(Hef)bomen van hengels

Hefbomen van hengels

In de winter van 2009/2010 schreven Herwin Kwint en hengelbouwer Dick Willemsen een tweeluik waarin zij de verschillende soorten karperhengels nader hebben beschreven en zijn ingegaan op de verschillende eigenschappen en de werking per type hengel. Deze artikelen zijn eerder geplaatst in Dé Karperwereld nummer 65 en 66. Wij zijn verheugd om deze, zeer waardevolle, informatie met jullie te mogen delen op CarpFeeling.

 

Advertentie:

  



De werking van hengels begrijpen

De artikelen zijn bedoeld om inzicht te verschaffen in de verschillende soorten karperhengels en zodoende de keuze makkelijker te maken. Welke eigenschappen naar ons idee functioneel zijn voor een bepaalde viswijze staat hierbij centraal. Bedenk hierbij dat persoonlijke voorkeur en beleving ook belangrijke argumenten zijn bij hengelkeuze.

Voor de één niet meer dan een simpel instrument om karpers binnen te halen, voor de ander een verlengstuk van zijn passie. Hoe dan ook: hengels vormen een cruciaal onderdeel binnen onze hobby. Het feit dat je zo zelden objectieve informatie over dit onderwerp kunt lezen, heeft te maken met de complexe materie die erachter schuil gaat. Om een zo goed mogelijk beeld te vormen, reisde Herwin af naar het Gelderse Klarenbeek.

In Klarenbeek woont hengelbouwer Dick Willemsen van RodVisions. Samen zullen we in gaan op de eigenschappen die karperhengels van elkaar onderscheiden. In deze artikelen zullen wij, getoetst aan jarenlange praktijkervaring van vele vissers, de voor- en nadelen belichten van verschillende typen hengels en de invloed die de afbouw en materiaalkeuze hierop hebben. Tevens gaan we de vastgeroeste gedachtes over de druk die met een hengel kan worden overgebracht nieuw leven inblazen, want de meeste beweringen hierover raken kant nog wal. We voorspellen alvast enige discussie…

Gezien de huidig veel toegepaste viswijze waarbij de rig uitgevaren wordt, is de te behalen werpafstand van een hengel vaak nauwelijks relevant
Gezien de huidig veel toegepaste viswijze waarbij de rig uitgevaren wordt, is de te behalen werpafstand van een hengel vaak nauwelijks relevant.

Moderne werpkanonnen

Sinds de ontwikkelingen van de moderne boltrig systemen zijn de ontwerpen van de karperhengels op deze visserij aangepast. Vroeger had een karperhengel als functie om ook zacht aas ver te kunnen werpen en toch ook krachtig een haak te kunnen zetten en. Tegenwoordig is dat niet meer aan de orde. De taaie en soepele medium tapers uit het aardappeltijdperk hebben grotendeels het veld geruimd voor de moderne werpkanonnen naar Engels ontwerp. Bij deze hengels zit de actie voor het grootste deel in de top. We hebben het hierbij over de zogeheten ‘fast tapers’. Tegenwoordig bestaat het grootste deel van het aanbod karperhengels in de hengelsportzaken uit fabriekshengels met een testcurve vanaf 2,75 lb met een fast taper karakter. Het aanbod is dus redelijk eenzijdig.

Gezien de omstandigheden op onze thuiswateren verbazen wij ons er niet over dat er in Nederland steeds meer vraag komt naar soepele hengels. De drilbeleving wordt steeds belangrijker en de te behalen werpafstanden zijn minder belangrijk. Gezien de huidige manier van vissen is die werpafstand immers meestal niet relevant. Veel vissers varen hun lijnen namelijk uit, hetzij met behulp van een roeiboot of met een radiografisch voerbootje. Om dit artikel ook voor de beginnende karpervisser begrijpelijk te houden, maken we eerst enkele begrippen uit de hengelbouw wereld duidelijk.

Blank

Een kale hengel, zonder geleideogen en handvat, wordt blank genoemd. Om zo’n blank te fabriceren wordt een mandril (stalen stift met de gewenste taper) gebruikt. Om deze mandril worden carbon matten gewikkeld. Deze worden met een hars doordrenkt. Daarna wordt het geheel onder druk met een tape omwikkeld voor het een oven in gaat. Als de carbon mat door het ‘bakken’ op een hoge temperatuur is gehard, kan de mandril worden verwijderd en vervolgens kan de blank geslepen en gelakt worden. Dit is echter niet perse noodzakelijk.

Een ongeslepen blank heeft een ribbelstructuur. Hierdoor zijn de uiteindelijke productiekosten lager; het slijpen blijft immers achterwege. Een voordeel is echter ook dat er geen wanddikteverlies en verschil in wanddikte kan optreden door het slijpen. Een nadeel van zo’n ongeslepen blank is dat deze ruw aanvoelt en gevoeliger is voor vocht en vuil. Als de blank ook niet wordt beschermd met een laklaag kan het oppervlak sneller verouderen.

Carbonsoorten

Er is veel diversiteit wat betreft de gebruikte ‘soorten’ en kwaliteiten carbon. Het voert wat te ver om hier specifiek in te gaan op de verschillen tussen bijvoorbeeld IM7 en T40 carbon en dus maar even wat beknopte informatie. Je kunt stellen dat er zeer taaie, buigzame carbonvezels zijn. Deze zijn te verdelen in de low en daaropvolgend intermediate modulus vezels.

Daarna volgen stijvere, dus minder buigzame vezels, de zogeheten high en ultrahigh modulus vezels. Hoe hoger de moduluswaarde van carbon, des te lichter, stijver en ook kwetsbaarder een hengel uiteindelijk wordt. Het is dus beslist niet zo dat een high modulus hengel beter is dan een hengel die werd gefabriceerd van een lagere modulus carbon.

Hefbomen van hengels

Dit wordt echter wél vaak gesuggereerd! Het is maar net welke actie, diameter, demping en sterkte je de hengel wilt geven. Hier komen het vakmanschap en de keuzes van de fabrikant/hengelbouwer om de hoek kijken. De belangrijkste vezels die in een blank worden verwerkt zijn carbon, glas, kevlar en/of een combinatie hiervan. De vezels uit de ultrahigh modulus carbon groep zijn lastig bruikbaar in een blank; ze zijn zeer broos, stug en dus kwetsbaar. Glas is minder stijf dan carbon, maar beter bestand tegen plotselinge zware belasting (momentbelasting).

Kevlar

Glas wordt dan ook veel gebruikt in combinatie met carbon, bijvoorbeeld voor het vervaardigen van big-game blanks. Kevlar is een merknaam voor een aramide vezel zonder enige stijfheid, waarvan een draad gesponnen kan worden.

