Meer dan alleen dat balletje (18)

Meer dan alleen dat balletje - outside the box

In zijn column ‘Meer dan alleen dat balletje‘ vertelt Carli Driessen van MyBoilie over zijn (eigenzinnige) visie op aas. Hij gaat uitgebreid in op de eigenschappen van boilies en de verschillende ingrediënten die hierin verwerkt kunnen worden. Daarnaast legt hij de behoeften van de de karpers uit aan de hand van praktijkvoorbeelden en ervaringen. Als aas je interesseert mag je deze column niet missen! In deze aflevering staat het ‘outside the box’ denken centraal. Wat voor visser ben jij? Vorige aflevering gemist? Je leest hem hier.

 

Advertentie:

Zunnebeld  



Profiler deel 14: Outside the box

Het is zinvol denk ik, voordat je een onderwerp bestudeerd, om je eerst te verdiepen in wat precies de vraag betekent. Wat bedoelen we eigenlijk met die box, dat framewerk waarvan we de grenzen willen doorbreken? Buiten welke lijntjes willen we kleuren? Ik vraag mij dit af, omdat die term ‘box’ bij ons vissers een wat ambivalent karakter heeft. Aan de ene kant onderbouwen we met overtuiging het belang van ‘anders doen dan anderen’ (visstrategie), maar schromen we ons niet om te benadrukken dat we ‘niks bijzonders doen’ (opbouw rig).

Ik denk zelf dat die box staat voor een serie conventies (regels, normen, wetmatigheden). Dingen die we onbewust met elkaar afspreken als zijnde ‘vanzelfsprekendheden’ en waar we ons aan houden. Doen we dat niet, dan bewegen we ons buiten de box. Soms expres omdat we dat van meerwaarde vinden en soms expres niet, omdat we dat dan ook van meerwaarde vinden. En het lijkt erop dat er voor elk aspect van onze visserij wel een box bestaat. En dat iedereen zelf beslist om wel of niet buiten de box te gaan.

De één ontsnapt de box op aasgebied, de ander bij het knopen van z’n rig, weer iemand anders bij het zoeken van de juiste locatie… enzovoort. Dus dat ‘buiten de box’ denken gaat eigenlijk over een serie kleine, specifieke boxen die bij ieder mens anders zijn geordend en dus niet over één, alles overkoepelende, grote box. Met het oog op de Profiler en scope van dit artikel is het dan ook de vraag welke boxen we hier centraal zetten en hoe we deze ontsnappen.

Welke boxen sjouw jij met je mee?
Welke boxen sjouw jij met je mee?

De boilie-boxen

Hiervoor moeten we dus die boxen eerst definiëren. Vaststellen wat ‘vanzelfsprekendheden’ zijn waarbinnen we ons (gemiddeld!) gedragen. Daarbij ons realiseren dat voor iedereen de boxen anders zijn opgebouwd en er dus niet zoiets bestaat als DE box. Ik heb hiervoor drie stellingen op een rij gezet:

  1. Boilies bouw je op een basismix
  2. Boilies zijn de som van de ingrediënten
  3. Boilies maken is een wetenschap

Allen vertegenwoordigen een zekere referentie op basis waarvan we de wereld rondom die boilie benaderen. Elk ervan is een ‘box’ waarbinnen we ons bewegen en de vraag is wat het betekent om hier ‘buiten te denken’. Ik heb de navolgende bespiegelingen gekoppeld aan een aantal zienswijzen van vissers die hun sporen verdient hebben in de aaswereld. Let wel, ik gebruik daarbij geen letterlijke citaten, maar eigen en vrije interpretaties.

Het uiteindelijke doel, een mooie set bolletjes
Het uiteindelijke doel, een mooie set bolletjes

1. Boilies bouw je op een basismix

Wat betekent het om ‘buiten de box’ te denken wanneer we praten over zoiets vanzelfsprekends als het bouwen op een basismix? Dat deel van ons recept met die zo heldere functie. Boilies moet je immers kunnen draaien en voor sommige in grote hoeveelheden en constante kwaliteit. Het is simpelweg een noodzaak om terug te kunnen grijpen op een betrouwbaar deel van je mix, die basis, je fundament. Hier ‘buiten de box’ denken betekent in feite dit fundament verlaten en iets anders dan die draaibaarheid in je denkproces voorop zetten. Je boilie dus niet bouwen op die basismix, maar…

  • Op bijvoorbeeld dat ene, unieke ingrediënt of combinatie van ingrediënten, waarvan je overtuigd bent dat het de vis verleidt. Je eigen birdfood, met wat hennep, kruiden, noten, vitamines en honing misschien? Het karakter dat soms maar 10% tot 20% van je mix vormt. Alles draait nu opeens om de vraag welke additieven je als voertuig nodig hebt om dat ene signaal zo goed en zuiver mogelijk bij de karper te krijgen (= vrije interpretatie van Jason Ryder.)
  • Of op een interpretatie van het proces dat we doorlopen bij het vangen van de vis. Dit aan de hand van de volgende fasen:
  1. De vis op de stek trekken (shortrange triggers gebruiken => bijv. een goeie vissaus)
  2. De vis verleiden om te eten (goeie smaak bieden => bijv. een mix van verse vismeel)
  3. De vis verleiden om meer te eten (eetlust opwekken => bijv. met wat leverextract, betaïne of glm)
  4. De vis terug laten komen (voedingswaarde en -kwaliteit bieden => bijv. extra vezels van zemelen)

Alles draait nu opeens om de vraag hoe je deze vier fasen optimaal faciliteert en nu is in principe het proces je fundament, niet die basismix (= vrije interpretatie van Dean Towey.)

  • Of op basis van de gedachte dat je boilies niet per se goed hoeven te draaien. Dit omdat je bijvoorbeeld je boilies of de mix ervan alleen als grondvoer inzet. Of omdat je geen grote volumes produceert en dus met de hand of plank kunt werken, hetgeen minder foutgevoelig is.

Voor alle duidelijkheid, dat ‘buiten de box’ denken betekent natuurlijk nooit dat bepaalde wetmatigheden opeens wegvallen. Je moet die boilie nog steeds ‘draaien’. Maar het betekent wel dat je een ander pad kunt bewandelen waardoor het uiteindelijk doel ervan (het soort boilie) misschien meebeweegt.

Dean Towey luisteren? Klik hier.

2. Boilies zijn de som van de ingrediënten

Dit klopt natuurlijk. Los van een mogelijk effect door het bereiden ervan (drogen, koken, stomen…) of het naderhand toevoegen van vloeistoffen, is hier geen speld tussen te krijgen. Het ‘buiten de box’ denken richt zich hier dan ook niet op het ter discussie stellen van deze realiteit. Het gaat meer over de wijze waarop we die realiteit interpreteren. De vraag is namelijk wat we precies bedoelen met ingrediënten? Dat is niet voor iedereen hetzelfde. Je kunt ingrediënten namelijk zien als de:

  1. (merk)producten (CéDé eivoer, Haith’s Robin Red, Nash Scopex Liquid etc.)
  2. grondstoffen (tarwe, mais, soja etc.)
  3. voedingsstoffen (koolhydraten, eiwitten, vetten, vitaminen, mineralen, vezels, water etc.)
  4. samenstellingen (de diverse analyses van producten uit de markt etc.)
  5. verbindingen (aminozuren, nucleotiden, enzymen (eiwitten) etc.)

Elk vertegenwoordigd een zeker kennisniveau van dat wat we ‘de ingrediënten’ noemen… en daarmee een interpretatie van die optelsom. De box waarbinnen de meeste van ons zich bewegen, bestaat uit de eerste drie niveaus. En logisch wel, want veel van de samenstellingen van producten (4) zijn geheim en kennis omtrent de werking van verbindingen in grondstoffen (5) vraagt om studie en onderzoek.

Maar goed, het feit blijft dat het niveau waarop wij die ‘som van de ingrediënten’ interpreteren, bepaalt wat de uiteindelijk opbouw wordt van je boilie. Ter illustratie een anekdote: (= vrije interpretatie van Jason Ryder.)

Er is een visser die Scopex in zijn boilies draait. Tevens gebruikt hij boterzuur als trigger. De visser is zich niet bewust van de samenstelling van Scopex (= niveau 4) en daarmee het feit dat er in Scopex al een dosis boterzuur zit. Met als gevolg dat hij weinig vis vangt. De visser geeft de Scopex de schuld en zegt dat de flavour niet werkt. De realiteit is dat hij door deze combinatie gewoon teveel boterzuur gebruikt.

Het ‘buiten de box’ denken en de meerwaarde ervan oogsten, betekent in feite overstappen naar een ander niveau dan waar jouw box eindigt. Iets dat je kunt bereiken door te doen, te leren en te studeren.

Jason Ryder luisteren? Klik hier.

3. Boilies maken is een wetenschap

Ook dit is waar. Het boilies maken is onderdeel van onze (dier)voedingsleer en deze is, ondanks het soms wat diffuse karakter, in principe een wetenschap: het systematisch verkrijgen van geordende en controleerbare vormen van kennis omtrent een zeker onderwerp.

Nu is de box die we hier voor onszelf bouwen (en onderhouden) geconstrueerd op basis van de gedachte dat die wetenschap de enige weg is naar optimaal aas en dat die weg voor ons gewone mensen onbegaanbaar is. Ik bedoel, de flavours die we kopen, bestaan soms uit tientallen verschillende componenten. In theorie is het denkbaar om te ontdekken welke dit zijn en in welke verhoudingen en tot welk effect, zodat je begrijpt wat je gebruikt, maar in de praktijk is dat niet te doen. Mits je tot een selectie groep insiders hoort, maar zelfs zij blijven zoekende en delen lang niet alle kennis.

Eén van de vissers die een aardig beeld geeft van deze ‘box’, die contouren van de wetenschap, is John Baker. Hij vertelt over de moeite die hij moet doen om überhaupt die box in beeld te krijgen. Zoals het bestuderen en analyseren van grondstoffen, gevat in dikke boeken als ‘Source Book of Flavors’ of door middel van kostbare analyses met een massaspectrometer of gaschromatograaf. Iets wat voor vele een brug te ver is.

John Baker luisteren? Klik hier.

Tegelijkertijd echter vertelt hij ook over het feit dat de karper, door miljoenen jaren evolutie, alle tijd en gelegenheid heeft gehad om alles wat zowel in als niet in water leeft te leren eten. Waardoor het logisch is dat hij instinctief, net als bijvoorbeeld een beer, houdt van bessen, bramen, aardbeien, enzovoort. DE rede wellicht waarom sommige fruitsmaken zo goed werken, ondanks het feit dat fruit niet onder water groeit. Wat hij daarmee bevestigd is dat de vis genetisch instinctief heel veel meer ervaart als eetbaar dan dat wij denken. Dit omdat het simpelweg in de natuur voorkomt.

En hij is óók de man die aangeeft dat flavours uit de markt verschillende bronnen kennen, verdeeld in drie categorieën:

  1. Kunstmatig
  2. Identiek aan de natuur
  3. Natuurlijk

En dat vervolgens de beste flavours bestaan uit een combinatie van 2 en 3… (niet uit 1 dus.) Daarmee bevestigt hij ook dat die natuur onze beste leverancier is.

Hiermee is de stap eenvoudig te maken naar het idee dat veel van wat wij doen in de wetenschap slechts een nabootsen is van de natuur. En dat dus die natuur zelf in feite DE hoogste kwaliteit en complexiteit in zich draagt die we de karper kunnen bieden. Dus dat het verschil tussen een ingenieus, wetenschappelijk geconstrueerde visflavour, waarvan we de opbouw niet kennen of begrijpen en een willekeurige vissaus uit de Jumbo, die grotendeels bestaat uit vis, mogelijk qua prestatie weinig voor elkaar onderdoen. Iets om over na te denken toch?!

Squid Brand Vissaus… bevat vis.

Hier ‘buiten de box’ denken vraagt om een ontsnappen aan de doctrine dat die wetenschap DE enige weg is om tot goeie boilies te komen. Met andere woorden, dat we pas grip hebben op kwaliteit als we precies weten hoe en waarom iets werkt en dit kunnen terugvoeren op de kleinste componenten die we kunnen vinden… die bouwstenen. Wat in mijn optiek niet juist is. Ik denk namelijk dat het mogelijk is om een vergelijkbaar niveau aas te creëren door uitsluitend gebruik te maken van wat de natuur je te bieden heeft, met als enige gereedschap onze ervaringen, zintuigen en gezond verstand. Dus in plaats van een zoetstof proberen te doorgronden, kan je ook:

  • Tijgernoten koken => laten slijmen => heerlijke suikers voor in je natte mix
  • Bijen houden => honing oogsten => heerlijke suikers voor in je natte mix
  • Potje mais kopen => fijnmalen => heerlijke suikers voor in je droge mix
  • De Jumbo binnenstappen => poedersuiker kopen => heerlijke suikers voor in je droge mix

Daarmee vervalt niet de opgave om dingen te leren of te begrijpen, maar wel die neurose om het precies op die ene manier te doen of om wetenschappelijk verantwoord bezig te zijn.

Gewoon lekker je eigen kerrie klussen.
Gewoon lekker je eigen kerrie klussen.

Ruimte voor andere logica

Dat ‘out of the box’ denken is eigenlijk een apel om over te stappen op een ander vorm van logica. Bepaalde ‘vanzelfsprekendheden’ dus min of meer te negeren. Wat tot rampen kan leiden natuurlijk (!), want die boxen bestaan niet voor niets, maar ook aanleiding kan geven voor nieuwe ideeën, voor innovatie, je eigen ding doen. In het verlengde hiervan zou ik nog een laatste voorbeeld willen geven. Want stel nu dat het minder van belang is wat precies de karper voorgeschoteld krijgt, omdat hij vanuit dat genetisch instinct open staat voor vele alternatieven, dan kunnen we veel vrijer denken en ons focussen op andere logica, bijvoorbeeld:

Meer nog dan het soort van voedsel (hartig, zoet, dierlijk, plantaardig…) of het type grondstof dat we gebruiken, is het van belang om de mogelijkheid voor de karper te optimaliseren ons aas onderwater te ervaren en te verwerken. Zo wordt de kwaliteit van een grondstof bepaald door de mate waarop het de karper in staat stelt zich alle voedingsstoffen (micro- en macronutriënten) van het uiteindelijk aas tot zich te nemen (= vrije interpretatie van Dave Moore.)

Met andere woorden, dat de mogelijkheid bijvoorbeeld om proteïne door de karper op te nemen en te verwerken, wel eens belangrijker zou kunnen zijn dan het soort grondstof waar de proteïne vandaan komt. Hetgeen de waarde van bepaalde producten in een zeker daglicht plaatst. Ik bedoel, hierdoor kan het toevoegen van een gist (in een vismeelboilie) weleens meer aantrekkingskracht creëren dan die extra trigger of attractor.

Dave Moore luisteren? Klik hier.

De kok, chemicus en onderzoeker

Ik wil graag bovenstaande bespiegelingen afsluiten met nog een laatste overdenking. Deze richt zich niet op die box, maar meer op de visser zelf. Het zou een titel kunnen zijn voor een sprookje, maar dat is het niet. De kok, chemicus en onderzoeker gaat over drie verschillende houdingen die wij kunnen aannemen wanneer we met ons aas bezig zijn. In mijn optiek zijn ze alle drie relevant en zichtbaar in de praktijk. Hun onderling verschil in karakter is wezenlijk, al ligt het uiteindelijk resultaat ervan in de praktijk zelden ver uit elkaar. De wijze van werken beweegt zich ergens op het traject dat ligt tussen ‘weten hoe iets werkt’ en ‘weten waarom iets werkt’:

De kok weet hoe hij een maaltijd moet bereiden. Door jaren ervaring en zien hoe mensen op gerechten reageren, heeft hij kennis ontwikkelt en een sterke intuïtie. Hij weet hoe grondstoffen werken. Tussendoor proevend houdt hij de vinger aan de pols. Iets meer of minder zout is een gevoelskwestie, maar dat er zout nodig is weet hij zeker. Hij weet ook hoe grondstoffen samen iets lekkers maken of juist niet. Hij probeert nieuwe gerechten, maar schept ook voldoening in het verfijnen en verbeteren van bestaande. Liefde voor het resultaat drijft hem tot grote hoogte!

De chemicus weet hoe grondstoffen in elkaar zitten. Hij heeft ze geanalyseerd tot aan de kleinste componenten. Dit fascineert hem. Hij gebruikt ze als losse bouwstenen voor het samenstellen van nieuwe dingen. Hij weet hoe bepaalde processen verlopen en waarom. Door studie heeft hij kennis ontwikkeld en een sterk inzicht. Het doel lijkt soms minder relevant dan weten hoe je er moet komen. Liefde voor de puzzel drijft hem tot grote hoogte!

De onderzoeker bezit een beetje van beide karaktereigenschappen. Afhankelijk van het startpunt of persoonlijke voorkeur richt hij zich op een empirisch proces (veronderstellen > testen > waarnemen > evalueren > veronderstellen enz.) Hij werkt vanuit een open mind en laat zich graag verrassen. Door ervaringen bouwt hij kennis en een goed overzicht. Voor hem staan directe, eigen waarnemingen centraal. Liefde voor de methodiek drijft hem tot grote hoogte!

Drie verschillende houdingen...
Drie verschillende houdingen…

Wij hebben denk ik allemaal wel iets van die bovenstaande karakters in ons. Van de een misschien wat meer dan van de ander. Ikzelf bijvoorbeeld ben het meeste kok, dan onderzoeker en slechts voor een heel beperkt deel chemicus. Het resulteert onder andere in zienswijzen als de Profiler en het 10 puntenplan.

De vraag is waar jij je bevind als zelfdraaier? Volg je je ervaringen en intuïtie, wil je precies weten hoe alles in elkaar zit of laat je je leiden door een methodisch handelen? Alle drie geven je handreikingen om prachtig aas te creëren! En zolang je open staat voor andere vormen van logica doet in feite die box er niet zo toe. Het kan je leiden naar hele specifieke ideeën over aas, zoals die paar vissers die hun sporen verdiend hebben, maar ook veel meer pragmatiek:

  • Dat het soort aas er eigenlijk niet toe doet, zolang het maar goed aan de hair blijft zitten en zichtbaar gepresenteerd is voor de karper, zodat je je maximaal kunt focussen op het vinden van de vis.
  • Dat eenvoud waarschijnlijk de beste strategie is om geen fouten te maken, omdat veel verschillende ingrediënten samenvoegen kan leiden tot een dure mix waarvan de ingrediënten elkaar tegenwerken.

Food for thoughts!

Soms maak ik een goed wasemend, eenvoudig recept, om vervolgens hiermee een serie kleine badges te produceren met kleine wijzigingen in maat, stevigheid, kleur en dosering triggers. Dit om te kijken hoe het draait, ruikt, aanvoelt (kok), aanleiding te hebben om bepaalde grondstoffen te bestuderen (chemicus) en de werking ervan in de praktijk te kunnen testen (onderzoeker).
Soms maak ik een goed wasemend, eenvoudig recept, om vervolgens hiermee een serie kleine badges te produceren met kleine wijzigingen in maat, stevigheid, kleur en dosering triggers. Dit om te kijken hoe het draait, ruikt, aanvoelt (kok), aanleiding te hebben om bepaalde grondstoffen te bestuderen (chemicus) en de werking ervan in de praktijk te kunnen testen (onderzoeker).

‘Einde’ van de Profiler

Dit was het laatste deel van de Profiler. Een serie bespiegelingen waarvan het eerste deel, deel 7 van Meer dan alleen ‘dat balletje’, begin 2020 verscheen. We zijn nu ruim 4 jaar verder. Het idee is om hierna af te sluiten met een laatste artikel, waarmee ik (hopelijk) de betekenis van de Profiler terug kan voeren naar iets wat werkbaar is voor zelfdraaiers. Een mindmap of toolbox of…?! In ieder geval iets om over na te denken. Daarna ga ik op zoek naar nieuwe landschappen vol informatie. Misschien de wereld van de kwekers, witvissers, wedstrijden… eens kijken wat het oplevert.

 

Advertentie:

 



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *