Zomaar een doordeweekse nacht

Ik staar naar de lucht boven me en voel een huiveringwekkende rilling langs mijn ruggengraat lopen. De lucht is donker als de nacht en met sterren bezaaid. Ik loop naar het water en voel voorzichtig hoe koud het is. IJzig koud is het; geen vis met een beetje gevoel in zijn donder gaat nu azen, bedenk ik me. Ik staar over het water dat glad als een spiegel voor me uitgestrekt ligt, inktzwart. De enige rimpeling op het water wordt veroorzaakt door mijn hand. Duister staart het water me aan, verwijtend, alsof  ik het niet verdien daar te zijn, te genieten van de rust en de typische geur die er altijd hangt. Een gevoel van spijt borrelt in me op. Spijt heb ik: het feit dat ik er al heel lang niet meer heb gevist maakt dat ik me een verrader voel. Ik heb je verraden en dat spijt me, mompel ik. Mijn woorden worden opgeslokt door de inktzwarte spiegel, is het me vergeven of niet? Ik sta weer op en loop een stukje langs het water. Achter de huizen staat een kille witte maan meewarig op de wereld neer te staren, op de mensjes die zich overal zo druk om maken: status, carrière, geld en wat niet meer. 

Over een poosje is de maan zover dat ook het water en het bos aan de overkant zijn blauw-witte licht opvangen en weerkaatsen. Zal Martin er dan al zijn? Hij zou wel langskomen had hij beloofd. Na een tijdje heen en weer slenteren ga ik in mijn slaapzak op mijn stretcher zitten. Ik steek een zandbladje op van Justus van Mourik en blaas de rook omhoog. Onder de met sterren bezaaide hemel staan mijn hengels de wacht te houden, waarschijnlijk voor niks. Ik steek mijn hand uit naar mijn nieuwe tentje en betast het gladde buitendoek voorzichtig. Die nieuwe tent is eigenlijk de reden dat ik hier nu zit. Normaal zou ik niet gegaan zijn, omdat het zo'n gedonder is om mijn grote lompe tent op te zetten in het stikdonker. Maar dit nieuwe tentje is in twee minuten op te zetten, zelfs door mij. Nu weet ik dat ik vaker zal gaan vissen, ook al moet ik net als nu de volgende dag gewoon weer werken.

Up she comes
Up she comes
Foto: Harmen Sleeuwenhoek

Het oranje gloeiende stipje van mijn sigaar schiet door de lucht, valt in het water en gaat dan uit. Het is alsof het water al het licht opslokt. Ik trek een biertje open en steek een Moods op. Dan opeens wijkt de duisternis, de maan werpt een spookachtig blauw-wit schijnsel op het water. Een onheilspellend gevoel bekruipt me en daarom zet ik snel een bandje van Tristania op. Ruige stemmen worden afgewisseld met een vrouwenstem. Alleen klinkt het ontzettend onnatuurlijk in het stille bos en al snel zet ik het weer uit.

Dan hoor ik opeens een zacht geritsel uit de richting van het paadje komen, waarlangs naast Martin en ik zo goed als niemand komt. Het is gelukkig goed volk en al gauw zitten we aan het bier en de sigaren. Bijna de hele avond hebben we het over De Draaier: een pracht van een schubkarper die in dit water huist. Martin heeft al een paar keer dit juweel in zijn armen mogen sluiten. Ik heb hem helaas nog niet en wil hem heel graag vangen. Alleen jammer dat ik vannacht geen kans heb aangezien het water nog stervenskoud is. Ik verwacht geen piep. Martin heeft zo zijn bedenkingen over mijn pessimisme. Hij wijst erop dat de Draaier een grote vis is die ook moet eten. En bovendien eet zo'n grote vis ook in de koude jaargetijden door en de kleinere meestal niet of nauwelijks. Als het aan hem ligt vang ik hem wel even vannacht. Dat zou me even geweldig zijn, aangezien De Draaier al heel lang op mijn verlanglijstje staat. Maar ik geloof er toch niets van ondanks het feit dat ik lekker meelul. Enkele Moods en Justusjes later rond 00.45 uur gaat Martin naar huis met een vang ze en slaap lekker, dus niks geen ge-tight lines, bullshit.

Ik besluit nog even bij mijn hengels te gaan kijken en staar naar mijn toppen die dicht boven het wateroppervlak staan. Niks beroert het wateroppervlak, geen belletje of rimpeltje.....niks. Na 10 minuten klap ik mijn stretcher in en wurm hem langs mijn hengels de tent in. Ik leg alle bierflesjes 5 in totaal in mijn voortent en loop onze zitplek nog even na. Niks meer te zien geen troep en geen waardevolle dingen. Dan pak ik mijn tandenborstel en poets mijn tanden. Ik wens het water een goede nacht toe, de maan een goede wacht en kruip in mijn slaapzak.

Nog even staar ik naar buiten alvorens ik me aan zoete dromen overgeef.

Opeens sta ik met een kromme hengel in mijn handen. Een loeisterke vis eist mijn volle aandacht en concentratie op. Mijn armspieren ondergaan een hevige marteling als de vis keer op keer een harde run neemt. Dan eindelijk weet ik hem te stoppen vlak voor een paar obstakels. Hij zwemt sloom en moegestreden mee. Dan glijdt ie mijn net in en heb ik 'm. Welke zal het zijn? Met trillende handen doe ik mijn zaklamp aan en zie een immense schubkarper.

De Draaier of De Vlek, beide heb ik nog niet. Dan zie ik op de staartwortel een chaos, een schitterende chaos van schubben die gedraaid staan. Het zal toch??.

Wat kan onlogisch toch schitterend zijn!
Wat kan onlogisch toch schitterend zijn!
Foto: Harmen Sleeuwenhoek

Opeens word ik wakker en staar versuft naar buiten. Het blije gevoel van net ebt weg, de wakers hangen onbewogen het water staart me dreigend aan. De maan waakt met zijn geheimzinnige gloed over een verward vissertje met grote dromen. Teleurgesteld val ik weer in slaap. 03.00: uur ik lig in diepe slaap als opeens een verbaasd piepen door het stille bos klinkt. Ik schrik wakker en zie een ledje knipperen, sneller en sneller piept en knippert het in de doodse stilte. Ik ben net zo verbaasd als mijn Delkim en schiet snel in mijn slippers de tent uit om deze aanranding van de stilte het zwijgen op te leggen. Ik pak de rechter hengel op en geef een zwieper aan de molenhendel, de baitrunner slaat dicht en de strijd begint.

Ik voel het zenuwachtige trekken van een klein karpertje en toch wel een beetje teleurgesteld trek ik de vis naar me toe. Ik pak mijn net en leg het in het water. Het heeft even de tijd nodig om te zinken alvorens het schepklaar is. Opeens neemt de vis een vreemd besluit, hij draait zich om en neemt een harde snelle run naar een paar in het water hangende takken, dikke takken welteverstaan. Ik stop de door kou niet soepel lopende vis echter met niet al te veel moeite. Versuft zwemt de vis moegestreden mee met de constante druk naar het net, als de karper boven het net ligt til ik het op, hebbes....yes! Ik doe de beugel van mijn molen open en zet de hengel tegen mijn tent. Dan til ik het net hoog genoeg op om de vis goed te kunnen zien. In het duister zie ik een langgerekte gigant liggen, moe en happend naar lucht. Met trillende handen pak ik mijn zaklamp. De Draaier of De Vlek, welke van de twee juwelen zal het zijn? Dan snijdt een lichtstraal door de doodse duisternis, en wordt gevangen in het net. Ongelooflijk: de hele avond heb je het over deze vis en dan vang je hem nog ook! Ik til het net op, sjouw de vis naar de mat en vlei hem er voorzichtig op neer. Ik haal de haak uit de ongehavende bek, zie de wirwar van schubben op het grote vissenlijf geplaatst. Wat kan onlogisch toch schitterend zijn! Ik pak de bewaarzak en hang de vis voorzichtig weg. Dan als het aas weer op de juiste plek ligt duik ik weer snel mijn slaapzak in en drink het laatste biertje op. Dan probeer ik Martin te bellen.

Eindelijk na al die jaren!
Eindelijk na al die jaren!
Foto: Harmen Sleeuwenhoek

Helaas neemt hij niet op en ik besluit hem een sms te sturen. Ik zet de wekker op 9 uur aangezien ik toch pas om 11 uur hoef te beginnen. Als ik wakker word is het 8 uur. Ik krijg al spoedig een afleverrapport op mijn telefoon. Martin heeft mijn bericht ontvangen. Ik stuur snel een tweede en die luidt als volgt: Ik ben net wakker, was bang dat het een droom was maar ik heb hem toch echt! Neem a.u.b. je camera mee, groeten Karperkoning Harmen.

Zoals ik al wel verwachtte was Martin er binnen 20 minuten. Waar is de bewaarzak!?? is het eerste wat hij vraagt. Ik wijs hem de bewaarzak en we besluiten eerst een bakkie te doen. Dan treffen we snel de voorbereidingen voor de fotosessie: de mat klaar leggen en lege bierflesjes worden gevuld met slootwater om de vis goed nat te houden. Dan haal ik de zak uit het water. Als de vis op de mat ligt slaat hij woest om zich heen. Als hij eenmaal rustig is geworden schiet Martin een hele serie foto's. De vis wordt terug gezet en het wordt tijd om weer naar huis te gaan. De spullen zijn al ingepakt en om 10.20 uur ben ik weer thuis. Snel een douche en dan naar het werk. Ik ben netjes op tijd en de glimlach op mijn gezicht verdwijnt geen moment van de dag.

Is het me vergeven of niet!?

Auteur: Harmen Sleeuwenhoek

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.