Het is een extreem sterke en lichte vezel, met zeer weinig rek. Deze gebruikt men in een blank altijd in combinatie met andere vezels. Een zogenoemde ‘kevlar blank’ is dus gemaakt van een geweven mat met carbon en kevlar. Deze blanks zijn herkenbaar aan een blokjesmotief en meestal ongeslepen. De blanks zijn relatief zwaar, want er is meer wanddikte nodig om het gebrek aan stijfheid van kevlar te compenseren en ze bevatten relatief veel hars als vulmiddel. Deze blanks zijn vrij populair vanwege hun goede, wat traag aanvoelende actie en demping.

Ovale vervorming

Een leuk weetje is dat de blank tijdens de buiging vervormt. De ronde vorm zal daarbij licht ovaal worden. Een mooi voorbeeld hiervan is een pvc-buis. Deze haalt zijn buiging voornamelijk uit het feit dat de buis ovaal kan worden als deze wordt belast. Zou een pvc-buis niet ovaal kunnen worden, dan zou deze breken bij belasting. Voor hengels geldt in principe hetzelfde. Deze vervorming van rond naar ovaal is het sterkst aanwezig bij dunwandige glas hengels (zeer soepel) en het minst bij stijve dikwandige carbon blanks met een dunne diameter. De buiging, demping en actie van een blank ontstaan mede door de mogelijkheid ovaal te vervormen. Andere factoren die de actie beïnvloeden zijn de taper, diameter en de carbonvezels en tenslotte ook enige technische trucs die sommige fabrikanten toepassen.

Ovale vervorming bij hengels
De vervorming van rond naar ovaal is het sterkst aanwezig bij dunwandige glashengels (zeer soepel) en het minst bij stijve dikwandige carbon blanks met een dunne diameter. De buiging, demping en actie van een blank ontstaan mede door de mogelijkheid ovaal te vervormen.

Zware, dunne hengels met een weinig taps verloop, halen hun stijfheid dus uit het gebruikte type carbonvezel én de grotere wanddikte van de blank. Door die grote wanddikte verliest de blank voor een deel de mogelijkheid ovaal te vervormen, waardoor de keuze van de gebruikte vezel en de manier van fabricage belangrijker worden! Als een stugge, veel voorhanden zijnde carbonsoort wordt gebruikt zoals het T40 carbon voor het vervaardigen van een vrij dikke wand, dan ontstaat er een harde hengel met zeer matige drileigenschappen en vaak een abrupte stop in de demping. Er rouleren zelfs verschillende benamingen voor deze eigenschappen, zoals ’een bonkstok’ of een ‘dode stok’. Je wordt niet vrolijk als je met dit type hengel uit een bootje drilt. Hier komen we later in dit artikel uitgebreid op terug, want dit is zeker iets om rekening mee te houden bij de aanschaf van karperhengels.

Grofweg kun je dus stellen; hoe dunner de blank, des te moeilijker wordt het voor de fabrikant om er een fraai buigend en dempend eindproduct van te bouwen. Hieruit kunnen we concluderen dat een hengel met een grote diameter niet per definitie slechter hoeft te zijn dan een hengel met een chique dunne diameter.

Dick met een fraaie Italiaanse schub gedrild met een taaie soepele intermediate carbon hengel vanuit de boot in zwaar begroeid water.
Dick met een fraaie Italiaanse schub gedrild met een taaie soepele intermediate carbon hengel vanuit de boot in zwaar begroeid water.

Sluitingen

De twee meest toegepaste praktische sluitingen om hengeldelen te verbinden, zijn tegenwoordig de pensluiting en de oversteeksluiting. Bij een pensluiting is de blank vaak op één mandril gemaakt en vervolgens doorgezaagd. De doorgezaagde blank is dus van één lengte geweest, waardoor het taps verloop (tapering) exact door loopt. Men lijmt de pen in het ‘mannelijke’ onderste deel. De (vrouwelijke) top past er precies op. Voordelen zijn de lagere productiekosten en de doorlopende tapering en dus meestal een mooi doorlopende actie. Een nadeel is de gevoeligheid voor slijtage. Als er geen tussenruimte meer is tussen top en onderdeel (de pen is niet meer zichtbaar), dan ontstaat er speling die voelbaar, en op den duur hoorbaar is als een ‘tikkend’ geluid.

Een actueel probleem bij blanks die dun van diameter zijn, is dat de pen logischerwijs erg dun is. De pen heeft vanwege die dunne diameter onvoldoende stijfheid, waardoor de hengel kan gaan ‘knikken’ op de sluiting. Dit is dan meestal ook een zwakke plek in de blank.

Een blank met oversteeksluiting is gemaakt op twee verschillende mandrils. Het topdeel schuift simpelweg een stukje over het onderdeel heen. Deze versteeksluiting wordt naar onze mening terecht het meest toegepast. Het is een zeer praktische sluiting, die minder gevoelig is voor slijtage. Wanneer het onderste deel en het topdeel goed op elkaar zijn afgestemd, geeft een oversteeksluiting minder actieonderbreking ten opzichte van een pensluiting.

Taper

Het tapse verloop van een hengel noemt men in het Engelse ook wel ‘tapering’. De mate van verloop van dik naar dun is onder andere bepalend voor de actie van de hengel. Oorspronkelijk was de actie van een hengel direct op het oog herkenbaar aan zijn ‘taper’. Liep de diameter relatief fors op, dan was het een fast taper en dus een hengel met topactie; de grote diameter gaf de grote stijfheid van de eerste meters aan de hengel. Bij een relatief traag oplopende diameter was het een blank met medium tapering en daarmee met een parabolisch karakter. Dit verhaal gaat tegenwoordig niet meer op. Door onder andere ‘fabricagetrucs’ kan een blank met weinig verloop tegenwoordig namelijk weldegelijk een fast taper actie hebben.

Links de actie van een medium taper, rechts de fast taper.
Links de actie van een medium taper, rechts de fast taper.

Medium taper

Een medium taper is herkenbaar aan zijn progressieve (gelijkmatige) buigingsopbouw. De blank wordt bij voorkeur gemaakt van een taaie en sterke carbonsoort (standaard of intermediate modulus vezels). Er zijn hengels in de handel die als een medium taper verkocht worden, terwijl ze halverwege het kromtrekken ineens ‘doodslaan’ en een ‘stop’ hebben. Deze hengels hebben dus geen reserve meer in de demping. De oorzaak hiervan is te wijten aan de voor zo’n blank verkeerd gekozen carbonvezels,. Een echte medium taper moet progressief zijn actie opbouwen en naarmate de druk toeneemt steeds verder doorbuigen tot ver in het handvat. De werpeigenschappen van een medium taper zijn wat afstand betreft iets minder dan die van een fast taper.

