Machtige Rivieren

Zeven karperjaren lang was ik ooit grotendeels gefocussed op de riviervisserij. Na een aantal jaren boilievissen op cultuurwater en in polders kwam het besef dat het gebruik van boilies op groot water de deur naar de voorheen onvangbaar geachte karpers zou kunnen openen. Een terugblik op toen en tevens een vergelijking met de stand van zaken vandaag de dag.

Mijn visgronden tussen 1993 en 1999 waren een viertal machtige rivieren rondom de Hoekschewaard t.w. het Spui, de Oude Maas, het Hollands Diep en het Haringvliet. Deze rivieren staan allen met elkaar in verbinding maar verschillen behoorlijk van karakter. De eerste 2 zijn aanmerkelijk smaller dan de laatste 2. Bij het Spui en de Oude Maas heb je daarom met een flinke stroming te maken. Bij het zeer brede Hollands Diep en het eveneens uitgestrekte aangrenzende laatste deel van het Haringvliet (ps: Volkerak heb ik persoonlijk nooit gevist) stroomt het nauwelijks. De laatste 2 wateren hadden hierdoor mijn voorkeur.

De grillige Oude Maas

Op de eerste 2 rivieren heb ik wel wat sessies gedraaid maar met wisselvallig resultaat. “Long time ago”, het zal rond 1980 geweest zijn, viste ik regelmatig op witvis op het Spui samen met iemand die een bootje had. We koersten dan vanuit de haven van Oud Beijerland richting het eiland de Beerenplaat. Zo,n 10 meter uit de oever gingen de steekstokken te water om de harde stroming te trotseren. We visten dan met een uit de kluiten gewassen pen zogeheten “op een drijfje”. Dit betekende dat je, als de stroming bijvoorbeeld naar rechts stond, steeds vanaf links moest ingooien en dan kwamen die 2 dobbers in flinke vaart voorbij de boot drijven naar rechts totdat je, als je geen beet kreeg, na een drijf van zo,n 6 meter weer op moest halen om opnieuw de zaak vanaf links te lanceren. Bij een aanbeet zag je de grote dobber schitterend verdwijnen en joekels van brasems en windes waren dan de beloning.

De Haringvlietbrug gezien vanaf de veerpont naar het eiland Tiengemeten

Toen besefte ik nog niet dat ik later als karpervisser deze vissoorten als ongewenst zou gaan beschouwen. Grote voerballen van paneermeel verzwaard met leem werden dan in dit geval ook vanaf links te water gelaten zodat het voer mooi naar de viszone voor de boot stroomde. Flink wat jaren later was er op het Spui en de Oude Maas met karpervissen na een voercampagne vaak geen pijl op te trekken. Het kwam regelmatig voor dat we zaten te blanken met super visweer maar soms wel zaten te vangen bij mindere condities. Karper vasthouden op voer was (en is) door die fikse stroming dus lastig en langdurig blanken zonder verder aanwijsbare reden is daar niet ongewoon.

Bij het nagenoeg stroomvrije Hollands Diep en Haringvliet was het veel meer een logisch verhaal. Het laten samenvallen van een voercampagne en goed visweer bracht regelmatig succes. Er zat daar toen ook gewoon goed karper en de visserij was prima te overzien. Ik beviste altijd de kanten (nooit verder dan 25 meter uit de kant gevist daar waar de rivier bijna een kilometer breed is) dus van die grote plons water viel al veel af. Een voercampagne werd altijd eerst opgestart met louter gekookte mais om er op dag 2 en 3 boilies aan toe te voegen. Eigenlijk een hele simpele voorbereiding dus. Het is voor mij nog steeds een raadsel, de huidige situatie in acht genomen, dat brasem en winde de boel in die tijd toen nauwelijks verstoorden. Er kwam er af en toe wel eens eentje op de kant maar het was zeker geen plaag.

"Under the bridge"in 1994

De flink toegenomen bijvangst versus de veel schaarsere karpervangst vandaag de dag vormt de hoofdreden dat ik nog steeds niet teruggekeerd ben naar deze visserij. Continu s’nachts brasems/windes binnen halen (die joekels zijn nauwelijks te ontwijken en weten zich hoe dan ook op gegeven moment te haken) trek ik als veteraan gewoon niet meer. 10 stuks winde/brasem per nachtsessie is nu namelijk geen verrassing daar. De enige manier om de smalle populatie rivierkarpers aan de schubben te komen is hier keihard doorheen vissen. Het karperbestand is vandaag de dag jammerlijk niet meer te vergelijken met in de 90er jaren. Regelmatig lees ik berichten dat de beroepsvisserij op de grote rivieren (ook o.a. het Hollands Diep) het water leegvist. Vooral roofvis is dan de klos maar het kan niet anders dan dat er door de jaren heen toch ook gewoon veel karper “gearresteerd” is. Brasem en winde is echter genoeg aanwezig. Ik ken vissers die vooral al die windes niet meer trokken en gillend afgehaakt zijn maar ik ken ook diehards die deze bijvangsten gewoon bikkelhard blijven incasseren en als beloning nog steeds schaarse mooie schubs vangen.

Het snel stromende Spui met aan de overkant de Beerenplaat

21 november 2015 zijn er voor de derde keer projectspiegels uitgezet op het Hollands Diep en dit is, naast die forse winde en brasempopulatie, een welkome aanvulling op het dus vrij dunne huidige karperbestand. Er zaten een flink aantal kleine exemplaren tussen van een paar pond. Persoonlijk had ik liever gezien dat alle uitzet boven de 8 pond zou zijn geweest zodat de vissen op zeker geen prooi meer zijn voor de grote roofvis. Ik heb een aantal vangstresultaten (met redelijke groei) van de eerste en tweede lichting binnengekregen en ben zeer benieuwd op welke gewichten deze vissen de komende jaren gevangen zullen gaan worden.

Advertentie
Reacties

Plaats een reactie

U bent momenteel niet ingelogd bij CarpFeeling. Als u een reactie plaatst moet u het opgegeven e-mail adres valideren middels een e-mail die ontvangt. Uw e-mail adres wordt voor de rest niet gebruikt. Het is maar een simpele muisklik, maar zo weten we wel zeker dat er geen misbruik van gemaakt wordt zonder in te boeten aan gebruiksvriendelijkheid. Maar als u zich aanmeldt of registreert dan hoeft dit niet en is uw reactie direct zichtbaar, nog net wat makkelijker dus.