Meer dan alleen dat balletje (20)

Meer dan alleen dat balletje - De Vangst

In zijn column ‘Meer dan alleen dat balletje‘ vertelt Carli Driessen van MyBoilie over zijn (eigenzinnige) visie op aas. Hij gaat uitgebreid in op de eigenschappen van boilies en de verschillende ingrediënten die hierin verwerkt kunnen worden. Daarnaast legt hij de behoeften van de de karpers uit aan de hand van praktijkvoorbeelden en ervaringen. Als aas je interesseert mag je deze column niet missen! In deze aflevering bespreekt Carli de vier fasen van de vangst, met het ‘op de stek trekken van de karper’ in het bijzonder. Vorige aflevering gemist? Je leest hem hier.

 

Advertentie:

Nash Tackle  



De vier fasen van de vangst: Fase 1 – Op de stek trekken

Vanuit de overtuiging dat het maken van je boilie een integrale opgave is, waarin we proberen om zo min mogelijk vraagstukken te negeren, richt ik mij in deze column op het eerste deel van de vier fasen van de vangst. Namelijk de vraag hoe we met short- en longrange mechanismen de karper op onze stek kunnen trekken. Een en ander binnen de context zoals ik omschreven heb in Meer dan alleen dat balletje (19).

Zoals bij wel meer onderwerpen is ook over dit aantrekken van de vis al een hoop geschreven. Vanuit verschillende perspectieven, wat het soms wat verwarrend maakt. Daarom richt mij hier vooral op het creëren van overzicht. Het doel is om een zo helder mogelijk beeld te vormen van het speelveld. Want hoe beter we inzicht hebben in het speelveld, hoe beter we weten wat we moeten doen.

Meer dan alleen dat balletje 20 - de vangst - foto 1
Genieten hè, met zo’n mooie, oude vis in de ochtendzon.

Focus op attractiviteit

De focus van ons zelfdraaiers, als het gaat om short- en longrange mechanismen, is vaak gericht op de aantrekkingskracht van onze boilies. Vaak ook ‘de attractiviteit’ genoemd. Die attractiviteit wordt niet zelden aangeprezen als HET mechanisme om de vis op je stek te trekken. Het fenomeen valt terug te voeren op een aantal middelen waarmee we de zintuigen van de karper kunnen bespelen. Ook hier heb ik eerder over geschreven, zie aflevering 9 van deze column.

In het artikel toon ik een werkveld dat bestaat uit 15 eigenschappen van de boilie. Elk ervan heeft invloed op de perceptie van de karper en is in waarde te manipuleren. Maar ze hebben niet allemaal betekenis voor ons onderwerp hier; die short- en longrange mechanismen. Sommige ‘schuifjes’ richten zich op andere fasen van de vangst. Die wasemkracht bijvoorbeeld is duidelijk een middel om via geursporen de vis te lokken, maar die natuurlijkheid gaat meer over het verleiden van de vis om de boilie op te pakken. Belangrijk voor het proces van de vangst als geheel, maar niet specifiek van betekenis voor dat lokken.

Meer dan alleen dat balletje 20 - de vangst - foto 2
De equalizer: het finetunen van 15 eigenschappen van je boilie

Bufferwerking van water

Ik schrijf overigens bewust over mechanismen (of middelen) in plaats van attractiviteit. Dit omdat wij mensen van nature geneigd zijn om de wereld om ons heen te beschouwen vanuit een eigen perspectief. Een die is opgebouwd uit elementen die we (her)kennen en als waardevol beschouwen. Wat effect heeft op hoe we handelen. Daar komt ook dat gezegde vandaan, waar iemand met alleen een hamer in elk vraagstuk een spijker ziet.

Wat ik wil zeggen, is dat we bereid moeten zijn om breder te kijken dan alleen ons eigen werkveld. De oplossing voor bepaalde opgaven ligt niet alleen gevat in goed aas. Zeker niet wanneer we spreken over die long-range. Want hoe long-range is die werking van ons aas? Sommige vissers (en daar hoor ik ook bij) menen dat de bufferwerking van de watermassa de reikwijdte sterk reduceert. Sommige spreken van slechts een paar meter en eerlijk gezegd is het de vraag of in bepaalde situaties zelfs dat realistisch is?!

Niet zo lang geleden viste ik in een soort ‘oersoep’. Met prachtige vissen overigens. Je kon het water nog geen hand-diep inkijken. Ik vroeg me af of de vissen tussen al die algen-, grond-, voedsel- en geursporen mijn aas nog zouden vinden. Ik weet het gewoon niet. Wat ik wel weet is dat slechts één stek vis opleverde en alle andere (vijf), in de nabijheid ervan (!) en aangevoerd met eenzelfde aantrekkelijk aas, volledig onaangeroerd bleven. Drie volle dagen zonder ook maar één enkele piep!

Meer dan alleen dat balletje 20 - de vangst - foto 2
Een prachtige vangst uit een ‘oersoep vol afleiding’?!

Meer reikwijdte door voeren

Dergelijke gebeurtenissen geven stof tot nadenken. Vooral omdat het is óók waar is dat de karper een buitengewoon sterk ontwikkeld reukvermogen heeft. En dus dat de afstanden waarover hij aas kan waarnemen je zullen verbazen. Zelfs als de grondstoffen sterk verdund zijn. En er bestaat ook zoiets als de invloed van stroming of water dat erg voedselarm is en een groot bestand kent dat voortdurend migreert… enzovoort. Maar goed, zelfs al zou de vis jouw aas(concentratie) opmerken, hoe maakt hij dan het onderscheidt met al die andere signalen? Hoe vindt hij z’n koers? En hoe verklaar je het voorgaande
voorbeeld?

Daarbij zit er ergens een grens aan attractie. Alles op één hoop gooien of je aas extreem flavouren, wat soms het resultaat is van die wens om met de boilie die vis over lange afstand aan te trekken, is om meerdere redenen niet wenselijk. Het schrikt mogelijk de vis af of trekt juist te veel vis aan (bijvangst), om er twee te noemen.

Mijn zienswijze nu is dat het er in ieder geval op lijkt dat die reikwijdte van je boilie beperkingen kent. Of op z’n minst ter discussie staat. En daarom is het relevant om te benadrukken dat je met bijvoorbeeld een goede (voer)strategie dat bereik veel makkelijker vergroot dan met die aantrekkingskracht van je boilie. Met als niet onbelangrijk bijeffect dat het programma voor je recept ook minder ingewikkeld is. En waarom moeilijk doen… toch?!

Meer dan alleen dat balletje 20 - de vangst - foto 4
Pack bait: een interessante techniek om stevig de aandacht te vestigen op je haakaas.

Drie aandachtsgebieden

Mijn beeld is dat er op het traject van die ‘karper op je stek trekken’ ergens een punt ligt waarop je (voer)strategie het overneemt van je aas. En dat het dus belangrijk is, wanneer we nadenken over short- en longrange mechanismen, om die (voer)strategie als onderdeel van het speelveld te zien. En ik zou hem daarbij, voor meer overzicht, opdelen in de volgende drie aandachtsgebieden:

Gewenning >> Dit is het gebied van het zogeheten voorvoeren met een zekere hoeveelheid aas, tijdsperiode en regelmaat. In mijn optiek DE koning van de lange afstand. Want door het creëren van een verwachtingspatroon (gewenning) ontstaat bij de vis (door instinkt) de impuls om deze stek periodiek te bezoeken. Dit ongeacht de locatie ervan en of er die dag ook daadwerkelijk voer ligt.

Positie >> Dit is het gebied van de migratie. Het gaat hier om een inschatting van waar (of waartussen) de vissen zich bewegen. Dit om dan in die zone of op die route je stek te projecten. Met als resultaat dat de karper mogelijk jouw aas, inclusief een eventuele concentratie aan voer daar, gaandeweg tegenkomt.

Maat >> Dit gaat over de fysieke ruimte die je kunt bestrijken met een wijd verspreid aanvoeren van een groot gebied. Om zo de karper aan te zetten om te zoeken naar meer van wat hij aantreft. Met als resultaat dat hij jouw stek, inclusief een eventuele concentratie aan voer daar, gaandeweg tegenkomt.

Meer dan alleen dat balletje 20 - de vangst - foto 5
De PVA worst: een alternatieve techniek om de aandacht te vestigen op je haakaas.

Gedrag & geluid

Als laatste zou ik nog twee andere, net zo interessante aspecten uit dat speelveld van short- en longrange mechanismen willen aanhalen. Het gaat om de impact van (onderling) gedrag en de werking van geluid. Het feit is dat karpers, de meeste althans, kuddedieren zijn en evolutionair gedreven door een zeker opportunisme en nieuwsgierigheid naar (nieuwe) voedselbronnen. Het is dan ook niet gek om aan te nemen dat wanneer ergens vissen eten de karper zich hierdoor aangetrokken voelt. Is het niet op de stek zelf, dan is het wel in de buurt ervan. Niet zelden de plek waar je de joekels vangt 😉

Vissen zien (eten) en/of volgen (migratie) kan de aanleiding zijn voor een bezoek op de stek of een foerageren in de buurt. En je begrijpt dat geluid hier een aanvullende rol kan spelen. Geluid draagt namelijk ver onderwater, veel verder dan door de lucht. Dit omdat geluid onderwater sneller kan bewegen en minder energie verliest. Zo reikt die ‘etensbel’ (naar schrijven) verder dan dat we denken. Sowieso verder dan dat visuele of aromatische aspect van de boilie en niet zelden óók verder dan sommige (voer)strategieën. Zei het afhankelijk van de context natuurlijk (intensiteit geluid, vorm van het water, de diepte, het aantal obstakels, het soort bodem enz.).

In die zin is dat aas strooien van ons, met de werppijp, katapult, schep of spomb en het kraken van bijvoorbeeld tijgernoten door de keeltanden van de karper best een krachtig long-range mechanisme.

Meer dan alleen dat balletje 20 - de vangst - foto 6
Tijgernoten smurrie: een derde techniek om de aandacht te vestigen op je haakaas.

Van lang naar kort

Met het voorgaande in het achterhoofd zou ik hier met een soort lijst willen afsluiten. Begon ik mijn verhaal met een tweedeling (short- en longrange), inmiddels spreken we meer over een traject. Een traject waarin we kunnen kiezen voor mechanismen die zowel voortkomen uit de attractiviteit van je boilie als de reikwijdte van je (voer)strategie. Afhankelijk van de context valt daarbij gedrag & geluid onder beide.

De lijst bestaat uit 7 mechanismen en loopt van long-range naar short-range. Ik ga er daarbij vanuit dat in alle situaties het aas standaard aantrekkelijk genoeg is voor de karper om het te willen eten. Ook accepteer ik dat bij elk van de mechanismen wel een voorbeeld is te bedenken waarin het anders uitpakt, want in de praktijk is er overlap. In grote lijnen echter biedt het een helder beeld van het speelveld en daar is het mij om te doen… kom’tie:

  • Conditioneren >> Met vaste regelmatig en over lange(re) periode je stek aanvoeren en zo een verwachtingspatroon bij de vis creëren, waardoor hij instinctief de behoefte ontwikkeld om ervoor terug te komen, is en blijft 100% DE manier om karpers over de grootste afstand op je stek te trekken!
  • Geluid geven >> In vermoed dat aas gebruiken dat bij het kraken ervan (keeltanden) geluid afgeeft en daarmee het signaal dat er voer ligt, in sommige situaties een goeie tweede is. Dit zogeheten crunch-effect kan versterkt worden met het werpen van boilies of spodden van een mix.
Meer dan alleen dat balletje 20 - de vangst - foto 7
Gemalen oesterschelpen: een slimme manier om wat extra ‘crunch’ toe te voegen om de kans op een vangst te vergroten.
  • Strategisch positioneren >> Het gaat hier om het inspelen of aansturen op migratie. Dit door je voerstek(ken) strategisch te plaatsen op een bestaande route van de vis. Of door twee losse voerplekken te maken met daar tussenin jouw stek. Dit vanuit de overtuiging dat de vis uiteindelijk
    heen en weer zal pendelen en zo jouw haakaas vindt. Een derde optiek is het combineren van beide.
  • Oppervlakte maken >> Dit gaat over een zo groot mogelijk veld, wijd verspreid aanvoeren om de vis tot zoeken aan te zetten. Dit vanuit de overtuiging dat deze dan als vanzelf jouw rig vindt. Hierbij aanvullend je haakaas voorzien van iets extra’s of door de tijd heen dat grote voerveld verkleinen tot het uiteindelijk een compact voer is rond je haakaas.
  • Beweging creëren >> Vanuit de overtuiging dat ‘zien eten, doet eten’, ervoor zorgen dat er op je stek gegeten wordt. En het maakt in principe niet uit door wie, als ze maar met veel zijn.
Meer dan alleen dat balletje 20 - de vangst - foto 8
Naar net veel beweging komen ook de bijvangsten? Helemaal niet erg soms!
  • Geur boosten >> Je stek compact aanvoeren met aas dat sterk wasemt. Dit vanuit de overtuiging dat een dergelijk geconcentreerd voedselsignaal door de waterlagen heen z’n werk doet. In mijn optiek een mechanisme dat doorgaans begrenst wordt door de bufferwerking van de waterkolom. Maar afhankelijk van de context trekt dit wel vis aan en in sommige situaties wellicht ook over enige afstand.
  • Triggeren >> Dit werkt in mijn optiek het meest short-range. We kunnen het zicht en de reukorganen van de karper bespelen door ter plaatse extra op te vallen. Dit met wat kleur, beweging, vorm, PH-waarde, specifieke grondstoffen, wijze van presenteren, enzovoort. Het triggert de karper (die al op je stek aanwezig is!) om richting je haakaas te bewegen. Het markeert in feite de overgang naar die 2e fase van de vangst; de karper verleiden om te eten.
Meer dan alleen dat balletje 20 - de vangst - foto 9
Boilie met een pruik van maden; een welbekende en effectieve manier om op te vallen.

Ik ben niet zo van de conclusies, want daarvoor spelen vaak te veel andere factoren een rol. Maar in mijn lijst van 7 mechanismen komt het ‘pimpen van je aas’ pas aan het eind (6 en 7). Waarmee ik niet wil zeggen dat je boilies niet attractief moeten zijn of dat ze niet de karper aantrekken. Het suggereert alleen wel dat het belang van die aantrekkingskracht (of attractiviteit) in je boilie, wanneer het gaat om het op de stek trekken van de karper, soms wat te veel waarde wordt toegedicht.

Mijn vermoeden is dat er meer zwaarte bestaat, als het gaat om het effect van je boilie, in de navolgende fasen 2 t/m 4 van ‘de vangst’. We zullen zien…

 

Advertentie:





Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *