Veel verenigingswateren ,waar ik vroeger viste, waren namelijk zeer goed vergelijkbaar met betaalwateren (ook in Frankrijk) van nu. Deze vergelijking gaat om de volgende reden op: De bestuurders van de vereniging hadden(en hebben) het beste voor met hun water en deze ervaring had ik veel later ook met de beheerders van de Franse betaalwateren. Ik herinner me viswedstrijdjes uit mijn jeugd waar de oudere begeleiders je zo veel mogelijk het respect voor de vis, de natuur en het onderhoud van de stekken bij trachtten te brengen. Mijn laatste sessie op openbare grindgaten en stuwmeren in Frankrijk was in 2004. De 10 jaren hiervoor viste ik steeds op openbaar water en aanvankelijk tussen veel natuurschoon maar ik zag de zaak, althans waar ik viste, door de jaren heen verloederen. De ergernis over de opkomst van vuilnisbelten in de bosjes (grindgaten) en overvolle nachtviszones (stuwmeren) bracht me toen bij betaalwateren. Door het ontbreken van beheer zag ik op openbare Franse wateren, waar ik voorheen fijn gevist had, dat het een grote bende was geworden. Wat daar allemaal op gegeven moment niet in de bosjes lag: oude kapotte paraplu’s en hele hopen doorzichtige vuilniszakken met leesbaar Nederlandse producten . Duidelijk was hier een nieuw soort “carphunters” zonder oog voor de natuur bezig geweest. Als ik als oudere visser het moment van diepste schaamte en ergernis uit 40 karperjaren moet kiezen dan was het juist dat moment dat ik daarmee geconfronteerd werd. Dit waren puur mijn ervaringen. Er zijn gelukkig nog zat openbare wateren waar de natuur nog ongerept is en waar nog fijn gevist kan worden en er zijn tevens slechte betaalwateren waar eigenaren met puur commercieel belang de scepter zwaaien. Hier nog verder over uitweiden zou binnen de strekking van dit artikel te lang worden en een echt zijnsoordeel is er dus niet te vellen. Zo veel vissers, zo veel ervaringen  maar voor mij was het bevissen van een betaalwater een flash back naar de verenigingswateren uit mijn jeugd.


Simply an excuse for being here

In bovenstaand betoog heb ik geprobeerd door twee brillen te kijken. Zowel vanuit de optiek van de oudere visser die ik nu ben, als vanuit de jongere visser. Ik vis zelf samen met karpermannen tussen de 16 en 80 jaar oud. Wat vroeger of nu goed of slecht is, zal dus voor iedere generatie ten alle tijden een waarderingsoordeel blijven, maar positief met elkaars meningsverschillen omgaan en open staan voor vernieuwing houdt je visserij plezierig en scherp.

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.