Fast taper

Kenmerkend voor een fast taper hengel is een stugge actie, met hoofdzakelijk buiging in de top. Fast tapers zijn afgebouwd met weinig geleideogen, de eerste meters buigen toch zeer gering. Ook bevordert een hoog op het eerste deel geplaatst startoog de werpafstand. Dergelijke hengels hebben goede werp eigenschappen wat afstand betreft. Veel fast tapers zijn dun van diameter en dus vrij dikwandig; de carbonkeuze is dus voor een groot deel bepalend voor de actie en dempende eigenschappen. Bij een fast taper komen de bewegingen van de vis beter door; je voelt meer wat de vis doet. Hengels met een fast taper karakter zijn de meest aangeboden (fabrieks)hengels van dit moment. Het is een onjuiste gedachte dat met dit type hengel makkelijker druk op de vis uitgeoefend kan worden.

Dick belast hier een glashengel met zeer groot demping bereik. In sommige situaties is dit een zeer bruikbare, effectieve hengel die bij kenners dan ook de voorkeur heeft. Denk aan zware drilsituaties, obstakelvisserij en de meervalvisserij.
Dick belast hier een glashengel met zeer groot demping bereik. In sommige situaties is dit een zeer bruikbare, effectieve hengel die bij kenners dan ook de voorkeur heeft. Denk aan zware drilsituaties, obstakelvisserij en de meervalvisserij.

Glashengels

Tegenwoordig is ‘glas’ geen populair materiaal, vooral vanwege het gewicht en het lompe uiterlijk van de zwaardere glasstokken. Omdat we in het volgende deel echter ook verschillende glashengels gaan testen, geven we hier een beknopte opsomming van de eigenschappen van deze glashengels. Ze zijn oersterk, taai en buigzaam en vertonen dus veel demping. De werpeigenschappen zijn over het algemeen gering en de hengel kan traag en/of zwaar aanvoelen. De kenners zullen dit materiaal vanwege zijn eigenschappen weten te waarderen en dat is niet voor niets. In sommige situaties is dit namelijk een zeer bruikbare, effectieve hengel die bij kenners de voorkeur geniet. Denk aan zware drilsituaties, obstakelvisserij en de meervalvisserij.

Testcurve

De power c.q. zwaarte van een hengel wordt meestal uitgedrukt in Engelse ponden (= 0,453 gram), in de regel afgekort tot lb of lbs. Bij de vaststelling hiervan worden blijkbaar verschillende normen gehanteerd, waardoor onderlinge verhoudingen per merk niet goed inzichtelijk zijn. Hierdoor kan de klant op een dwaalspoor worden gebracht. Een 3 lb hengel van merk A is soms vergelijkbaar met een 2,5 lb hengel van merk B…

Om de testcurve te bepalen moet de hengel een perfecte hoek van 90 graden bereiken. Het gewicht dat voor deze hoek zorgt, zou de lb-aanduiding moeten zijn die op de hengel vermeld staat. Een 3 lb hengel buigt dus bij een belasting van 3 lb op de top in een hoek van 90 graden. De aanduiding lb zegt verder weinig over het karakter en demping bereik van een hengel.

Om de testcurve te kunnen bepalen, moet de hengel een perfecte hoek van 90 graden bereiken. Het gewicht dat voor deze hoek zorgt, zou de lb-aanduiding moeten zijn die op de hengel vermeld staat.
Om de testcurve te kunnen bepalen, moet de hengel een perfecte hoek van 90 graden bereiken. Het gewicht dat voor deze hoek zorgt, zou de lb-aanduiding moeten zijn die op de hengel vermeld staat.

Molenvoetafstand

Een belangrijke eigenschap is ook de lengte van het handvat of eigenlijk: de afstand tussen eindcone en molenvoet. Laten we dit verder de molenvoetafstand noemen. De ideale molenvoetafstand is gerelateerd aan de lengte van de visser en kan dus een belangrijke afweging bij de hengelkeuze vormen. Zo kan deze lengte cruciaal zijn tijdens het landen (scheppen) van een vis. Veel vissers gaan, terwijl ze een karper scheppen, door de knieën om zichzelf zo klein mogelijk te maken en om zodoende een optimale hoek te creëren. Iemand van klein postuur zal in deze landingshouding’ laag bij de grond zitten en dan kan een te lang handvat de grond raken en een belemmering vormen. Een te kort handvat is echter weer nadelig bij het behalen van verre worpen.

Om een hengel goed ‘te laden’ voor een verre worp wordt veelal een langere molenvoetafstand aanbevolen. Stelregel hierin is dat wanneer u uw arm gestrekt houdt, de afstand van oksel naar hand de meest ideale lengte is voor de molenvoetafstand. Ook dit verschilt dus per persoon.

De kritieke landingsfase

Demping heeft onder andere te maken met de ovale vervorming van de blank, hebben we zojuist kunnen lezen. Een echte medium taper heeft vanwege zijn soepele actie een optimale demping, een uiterst belangrijk voordeel tijdens de dril, want dit kan beduidend minder losschieters tot gevolg hebben. Hoe beter de demping, hoe beter de hengel de bewegingen (vluchtpogingen) van een vis absorbeert. Een hengel met fast taper karakter heeft altijd minder demping maar is weer meer geschikt om hoge loodgewichten optimaal en ver te werpen.

Een mooi voorbeeld hiervan is te zien op de Korda dvd’s. Daar drilt Danny Fairbass menig karper met een fast taper. Je kunt daarbij duidelijk zien dat er van enige buiging en demping tijdens de dril weinig sprake is. Hij compenseert het gebrek aan demping door middel van zijn beide armen. In feite kan hij niet anders dan meegeven met de uitvallen van de vis. Desondanks kiest hij kennelijk voor een fast taper model. Mogelijk om een noodzakelijke werpafstand te behalen of misschien vanuit Engelse traditionele voorkeur.

Herwin ondersteunt met zijn linkerhand de hengel en compenseert hiermee het gebrek aan  demping. Ook wordt het makkelijker druk te houden met een hand richting startoog.
Herwin ondersteunt met zijn linkerhand de hengel en compenseert hiermee het gebrek aan demping. Ook wordt het makkelijker druk te houden met een hand richting startoog.
In de landingsfase is het veel lastiger om eventueel gebrek aan demping te compenseren. De hengel is vrijwel volledig verantwoordelijk voor de cruciale demping in de schepnetfase met één hand aan de hengel en de cone in de lies.
In de landingsfase is het veel lastiger om eventueel gebrek aan demping te compenseren. De hengel is vrijwel volledig verantwoordelijk voor de cruciale demping in de schepnetfase met één hand aan de hengel en de cone in de lies.

Kritische fase van de dril

De meest kritische fase van de dril is onder de kant, dit noemen wij de landingsfase. U kent het wel: de onderkant van hengel wordt in de lies geplant en het schepnet wordt vooruit gestoken. De hengel hebben we dus maar met één hand vast, waardoor de controle over die hengel lastiger wordt. Wanneer de hengel in deze fase van de dril de klappen van de vis matig absorbeert zoals bij een fast taper, dan zul je de uitvallen van de vis dus met één arm moeten opvangen. Dat is in de praktijk erg lastig, want vaak heb je je handen al vol om met een vooruit gestoken schepnet zelf in balans te blijven.

De hoeveelheid lijn die op dat moment uitstaat, is gering en daarbij dus ook de rek (demping) in de lijn. Vrijwel alle demping, die in deze fase zo belangrijk is, komt daarmee dus voor rekening van de hengel. Bij gebruik van gevlochten lijnen (dus zonder rek) wordt de demping van de hengel cruciaal. Wanneer de karper boven het net komt, dan staat een zware fast taper bijna horizontaal, dus met geringe buiging recht omhoog. De toch al geringe demping in de hengel komt dan nog minder tot zijn recht. We hebben de hengel maar met één hand vast en hiermee kunnen we dus zeer lastig controleren. En zie daar de meest klassieke frustratie van iedere karpervisser, een losschieter vlak voor het net! Dit kan mede gebeuren door het gebrek aan voldoende demping in de hengel…

De optimale hoek

In de landingsfase moet de hengel achterover en kan er een moeilijk controleerbare situatie ontstaan. Hoe stijver de hengel, des te kleiner de hoek is tussen de hengel en de lijn. Met een fast taper is die kleinere hoek bovendien noodzakelijk om de vis boven het net te dirigeren. Herkenbaar is de situatie waarbij de top in feite schuin achter de visser komt, de toch al lastige controle lijkt weg te vallen en de hengel zwabbert alle kanten op. Dit is waarom veel vissers het schepnet zo ver naar voren duwen en zichzelf klein maken (op de hurken). Hoe korter en buigzamer de hengel, des te makkelijker is het een vis boven het net te dirigeren. Door de buiging wordt het makkelijker controle te houden door de gunstigere lijn/hengel hoeken en voldoende demping.

De landingsfase bij gebruik van een fast taper. Let op de lengte van de uitstaande lijn tussen hengeltop en karper. Het ‘stuurpunt’ ligt hoog in de hengel en dus is het lastiger om de vis boven het net te dirigeren. Gezien de stand van de hengel is de demping vrij gering.
De landingsfase bij gebruik van een fast taper. Let op de lengte van de uitstaande lijn tussen hengeltop en karper. Het ‘stuurpunt’ ligt hoog in de hengel en dus is het lastiger om de vis boven het net te dirigeren. Gezien de stand van de hengel is de demping vrij gering.

Op de foto’s is duidelijk te zien dat er tijdens die cruciale landingsfase bij een medium taper beduidend minder lijn uitstaat dan bij een fast taper. Wellicht heeft u het verhaal van Luc de Baets gelezen, die vanuit de boot met ruw weer op de hoge golven van Oriënt een bak van een karper probeerde te scheppen. Hij kreeg de vis niet boven zijn schepnet, omdat hij geen juiste hoek kon creëren, de boot werd bovendien door de wind bij de karper vandaan geblazen. Luc besloot vervolgens om de top van de hengel er af te halen en naar de vis te laten zakken. Vervolgens drilde hij met louter het einddeel van de hengel. Op die manier creëerde hij een gunstige hoek, in feite een veel kortere hefboom.. Alleen op deze manier kon hij uiteindelijk de karper boven het net dirigeren.

Korte medium tapers

Fast tapers zijn om alleen vanuit een boot te drillen erg lastig. De boot zal bij ruw weer weg drijven van de vis, je krijgt met die stugge stok de hoek niet klein genoeg. Dit is ook aan de orde bij hoge kanaaloevers. Vaak bevindt de visser zich een stuk hoger dan de waterspiegel, waardoor er tijdens de landingsfase een lastige hoek ontstaat. Je kunt immers niet even een paar stappen naar achteren zetten, tenzij je vismaat de vis voor je schept.

De landingsfase bij gebruik van een medium taper. De lengte van de uitstaande lijn is korter dan die bij gebruik van een fast taper en daarbij ligt het ‘stuurpunt’ lager en meer voor de visser in de hengel. Het is veel eenvoudiger om de vis het net in te loodsen. Ideaal bij het landen vanuit een boot. Dit voordeel is aanwezig bij een medium taper door een groter demping bereik.
De landingsfase bij gebruik van een medium taper. De lengte van de uitstaande lijn is korter dan die bij gebruik van een fast taper en daarbij ligt het ‘stuurpunt’ lager en meer voor de visser in de hengel. Het is veel eenvoudiger om de vis het net in te loodsen. Ideaal bij het landen vanuit een boot. Dit voordeel is aanwezig bij een medium taper door een groter demping bereik.

Op kanalen ben je met een (korte) medium taper dus in het voordeel, het is een logische functionelere keuze. Ook daar werpafstanden op kanalen in de regel geen echte rol spelen. Bij visserij waarbij de rig uitgevaren wordt op grote afstanden worden vaak zware fast tapers gebruikt, terwijl er vervolgens vanuit de boot wordt gedrild. Een lastige combinatie; denk hierbij aan het voorbeeld van Luc de Baets dat we zojuist hebben aangehaald.

Hoog boven het water?

Een argument om tóch voor zware (en langere) fast tapers te kiezen, is om de lijnen hoog in het water boven de obstakels te kunnen houden b.v. bij steenstort oevers op rivieren. Dit heeft echter alleen onder je eigen kant een meerwaarde. De lijn is mooi hoog te houden waardoor scherpe stenen ontweken kunnen worden. Wel zaak om zo veel mogelijk mee te lopen met de vis. Hoe groter de afstand tussen de hengel en de plek waar de karper zich bevindt, des te kleiner wordt de hoek. Het verschil in een lijn hoek tussen een medium en fast taper is op grote afstand te verwaarlozen.

Met wat extra lengte van de hengel kun je het vertrekpunt van de lijnen in de oeverzone goed hoog houden. En met name ’s nachts heb je die extra ruimte vaak nodig om met de boot te kunnen manoeuvreren.
Met wat extra lengte van de hengel kun je het vertrekpunt van de lijnen in de oeverzone goed hoog houden. En met name ’s nachts heb je die extra ruimte vaak nodig om met de boot te kunnen manoeuvreren.

Met een fast taper houd je de (zinkende) lijnen echt niet verder boven de bodem dan wanneer je een medium taper van dezelfde lengte op dezelfde steunen (sky pod) zou leggen. Dit verschil is verwaarloosbaar. Extra lengte van de hengel heeft als pluspunt dat het vertrekpunt van de lijn hoog gehouden kan worden in de oeverzone. Hier heb je (’s nachts) namelijk vaak extra ruimte nodig om met de boot te kunnen manoeuvreren. Door de stijvere top van een fast taper kun je het lood hoger van de bodem binnendraaien, dit verschil is op grotere afstand steeds minder aan de orde.

Veel geroutineerde lange afstandvissers halen hun lijnen op met de boot. Vaak staan er halverwege obstakels of wiervelden, waardoor binnendraaien uiteindelijk geen optie is. Over het algemeen wordt gedacht dat je met een een fast taper meer druk kunt houden op de vis, ook op grotere afstanden.

Hengelkeuze

De hengelkeuze wordt vaak vanuit de portemonnee gemaakt en dat is niet meer dan logisch. Veel vissers zijn geneigd om voor één set hengels te kiezen die min of meer toereikend is voor alle facetten binnen de karpervisserij. De hengel moet ook zware omstandigheden en het werpen van hoge loodgewichten aan kunnen. Daarom gaat de keuze vaak richting hengels waarvan men denkt dat deze veel ’reservekracht’ bezitten. Bij deze keuze wordt er nog al eens geredeneerd dat hoe hoger de aangegeven lb waarde, hoe ‘krachtiger’ de hengel en des te geschikter deze dus is voor het vangen van grote vissen. Deze redenering lijkt vrij logisch, maar hopelijk zet dit artikel u aan het denken en mogelijk brengt het u zelfs op andere gedachten.

Bijna wetenschappelijk

We beseffen dat het een vrij lastig, bijna wetenschappelijk, verhaal wordt, maar we denken dat het loont als u zich er in verdiept. Zie het als een tegenpool van de commerciële hengelpraat die algemeen is in hengelsportland… U verkrijgt meer inzicht in karperhengels en hun specifieke eigenschappen, waardoor u keuze kunt maken die beter afgestemd is op uw visserij.  

Drillen met een gefixeerde hengel
Drillen met een gefixeerde hengel

Een hengel kan er nog zo bijzonder uitzien en heftig aanvoelen, uiteindelijk gaat het om de daadwerkelijke ‘kracht’ die je er mee op de karper kunt overbrengen. Een hengel heeft in feite natuurlijk geen ‘kracht’. Het is een instrument om de kracht die de visser geeft op de gewenste manier over te brengen en zo druk uit te oefenen op een vis. Juist de zwaardere hengels (vanaf ca. 2,75 lb met een fast actie en een geringe demping) vallen door de mand wanneer het gaat om de daadwerkelijke druk die je op een karper kunt houden! Dat wij met deze stelling ingaan tegen de heersende gedachten van velen beseffen wij maar al te goed. Onze beweringen worden echter onderbouwd met feiten en hopelijk leiden deze vanaf heden tot een bewustere kijk op al dat glimmende carbon.

Krachtoverbrenging

Het lijkt een logische gedachte: om grote, sterke vissen te drillen, is het een voordeel om zware hengels van 2,75 lb en meer te gebruiken. Ook extra lengte wordt vaak als een voordeel gezien. Sommige meer ervaren vissers die moeilijk bevisbare en begroeide wateren niet uit de weg gaan, kiezen echter toch juist voor relatief lichte en goed dempende stokken.
Hengelkeuze is vaak een gevoelskwestie en er is, voor zover ons bekend, nauwelijks concreet en zinnig over geschreven.

Hoe zit dat nu eigenlijk met de voor- en nadelen van hengeleigenschappen in relatie tot de plaatselijke omstandigheden en de manier van vissen? Om de eigenschappen van hengeltypes te verduidelijken, zijn we daarover eerst eens met een aantal vissers gaan brainstormen. Vervolgens zijn we tot het testen van verschillende hengeltypen overgegaan. Het doel van deze test is het verkrijgen van inzicht in begrippen zoals drukoverbrenging en demping per type hengel. Deze testen betroffen voor een groot deel ‘nieuw terrein’ voor ons. Al doende kwamen er steeds meer nieuwe inzichten waardoor we onze aanpak moesten aanpassen.

Drillen met 'een vrije arm'
Drillen met ‘een vrije arm’

Uitgebreide testen

De hengels in de test zijn gekozen omdat ze sterk variëren in lengte, lb, actie en materiaal/carbonsoort. Zo wordt het mogelijk een breder
beeld te geven van karperhengels en komen verschillen in eigenschappen beter naar voren. De test is slechts bedoeld om inzicht te geven in verschillende hengeltypen en dus niet om een oordeel te vellen over een bepaalde stok van merk A of B. Voordat we ingaan op de testresultaten willen we echter eerst enkele (nieuwe) begrippen die we gebruiken aan u toelichten. Armdruk, hefboomwerking, haakdruk en dempingsbereik In principe zijn er twee manier om een hengel te hanteren tijdens een dril.

De eerste manier is om de hengel in de lies te zetten. De tweede manier is om de hengel met ‘een vrije arm’ te hanteren (arm tegen de greep, cone vrij, de andere hand om lijn te winnen en om extra druk te geven). Het grootste verschil in deze twee manieren is de hoeveelheid druk die je kunt geven en langdurig kunt volhouden. De druk die we met een vrije- of gefixeerde arm geven noemen we de ‘armdruk’. Die armdruk is een belangrijk gegeven in onze test.

Hefbomen van hengels

Foto links: Hier belast Martijn een stugge 3 lb hengel met een armdruk van ongeveer 8 kg (ca.1.25kg haakdruk!). Duidelijk is zichtbaar dat de arm of hefboom A een stuk langer is dan bij de 2 lbs hengel in de foto rechts waar een gelijke armdruk wordt gegeven. Met een gelijke inspanning wordt er veel minder druk op een vis uitgeoefend dan bij de 2 lb hengel. Door de drilhand hoger boven de reelhouder te plaatsen, wordt het wat makkelijker druk te houden. Een erg herkenbaar beeld bij stugge zwaardere hengels.

Foto rechts: Hier belast Martijn een soepele 2 lb hengel ook met 8 kg armdruk (ca.1.75kg haakdruk!). Duidelijk is zichtbaar dat hefboom A veel korter is, waardoor de druk op een vis bij gelijke inspanning groter is dan die op de linkerfoto. Dus hoe korter hefboom A, hoe hoger de haakdruk bij gelijke armdruk.

Hefboomwerking

Een formule met rekenvoorbeelden presenteren gaat waarschijnlijk te ver, het moet geen natuurkunde les worden. Een voor de hand liggend voorbeeld uit de big-game visserij ‘zout of zoet’ zal u meer aanspreken. Als het type visserij het toelaat (er hoeft niet geworpen te worden) worden hierbij opvallend korte hengels gebruikt omdat het anders onmogelijk zou zijn voldoende druk uit te kunnen oefenen. Enige lengte is in feite alleen nodig om een pomp beweging te kunnen maken en op die manier onder hoge druk nog lijn te kunnen winnen. Hoe korter de ‘hefboom’ (dus hengel), hoe efficiënter langdurig en met hoge druk gedrild kan worden. Verschillende dril situaties uit Jeremy Wade`s televisie serie ‘River Monsters’ illustreren dit principe goed, met name de aflevering over de gigantische zoetwater roggen.

In feite draait het hierom; de lengte van de hengel, de mate van buiging(actie) en de positie van de dril hand zijn bepalend voor de hoeveelheid energie die nodig is om druk te houden op een vis. Hoe dieper een hengel buigt, des te korter wordt de hefboom. Hoe korter de hefboom, des te makkelijker je druk kunt geven. En hoe hoger je met de hand de hengel vastpakt (boven de reelhouder) hoe korter de hefboom wordt, hoe makkelijker je druk kunt geven.

Herwin is zich bewust van het feit dat hij met zijn relatief lichte hengels makkelijker druk kunt geven en houden. Deze bak werd gevangen op 150 meter afstand aan een 1,75 lb hengel, die werd gemaakt van een taaie, dikwandige blank.
Herwin is zich bewust van het feit dat hij met zijn relatief lichte hengels makkelijker druk kunt geven en houden. Deze bak werd gevangen op 150 meter afstand aan een 1,75 lb hengel, die werd gemaakt van een taaie, dikwandige blank.

Haakdruk en dempingbereik

Uit de gegevens in de grafiek verderop in dit artikel kunnen we afleiden dat een haakdruk van 1,5 kilo voor een gemiddeld hengeltype zeer veel is. Het is aannemelijk dat in normale omstandigheden de meeste vissers met minder dan 1 kilo haakdruk drillen. Omdat het dempingbereik van een hengel bijzonder belangrijk is hebben we dit meegenomen in onze test. Het dempingbereik van een hengel geeft een bepaald bereik (in druk) aan tot waarbij een hengel nog noemenswaardige demping heeft. Bij iedere hengel neemt het dempend vermogen af bij toenemende belasting. Het einde van het dempingbereik kan zeer abrupt (blank met stop) zijn, of veel geleidelijker verlopen.

Hier ligt ook de verklaring voor het ‘niet lekker drillen’ van een bepaalde hengel. Het is een blank met beperkte demping en een ‘abrupte stop’ in de demping. Onder beperkte belasting staat de hengel krom maar zit al tegen het einde van zijn demping bereik aan, de stok kan nauwelijks verder krom en dus niet dempen. Een dergelijke hengel is lastig te beheersen, je bent genoodzaakt constant mee te bewegen met je armen. De ‘vrije hand’ wordt al snel dicht bij het startoog geplaatst.

Testopstelling

Eerst even wat nadere uitleg over de door ons gehanteerde testopstelling om te verduidelijken hoe we te werk zijn gegaan. We hebben een hengelopstelling gecreëerd die min of meer een drilsituatie benadert. Het is natuurlijk een statische opstelling, maar dat maakt een en ander alleen maar duidelijker.

  • Er wordt gebruik gemaakt van twee digitale unsters, één tot 10 kg en één tot 25 kg met een nauwkeurigheid van 0.01 kg;
  • Het eerste meetpunt is de haakdruk, dus de werkelijke druk die op een vis wordt uitgeoefend;
  • Het tweede meetpunt is de reelhouder op 60 cm van de onderkant van de hengel. Dit punt registreert de druk die de visser geeft, dit is de fysieke inspanning die de visser levert. We noemen dit de armdruk;
  • De afstand tot het meetpunt haakdruk bedraagt zeven meter;
  • De hellingshoek van de hengel is 70 graden; bij deze hoek komen de dempingkwaliteiten goed tot hun recht en wordt een realistische situatie benaderd;
  • De armdruk wordt in onze test geregistreerd door een unster die ter hoogte van de reelhouder is geplaatst. Bij elke hengel hebben we exact hetzelfde meetpunt aangehouden.

De gebruikte hengels

A: 13 ft – 3 lb – FT carbon
Een pittige stugge hengel met fast taper actie voorzien van zes ogen. Hard aanvoelend, met beperkte demping. Vervaardigd van een stugge carbonsoort van vrij hoge modulus. Goede eigenschappen voor het werpen van grote afstanden.

B: 12 ft – 2,5 lb MT carbon
Vrij dunne, moderne blank met medium actie. Soepel aanvoelend met veel demping. Vervaardigd van hoofdzakelijk taaie intermediate carbonvezels.

C: 12 ft– 2,5 lb – MT carbon/Kevlar
Klassieke, ongeslepen carbon/kevlar blank met medium actie. Wat loom en zwaar aanvoelend, met goede demping.

D: 11 ft – 1,75 lb MT glas
Een holglashengel met medium actie. Soepel aanvoelend, met veel demping.

E: 12 ft – 2 lb MT carbon
Dunne moderne blank met medium actie. Soepel aanvoelend met veel demping. Vervaardigd van hoofdzakelijk taaie intermediate carbonvezels.

F: 12 ft –2,75 lb MFT carbon
Dunne, dikwandige blank met medium fast actie. Vrij hard en beperkt in de demping aanvoelend. Vervaardigd van stugge carbonsoort.

G: 10 ft – ruim 1,75 lb glas
Een holglashengel met medium actie. Soepel aanvoelend met veel demping.

Uitleg bij de grafiek

De horizontale as geeft de haakdruk weer in kilogrammen. Dat is de druk die op de vis wordt uitgeoefend.

Op de verticale as is de armdruk weergegeven, oftewel: de druk die de visser actief uitoefent. Trek bij een bepaalde haakdruk een denkbeeldige lijn omhoog tot deze kruist met een bepaald hengeltype. Lees naar links simpel de bijbehorende armdruk af.

De blauwe zone markeert waar de grens van een realistische armdruk zo ongeveer ophoudt. Je kunt stellen: hoe steiler de lijn van een bepaalde hengel verloopt hoe kleiner het bruikbare dempingbereik is.

Opmerkingen per hengel

Enkele opmerkingen per hengel die je naar ons idee bij de uitkomsten in grafiek hengeltype versus lijndruk/armdruk kunt maken.

A: De harde carbon hengel (13 ft – 3 lb)

Deze hengel blijkt ongeschikt voor het drillen met een redelijke haakdruk. Bij 10 kilo armdruk (dit is uitzonderlijk veel) meten wij 1 ½ kilo haakdruk. De stok is bij 10 kilo armdruk in feite nauwelijks nog ‘drilbaar’! Een dergelijke armdruk is alleen vol te houden met één of twee handen boven de molenvoet, dus zeg maar als een meervalhengel, met de cone in de lies. In de praktijk gebeurt dit natuurlijk niet. We ervaren nauwelijks nog demping bij 1 1/2 kg haakdruk. Deze hengel is vooral geschikt om ver mee te werpen. Bij 1 kg haakdruk meten we al 6kg armdruk. Als u het door heeft, begrijpt u dat met deze hengel een dril onnodig lang kan gaan duren.

De praktijk is dat de stok tijdens de eindfase van de dril vaak ‘met vrije arm’ gedrild wordt. Vanwege de beperkte demping wordt dan makkelijk ‘meegegeven’ met uitvallen van een vis. In die fase wordt er op die manier niet veel meer dan een pond haakdruk gegeven! Niet zo vreemd derhalve, dat die dikke big maar niet wilde opgeven.

Bij het haken van een snelle vis dicht onder het kantje kan het maar zo mis gaan als de slip te zwaar staat ingesteld en je niet op je hoede bent (U weet wel: ‘s nachts om kwart voor drie). De beperkte lengte van de uitstaande lijn geeft weinig demping, de hengel heeft weinig demping en wordt door de verschrikte visser vanzelf ‘platgelegd’ naar de vis toe wijzend.

Hengel A, de harde carbon 13 ft - 3 lb hengel. Om een haakdruk van 1,5 kilo te bereiken, dient ruim 10 kilo armdruk te worden gegeven
Hengel A, de harde carbon 13 ft – 3 lb hengel. Om een haakdruk van 1,5 kilo te bereiken, dient ruim 10 kilo armdruk te worden gegeven

B: De taaie soepele carbon hengel (12 ft – 2,5 lb)

Deze hengel doet het prima. Bij 1 1/2 kilo haakdruk zit de armdruk nog dik onder de 9 kg. Duidelijk is te zien dat de hengel een minder steil verloop geeft dan bijvoorbeeld hengel A, het geen aangeeft dat er bij relatief hoge haakdruk nog zeer ‘bruikbare’ demping is. Dit is een voorbeeld van een moderne, dunne blank met zeer goede drilkwaliteiten, die hem o.a. geschikt maken voor obstakelvisserij en drillen uit een boot. Ongetwijfeld zal deze hengel achterblijven bij hengel A, als het aankomt op het werpen van grote afstanden.

C: De carbon/kevlar hengel met oversteeksluiting (12 ft – 2,5 lb)

Deze enigszins loom aanvoelende hengel viel wat tegen. De hengel geeft een vrij steil verloop en bij een haakdruk van 1 ½ kilo wordt het wat armdruk betreft al behoorlijk heftig. Een mogelijke verklaring is dat de opgegeven testcurve waarschijnlijk aan de lage kant is. Het verloop blijft wel mooi vlak bij hoge haakdruk. De hengel is zeker goed bruikbaar als lastige heftige drilsituaties te verwachten zijn.

Dick, met één van zijn vangsten gedrild uit een rubberboot in  zwaar begroeid water. Dick gebruikt voor deze moeilijke omstandigheden een taaie, soepele hengel in de 2,5 lb klasse.
Dick, met één van zijn vangsten gedrild uit een rubberboot in zwaar begroeid water. Dick gebruikt voor deze moeilijke omstandigheden een taaie, soepele hengel in de 2,5 lb klasse.

D: De taaie glashengel met oversteeksluiting (11 ft – 1,75 lb)

Deze holglashengel komt er in onze test gunstig uit wat druk en demping betreft. Een haakdruk van 1 1/2 kilo wordt al bereikt met een inspanning van nog geen 7 kg. Let op: voor het geven van 1 1/2 kilo haakdruk moeten we met een 3 lb hengel 11 kilo armdruk geven (!). Ook is er bij 1 1/2 kilo haakdruk nog zichtbaar erg veel ‘bruikbare’ demping, het verloop is niet steil. De waarden blijven ook bij 2 kg haakdruk nog uit de blauwe zone. Een haakdruk van 2 kg is natuurlijk zeer fors voor dit vrij lichte stokje, en dat was te zien bij het testen. De eerste driekwart meter van de top stond zo ongeveer in het verlengde van de lijn, maar toch was er nog demping.

In de grafiek is duidelijk zichtbaar dat dit type glashengel een groot en gunstig dempingbereik heeft. Leuke informatie in het kader van de al oude discussie over glas, carbon en demping… Het ligt dan ook erg voor de hand de conclusie te trekken dat de gunstige waarden wat demping betreft voortkomen uit het feit dat het een glasstok betreft. Echter: deze waarden zijn ongetwijfeld ook met een dunne, soepele carbonhengel van 11 ft te benaderen.

Het dempingbereik zal daarmee echter wel wat minder gunstig uitpakken; de glashengel heeft immers ‘ingebouwde’ extra demping o.a. door de makkelijke ovale vervorming van de blank, weet u nog? (zie deel 1).

Dit type hengel is op z’n best bij krappe drilsituaties (dukdalven, zware plantengroei), waarbij fors druk wordt uitgeoefend met behoud van demping. Denk ook aan visserij op kanalen, steile kanten met forse begroeiing of struinend en drijvend vissen in steeds wisselende situaties. Dit type hengel is natuurlijk niet geschikt om (hoge) loodgewichten ver weg te zetten.

E: De taaie soepele carbonhengel (12 ft – 2lb)

Dit is een hengel van Herwin en tevens de zwaarste hengel die hij bezit. Deze hengel doet het prima. Herwin’s hengel is bij weinig armdruk erg effectief: 0.5 kg haakdruk wordt met iets meer dan 2 kg armdruk gegeven en dat is vrijwel gelijk aan de waarden van de 10 ft glasstok (G). In de grafiek is duidelijk het verschil te zien met de 3 lbs hengel.

Herwin zou met de 2,75 lb hengel 9 kg armdruk moeten geven voor 1 1/2 kilo haakdruk, terwijl hij met zijn eigen 2 lb hengel slechts 7 kg armdruk hoeft te zetten om 1 1/2 kilo haakdruk te bereiken. Het verloop is wel wat steiler dan de glashengels, hetgeen aantoont

dat deze stok wat meer ‘body onderin’ heeft dan de glasstokken. Weer een goed voorbeeld van een moderne, dunne blank met goede drilkwaliteiten. Een loodgewicht van maximaal 70 gram is er goed en redelijk ver mee weg te zetten.

Hengel E, de 2 lb hengel van Herwin onder een armdruk van 7 kilo. Op de haak meten we dan 1 1/2 kilo.
Hengel E, de 2 lb hengel van Herwin onder een armdruk van 7 kilo. Op de haak meten we dan 1 1/2 kilo.

F: De stugge carbonhengel met medium fast actie (12 ft – 2,75 lb)

In feite niet geschikt om met behoorlijke lijndruk te kunnen drillen. Bij 1 1/2 kilo nadert de hengel al de blauwe zone (dus boven de 9 kilo armdruk) en is het verloop steil, dus is er een beperkt dempingsbereik. Een duidelijk voorbeeld van een hengel met een abrupte ‘stop in de demping’ zit niet in de test, maar deze hengel neigt er wel wat naar. Duidelijk is te zien dat het verloop aan het eind steiler is, hetgeen dus aangeeft dat er van enige demping nauwelijks nog sprake is. Bij een haakdruk van 2 kg staat deze hengel niet echt krom, hij wil gewoon niet rond… De nadelen hiervan zijn inmiddels hopelijk bekend.

Een nog zwaardere lb-waarde met vergelijkbare stugge actie zal ongetwijfeld een nog extremer beeld geven. Deze hengel zal iets verder werpen dan bijvoorbeeld hengel B (de taaie medium 2,5 lb carbonhengel), maar overschat dit voordeel niet; een verschil van maximaal 10% is realistisch.

G: de glashengel (10 ft en 1,75 lb)

Deze hengel heeft de zelfde taper als hengel D; het is in feite de zelfde stok, maar dan ca. 30 cm korter. Leuk om te zien dat dit kleine lengte verschil meteen al zo goed zichtbaar is in de grafiek; het verloop van de lijnen is zo goed als gelijk. Wat wij opvallend vonden is toch weer het grote dempingbereik. Zelfs bij 2 kg haakdruk is er bij dit 10 ft stokje nog goede demping. Het verloop wordt niet steiler.

Kracht x arm; nogmaals de hefboomwerking

Het kan zijn dat verschillende uitkomsten als onwaarschijnlijk wordt ervaren en op zich is dat niet zo verwonderlijk. Wij keken zelf ook op van bepaalde uitkomsten, maar die bevestigden wel onze vermoedens. In veel karperverhalen wordt naar zwaarder materiaal gegrepen, als die supersterke vissen niet ‘te houden’ blijken te zijn. Zo zijn er vele invloeden te noemen die een niet objectief beeld geven. Het commerciële circus in de hengelsport is een voor de hand liggende factor.

Deze simpele test toont naar ons idee glashelder aan dat het nadelig is een hengel met een hoge lb-waarde te gebruiken (zeg maar boven de 2,5 lb,) als het noodzakelijk is met een behoorlijke haakdruk te drillen. En dat is toch in lastige omstandigheden gewenst, als we sterke vissen op lastige stekken kunnen verwachten? Extra lengte, fast taper type en beperkte demping helpen ook niet mee om haakdruk te geven. Dit zijn echter wel weer eigenschappen die handig zijn bij het werpen van zware gewichten en in enkele andere unieke omstandigheden. In feite zijn de uitkomsten te verklaren door een simpel natuurkundig principe; waar we in het begin van het artikel al bij hebben stilgestaan, namelijk de hefboomwerking.

Meer demping is de toekomst?

Beoordelen bij aanschaf

Opvallend bij het testen van de hengels was zeker dat het voor ons uiteindelijk redelijk voorspelbaar werd hoe een hengel zou gaan uitpakken in onze test…

Hieruit blijkt dat een hengel weldegelijk redelijk op gevoel valt te beoordelen. Een aanrader is om een hengel opgetuigd te testen dus met molen en lijn. Op de volgende manier krijg je al in de winkel een goede indruk: fixeer de lijn laag bij de grond en zet druk met vrije arm, daarna met de cone in de lies. Probeer diverse hoeken, dus verschillende afstanden en hengelposities.

Let op een ‘bonk’

Als een hengel echt hard aanvoelt en de demping vrij abrupt stopt, dan is dat met een opgetuigde hengel het beste voelbaar. Als de hengel met enige snelheid wordt belast, voel je zelfs een ‘bonk’. Het lijkt dan net of er ineens teruggetrokken wordt, zeg maar. De buiging is bij zo’n snelle ‘momentbelasting’ duidelijk zeer gering (bonk) en dat kan negatieve gevolgen hebben in de praktijk. Bij de stugge 13 voeter heb je al snel de neiging om een hand richting startoog te plaatsen om de hengel te kunnen controleren. De soepel aanvoelende carbonhengel doet wat je er gevoelsmatig van zou verwachten.

Wanneer, zoals dat bij ‘droog testen’ gebruikelijk is, de hengeltop door een tweede persoon wordt vastgehouden, let er dan in ieder geval op dat de hengel niet in de lengte richting wordt belast. Een dergelijk ‘touwtje-trekken’ geeft namelijk geen realistisch beeld, maar het lijkt op deze manier wel of de hengel ongelooflijk veel druk geeft en daarbij onverwoestbaar is. Aan te raden is om met lijn en molen te testen.

Meer demping – de toekomst?

Alle hengels die goed buigen en/of kort zijn, komen er in onze test gunstig uit voor wat betreft het geven van een hoge haakdruk. Je kunt stellen dat veel buiging de hefboom verkort, waardoor het makkelijker wordt een hoge haakdruk te geven.

Als een stok dan ook een gunstig (= groot) dempingbereik heeft, dan zit je helemaal goed als een lastige zware dril te verwachten is. Daarbij is een goed dempende hengel van toegevoegde waarde bij het gebruik van kleine, fragiele haakjes en dunne rekloze gevlochten lijnen, zaken die vaak wenselijk zijn op dressuurwateren. Een goed dempende hengel stelt je namelijk beter in staat om fragiele rigs met dundradige haken (die vaak veel scherper zijn) te gebruiken. De kans op uit- en inscheuren wordt bovendien kleiner wanneer een hengel netjes dempt en dat is niet alleen in ons voordeel, maar zeker ook ten faveure van de kwetsbare karperbek!

Bent u er nog?

Bent u er nog bij en was het redelijk te volgen? Hopelijk heeft u onze bevindingen met enig plezier gelezen en kunt u er wat mee in de praktijk, daar gaat het tenslotte om! Het was in aanvang geenszins de bedoeling er een zo stevig technisch stuk van te maken, maar van het één kwam het ander en voor half werk koopt niemand niets.

Om voor altijd helderheid over deze (hef)bomen van hengels te geven, was het noodzakelijk er gedetailleerd op in te gaan. We hopen dat u het op prijs stelt en dat onze gegevens uw keuze bewustere kijk geven op al dat glimmende carbon.

Herwin Kwint & Dick Willemsen

Met dank aan Rodvisions en Dé Karperwereld voor het opnieuw mogen plaatsen van dit artikel.

 

Advertentie:

 



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *